Additional menu

Wat kan de Laban/Bartenieff Movement Analysis voor de fysiotherapeut betekenen?

In het huidige artikel zal een globaal overzicht gegeven worden van het raamwerk van de Laban/Bartenieff Movement Analysis, om aan te tonen dat binnen dit raamwerk er een aantal observeerbare bewegingselementen aanwezig zijn die een fysiotherapeut kunnen inspireren om een meer volwaardige blik op bewegen en herstel van bewegen te krijgen.

Wie waren Laban en Bartenieff?

Rudolf Laban (1879-1958) was een kunstenaar, architect, danser en choreograaf. Laban had een levenslange interesse in het bestuderen, beschrijven en werken met bewegen. Zijn aandacht ging niet alleen uit naar dans en het begeleiden van dansers, maar ook naar optimaal bewegen van arbeiders binnen een industriële setting en gymnastisch onderwijs voor kinderen. Laban heeft een raamwerk ontwikkeld om naar welk menselijk bewegen dan ook te kijken. Het raamwerk kan gebruikt worden om bewegen te beschrijven maar ook om disfunctioneel bewegen te analyseren en vanuit het raamwerk oefeningen aan te bieden die het bewegen weer optimaliseren.
Irmgard Bartenieff (1900-1981) was een belangrijke studente van Laban; danseres en tegelijkertijd ook een fysiotherapeute. Zij heeft het raamwerk van de Laban verder uitgewerkt. Vandaar dat men nu ook wel spreekt over de Laban/Bartenieff Movement Analysis. Het werk van Bartenieff is voor de fysiotherapie om vier redenen van belang:

  1. Zij werkt de categorie ‘body’ (de bewegingscategorie waar de fysiotherapeut het meest bekend mee is) meer systematisch en meer gedetailleerd uit. Bij Laban was dit globaal uitgewerkt.
  2. Ze benadrukt het belang van connectiviteit, integratie en bewegingsketens en geeft dit daadwerkelijk vorm in oefeningen. In die zin kan ze als modern beschouwd worden.
  3. Ze baseert haar werk (‘fundamentals’) op bekende motorische ontwikkelingsfasen.
  4. Zij wist het Laban/Bartenieff raamwerk expliciet een plaats te geven binnen een fysiotherapeutisch setting.

De onderdelen van het Laban/Bartenieff beweging analyses systeem

Laban-Bartenieff raamwerkHet Laban/Bartenieff beweging analyses systeem bestaat uit 6 categorieën, waarvan er 4 de basis uitmaakten: body, effort, shape en space. Men kort dit af met BESS. Later is dit aangevuld met ‘frasing’ en ‘relationschips’ tot een meer omvattend systeem. Belangrijk kenmerk van het systeem is dat de elementen onderling verbonden zijn en dus elkaar wederzijds beïnvloeden (zie fig). Hieronder volgt een korte typering van de zes categorieën:

1. Body

Bij de categorie body gaat het om de vraag: wat beweegt er lichamelijk en wat niet? Het betreft hier een totaalobservatie van zowel delen als gehelen als onderlinge constellaties. Bartenieff stelt in haar boek:
‘Een vaardige observator zal, in zijn eerste observaties, de volgende vragen nalopen ten aanzien van de lichaamsdelen in een bepaalde beweging:

  • Welke lichaamsdelen initiëren de beweging en wat is de sequentie van degene die volgen?
  • Worden ze geïnitieerd vanuit het centrum of vanuit de perifere delen van het lichaam?
  • Welke lichaamsdelen zijn actief of worden vastgehouden?
  • In welke mate zijn ze betrokken bij lichaamsdelen?
  • Leiden de bewegingen richting het lichaamscentrum of ervan weg?
  • Welke configuraties zijn gevormd?
  • Welke spierketens zijn erbij betrokken?
  • Wat werd gemist of overgeslagen?
  • Worden de lichaamsdelen simultaan of sequentieel gebruikt?
  • Worden de lichaamsdelen symmetrisch of asymmetrisch gebruikt?
  • Hoe wordt het zwaartepunt verschoven of vastgehouden?
  • Welke ondersteunende systemen worden ingezet om de centrale balans tijdens het totale proces te handhaven?
  • Hoe verhouden lichaamsdelen zich ten opzichte van het ademhalingsproces?]
  • Hoe is het lichaam ‘gegrond’?’

