Additional menu

Wat zijn de Bartenieff fundamentals?

Dit is samenvatting en bewerking van een hoofdstuk uit Making Connections van Hackney. Het boek van Hackney geeft een goed overzicht van de werkwijze van Bartenieff. In dit hoofdstuk worden een aantal persoonlijke kenmerken van Bartenieff beschreven. Dit artikel maakt onderdeel uit van een serie:

Danseres en fysiotherapeute

Irmgard BartenieffDe fysiotherapeute/danseres Bartenieff was leerling van de choreograaf/danser Rudolf Laban. Laban ontwikkelde een bekend en veel gebruikt raamwerk voor het kijken naar- en werken met bewegingen. In zijn analyse model van bewegen hanteert hij de categorieën effort, space, shape. Ook gebruikte hij de categorie action of ‘body parts’, en ‘group relationships’. De categorie ‘body’, die voor fysiotherapeuten zo belangrijk is, was echter door Laban beperkt uitgewerkt. Het is de fysiotherapeute Irmgard Bartenieff geweest die deze categorie vanuit haar werk binnen de fysiotherapie verder vorm gaf. Integratief bewegen staat centraal bij Bartenieff. Het concept van interne lichaamsconnectiviteit is een unieke bijdrage van Bartenieff. Deze interconnectiviteit bestaat tussen zelf/zelf, zelf/anderen, en zelf/wereld. ‘Zelf’ moet hier opgevat worden als ‘embodied self’. Hackney studeerde vanaf haar 22e gedurende 15 jaar bij Bartenieff, tot het overlijden van Bartenieff’s in 1981. Bartenieff was toen 81 jaar oud.

Directe bewegingservaring

Voor Bartenieff was de directe ervaring van bewegen het belangrijkst. Bartenieff ging daarom zelden verbale discussies aan met kritische studenten/patiënten, maar zette altijd bewegen in om de student/patiënt het antwoord rechtstreeks te laten ervaren. Discussies werken vaak niet omdat datgene wat Bartenieff bedoelde vaak een vorm van pre-verbale lichaams- of bewegingskennis betrof. Een bewegingservaring die als het ware opgeslagen ligt in ons lichaam en ontdekt of herkend moet worden. Bartenieff’s werk leidt tot een andere manier van jezelf en de wereld waarnemen, door gebruik te maken van je ‘levende lichaam als één geheel’ (lichaam/geest/gevoelens). Het gaat hier dus om een vorm van geïntegreerd bewegen. De essentie van ‘leven’ is ‘bewegen’, vandaar dat Bartenieff bewegen als belangrijkste ingang neemt. Haar manier van lesgeven was actie georiënteerd: niet uitleggen, maar vooral doen en de bewegingservaring voor zich laten spreken. Ze kon bijvoorbeeld iets voordoen, dit niet nader uitleggen, en vervolgens gewoon zeggen: ‘doe het!’. Het voordoen was niet bedoeld om te imiteren, maar om iets te tonen of de ander qua bewegen opgang te brengen.

Dagelijkse bewegingscontext en bewegingskwaliteit

Bartenieff’s therapie (bewegingslessen) bestonden altijd uit totale lichaamsbewegingen en vonden zelden de gehele sessie in lig plaats. Het bewegen door de ruimte en het ervaren van lichamelijke vormveranderingen evenals en het inzetten van ‘effort variaties’ was juist, na wat werk in lig, gangbaar. Werken in lig is voor volwassenen vaak echter nodig om tijd te geven om ‘vroeg-(ontwikkelings)patronen’ te herontdekken. De echte verandering in de persoonlijke bewegingsfrasering gebeurt in het bewegen binnen een persoonlijke context in de echte wereld (voor volwassen is dit dus vaak staand en bewegend in de ruimte).
Effort, shape en space (uitleg van deze dynamische bewegingsfactoren volgt later) zijn ingangen tot neuromusculaire ’repatterning’. Vandaar dat Bartenieff elke les een wijde range in zowel (a) dynamiek variaties en (b) in ruimtelijke complexiteit aanbood. Deze werkwijze is een sleutelstrategie voor fysiotherapeuten richting neuromusculaire ’repatterning’ die past binnen de moderne principes van neuromodulatie en corticale motorische plasticiteit.
Ook bewegen met een duidelijke (ruimtelijke) bewegingsintentie is een centraal concept. Een heldere bewegingsintentie organiseert en coördineert oplossingen binnen de motoriek van de patiënt.

Fysiek en mentaal

Bartenieff was een van de grondleggers van de American Dance Therapy Association. Ze wist dat het observeren van bewegingen van zowel ons zelf of van anderen niet alleen fysieke informatie geeft, maar ook een belangrijke ingang is voor psychologische kennis. Vandaar dat ze als fysiotherapeute/danstherapeute ook met psychiatrische patiënt ging werken. Het gaat erom om open aandacht te schenken aan het menselijk bewegen, zowel lichamelijk als mentaal, zonder vooringenomenheid. Binnen PsychFysio opleidingen komt binnen de cursus ‘Dansante fysiotherapie’ echter het accent op musculoskeletale problematiek te liggen (al dan niet stress gerelateerd) en op neurologische aandoeningen.
Hackney vindt het een goed proces om de patiënt de ervaringen of inzichten te laten verbaliseren (uitspreken of opschrijven). Zo wordt datgene wat moeilijk te begrijpen is bewust gemaakt. Dit is een gangbaar therapeutisch correct proces. Bartenieff zelf deed dit echter nooit, maar keerde bij praten over de ervaring altijd weer terug naar het bewegen.

Patiënten motiveren te bewegen

Om ‘springen’ een effectieve lichaamstraining te laten zijn moet er een wens bij de patiënt zijn om te springen als een kind: echt springen met plezier! Dit past bij het concept van ‘happy-running’ waarbij het vitale ‘bouncen’ uit jeugdherinneringen weer motorisch wakker gemaakt wordt en weer voelbaar wordt in de actuele hardloop beweging. Formeel is dit: via ‘stemming’ een ‘effort kwaliteit’ wakker maken. Hackney gaat verder en stelt dat patiënten via verschillende routes geanimeerd kunnen raken om te bewegen: dat kan door:

  • het inzetten van de stem,
  • een dichterlijk beeld,
  • een aansprekende metafoor,
  • een proprioceptieve aanraking,
  • een principe horen en verkennen,
  • door het aanbieden van een duidelijke bewegingsfrasering tik, tik, tik…etc.

Bartenieff was tegen het oeverloos herhalen van bewegingen omdat dit de persoonlijke betrokkenheid ondermijnt die nodig is om de effort-energie (de intentie tot doorleeft bewegen) op te brengen waardoor de beweging feitelijk telkens echt opnieuw gerekruteerd wordt. Dus geen doodse herhaling maar elke keer opnieuw gecreëerd. Binnen één les werd de herhaling van een oefening daarom relatief beperkt, terwijl door een serie van lessen heen dezelfde oefening wel telkens terugkwam. Ook dit is een goed werkprincipe voor de fysiotherapeut.

Van ‘correctives’ naar ‘Fundamentals’

Aanvankelijk noemde ze haar methode midden jaren 60: ‘correctives’. Dat komt omdat Bartenieff in die tijd met poliopatiënten werkte en met patiënten met musculoskeletale problematiek. Deze mensen wilden hun bewegingsproblematiek verbeter of ‘corrigeren’. Het denken in scheiding tussen lichaam en geest was in die tijd ook nog erg prominent. Bovendien werd het bewegen nog niet massaal voor gezondheidsredenen gebruikt. Het intellect plaatste men in die tijd geïsoleerd in het hoofd, en de maatschappij was sterk prestatiegericht. Veel mensen waren psychologisch gezien erg op externe doelen gericht. Dit uitte zich lichamelijk in overbelasting van het bovenlichaam. Het bewegen was vanuit deze externe gerichtheid niet verbonden met de push vanuit het onderlichaam en niet verbonden met de reactiekrachten vanaf de grond. Maatschappelijk gezien was er een overidentificatie van ‘het zelf’ met het bovenlichaam en een des-identificatie van ‘het zelf’ van het onderlichaam.
Het aanpakken van deze ‘boven-onder splitsing’ was daaromvoor Bartenieff erg belangrijk, evenals het herontdekken van een relatie met het lichaamszwaartepunt, gronden, en het onderlichaam in beweging zetten. Vandaar haar nadruk op het onderlichaam en boven-onder connectiviteit via diagonale patronen. Ze wilde echter niet zozeer patiënten corrigeren als wel ze laten (her)ervaren wat voor mensen (bewegend)fundamenteel is. Eind jaren 60 noemt ze haar methode daarom: ‘fundamentals’.
Ze wilde haar methode niet systematiseren omdat, zo zei ze, zelf nog constant aan het leren was. Van jaar op jaar konden haar lessen dan ook verschillen. Er waren weliswaar een aantal kernprincipes, maar die heeft ze volgens Hackney nergens duidelijk geformuleerd.

Ontwikkelingsmotoriek en anatomie

In de vroege jaren 70 startte Bartenieff samen met Dori Lewis, met het schrijven van het boek ‘The art of body movement as a key to perception.’ Dit boek is in die versie nooit gepubliceerd. Hackney mocht hier commentaar op geven en veel citaten van Bartenieff vinden we in het boek van Hackney terug. Helaas werden veel waardevolle uitspraken uit het oorspronkelijke boek weggelaten in het uiteindelijk publiceerde boek van Bartenieef ‘Body movement: coping with the environment’. Dat is uitermate jammer omdat juist in het vroege boek Bartenieff laat zien hoe haar werk verweven was met vroege patronen van neurologische ontwikkeling; waaronder:

  • de vroegere reflexen,
  • de opricht reacties,
  • de evenwicht respons,
  • de adem,
  • centrum distale connectie,
  • spinale patronen,
  • homologe patronen,
  • homolaterale patronen,
  • contra-laterale patronen.

Bonnie Bainbridge Cohen, ooit een student van Bartenieff, heeft dit verder uitgewerkt.

Bartenieff sprak zelden tegen patiënten in anatomische termen, hoogstens besprak ze na aandringen een kinetische ketting in musculaire termen. Bewegend ervaren moest echter het antwoord geven. Ze gaf wel benige markeringspunten aan zodat patiënten konden voelen in welke regio er iets gebeurde. Zo besprak ze bijvoorbeeld kort de waaier van exorotatoren in de iliofemorale regio, maar liet daarna via locatie van trochanter en zitbeen de regio verkennen als twee benige markeringspunt die al bewegend hun spatiele relatie veranderen.

Bartenieff blonk ook uit om alles in gehelen te zien in plaats van geïsoleerde details. Ze kon altijd het geheel zien terwijl de delen hun waarde en interconnectiviteit behielden. Als fysiotherapeut missen we die vaardigheid nogal eens en neigen we naar geïsoleerd denken.

Opmerking samenvatter

Voor PsychFysio opleidingen heeft Marieke Delanoy (Certified Laban Movement Analyst) in samenwerking met Peter van Burken een achtdaagse cursus ontwikkeld om dansante elementen naar een fysiotherapeutische setting te brengen: Dansante fysiotherapie op basis van Laban/Bartenieff.

Bron: Hackney, P. (2002). Making connections: total body integration through Bartenieff fundamentals. London: Routledge.

Samenvatter: Peter van Burken
© www.PsychFysio.nl / drs. P. van Burken.

Meer over dit onderwerp bij Psychfysio

Gravatarfoto voor Peter van Burken

Peter van Burken

Dertig jaar ervaring als fysiotherapeut/psycholoog. Auteur van Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut en het boek Mindfulness en fysiotherapie. Initiator en docent Psychfysio opleidingen.

Reader Interactions

Om de twee weken 3-6 samenvattingen

Fysiotherapeut? ja nee

6000+ fysiotherapeuten ontvangen de nieuwsbrief.

Cursussen 2019

De Running Fysiotherapeut

5 dagen. Start 4 september 2019. Prijs 895,-...

Fysiopilates opleiding

9 dagen. Start 17 september 2019. Prijs 1295,-...

Dansante Fysiotherapie op basis van Laban/Bartenieff

8 dagen. Start 3 oktober 2019. Prijs 1295,-...

Motivational interviewing en oplossingsgericht coachen

3 dagen. Start 8 november 2019. Prijs 595,-...

Motorisch trainen bij musculoskeletale pijn – Extremiteiten –

4 dagen. Start 11 december 2019. Prijs: 875,-...

Cursussen 2020

Pijn- en Stressmanagement technieken

3 dagen. Start 7 januari 2020. Prijs 595,-...

Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut

5 dagen. Start 8 januari 2020. Prijs 875,-...

De Mindful Fysiotherapeut

8 dagen. Start 9 januari 2020. Prijs 1295,-...

Praktijk – Neurolinguïstisch Programmeren (NLP)

3 dagen. Start 13 januari 2020. Prijs 595,-...

Acceptance and Commitment Therapy bij pijn

3 dagen. Start 15 januari 2020. Prijs 595,-...

Motorisch trainen bij musculoskeletale pijn – Wervelkolom –

4 dagen. Data voorjaar 2020 volgen. Prijs 875,-...