Aan deze lijst van vragen kan men zien dat de categorie ‘body’ inderdaad het bekende speelveld van de fysiotherapeut is. Tegelijkertijd kan men ook zien dat de observatie van Bartenieff meer vanuit ‘systeemperspectief’ plaatsvindt en minder vanuit het stuk-voor-stuk observeren van geïsoleerde regio’s. Dit kijken vanuit systeemperspectief is een waarnemingsvaardigheid die niet voor iedereen vanzelfsprekend is. Het is een vaardigheid die doorgaans via training aangeleerd moet worden. De fysiotherapeut moet zijn aandacht namelijk niet smal focussen en ‘serieel analyseren’, maar relatief breed houden en meer parallelwaarnemen, en patroonmatig analyseren (in ‘gestalten’). Populair gezegd moet de fysiotherapeut niet alleen de bomen maar vooral ook het bos weer gaan zien. Gelukkig is dit een ‘hersen-vaardigheid’ die trainbaar is.

Hiermee komen we direct op een belangrijk punt ten aanzien van de fysiotherapeutische behandeling en de patiënt. Binnen het raamwerk van de Laban/Bartenieff Movement Analysis wordt de patiënt aangemoedigd om nauwgezet en aandachtig te observeren wat er bij hem/haar zoal lichamelijk beweegt, op welke wijze beweegt, welke bewegingsconnecties er bestaan, en wat dit voor de patiënt betekent. Het mag duidelijk zijn dat deze interne aandacht niet voor elke patiënt vanzelfsprekend is. Veel patiënten zijn overmatig gericht op de buitenwereld en hebben een slecht ontwikkeld lichaamsbewust zijn. Vaak is ook het concentratievermogen in algemeen zin beperkt. We zien hier dat we feitelijk het bekende- en veel onderzochte terrein van ‘mindfulness’ betreden. Werken vanuit het raamwerk van Laban/Bartenieff is volledig consistent met de bevindingen vanuit het mindfulness onderzoek: de patiënt zal een bij voorkeur niet oordelende wijze van aandachtig observeren moeten ontwikkelen met tegelijkertijd compassie/begrip/geduld voor wat hij/zij in die observaties bij zichzelf tegenkomt. Zowel bij Laban/Bartenieff als bij mindfulness werkt men vanuit datgene wat er ‘is’ en niet vanuit datgene wat er ‘zou moeten zijn’.

Bartenieff fundamentals als onderdeel van categorie ‘body’

De ‘Bartenieff fundamentals werden ontwikkeld om de patiënt oefeningen te geven om ervaring op te doen van het lichaam in beweging met een bewustzijn van en waarom het zo beweegt.’
‘Er zijn zes basis oefeningen en ontelbare variaties en uitbreidingen. De zes worden als basis beschouwd omdat ze van toepassing zijn op alle activiteiten in zoverre dat ze betrekking hebben op de interne steun van het lichaam als het zich ontwikkeld in opgericht zijn. In die zin hebben ze dus betrekking op ‘centering’, dat wil zeggen, in staat zijn om je te verbinden met de bron van je kracht (steun) zelfs als je in beweging bent zodat de balans tijdens alle activiteiten behouden wordt. De oefeningen zijn misleidend simpel.’ (…) ‘Echter de activiteit binnen elke oefening wordt gepresenteerd in de context van het specifieke doel, de gewenste ervaring, opmerkingen over mogelijke misinterpretaties, en de meest voor de hand liggende functionele activiteiten. De eenvoudigste beweging bevat beide richtingen van een set van spieren: contractie en expansie in ofwel voorwaarts/achterwaarts of rechts/links of naar binnen of naar buiten draaiende bewegingen (flexie/extensie, abductie/adductie, interne/externe rotatie) (Bartenieff, 2002)’.
‘Diagonale verbindingen worden gemaakt door het op verschillende manieren combineren van drie spiergroepen in een driedimensionele beweging. Diagonale musculaire connecties in romp/ledematen bewegingen en de spatiele patronen die ze produceren zijn van primair belang in het begrijpen van:

  • balans tijdens het recht op staan;
  • de grote ‘shaping’ patronen tijdens het werk, sport, dans, etc.;
  • hoe verschillende vormen van bewegen de rest van het lichaam beïnvloeden;
  • de mate van betrokkenheid van het bovenlichaam- versus het onderlichaam in draaiingen rond de verschillende assen van het lichaam;
  • initiatie in totale lichaamsacties, of dit nu van de bovenste units of lagere units of beide tegelijk plaatsvindt;
  • de rol en de significantie van de rotatoire elementen in de armen, benen en hun segmenten, in de torso en in torso/ledematen combinaties bij ‘schroeven, draaien, diagonale paden, circulaire en ronde bewegingsvormen. (Bartenieff, 2002)’

‘Connectiviteit verwijst naar de dynamische uitlijning van de gewicht dragende structuren, het skelet, zowel in beweging als in stilstand. Het staat de bewegingsflow toe zich te verplaatsen door het lichaam op een manier dat complete activatie op de meest efficiënte wijze wordt bereikt – zonder onnodige uitputting of stress. Het is overbodig te zeggen dat de benen, de armen en het hoofd ‘verbonden’ zijn aan de romp, de voet aan het onderbeen, de arm aan het schoudergewricht, etc., maar een connectiviteit behelst meer dan spieren die over gewrichten lopen om twee botten aan elkaar te verbinden. Het is de geactiveerde keten, configuraties van connecties, die het bewegingsproces sturen. (Bartenieff, 2002)’

Omdat Bartenieff de categorie ‘body‘ verder heeft uitgewerkt besteden we daar in een ander artikel meer aandacht aan.

Effort-catagorie-totaal2. Effort

Bij ‘effort’ gaat het om het observeren, analyseren, en trainen van de verschillende effort kwaliteiten in het bewegen. In de figuur hiernaast vind u de volledige notatie van ‘effort’. Effort staat voor de persoonlijke inzet waarmee men de beweging uitvoert. Effort reflecteert de attitude die men heeft om al dan niet energie in de beweging te investeren en op welke wijze de patiënt dat doet. En net zoals de patiënt kracht of mobiliteit kan verliezen kan de patiënt ook inleveren op effort kwaliteiten in het bewegen. De variabiliteit en de gepaste afstemming van het bewegen qua functie of expressie vermindert daardoor. Monotonie en ingeperktheid kan ontstaan en bijvoorbeeld chronische pijn daarmee onderhouden. Binnen de categorie ‘effort’ onderscheidt men de volgende vier effort factoren:

(a) Flow,
(b) Gewicht (weight),
(c) Tijd,
(d) Ruimte.

Elke effort factor bestaat uit twee polen. Ze worden effort kwaliteiten of effort elementen genoemd. De 8 verschillende effort kwaliteiten kunnen in combinaties van tweetallen, drietallen of viertallen in het bewegen voorkomen en geven daarmee het bewegen een heel specifieke ‘kleuring mee zowel qua functionaliteit als expressiviteit.

Flow-effort(a) Flow Effort

Flow effort betreft het aspect van ‘continuïteit’ in de beweging. Het betreft de actieve intentie en instelling die men heeft ten aanzien van de voortgang van de beweging. Het betreft niet de voortgang van de beweging zelf, die is immers per definitie altijd in een beweging aanwezig, maar de intentie of ‘bezieling’ die er in het stromen van de beweging ligt. Het heeft vooral te maken met de mate van vrijheid in de beweging. Flow kent de volgende twee polen: free flow ( vrije flow) en bound flow (gebonden flow).
freeflowFree flow kenmerkt zich door uitstromen, vloeiend, loslaten, vloeibaar. Free flow is vrij en laat zich minder snel plotseling stoppen. Het is relatief zonder weerstand, de beweging gaat zijn eigen weg. Men heeft vertrouwen en geeft zich over aan de beweging. Als men een grote wand wit schildert ligt er veel free flow in. Het bewegen van een patiënt in een vrolijke bui die zich veilig voelt kenmerkt zich mogelijk door free flow.
boundflow-effortBound flow kenmerkt zich door controle, beheersing voorzichtigheid, ingetogen. Als men het kozijn vlak langs het glas moet schilderen ligt hier veel bound flow in. Een patiënt die zich niet op zijn gemak voelt, of een patiënt waarbij er innerlijke problematiek is die hij wil ‘verbergen’ kenmerkt zich qua bewegen waarschijnlijk door bound flow. Een evenwichtsoefening waarbij de patiënt zich nog erg onzeker voelt kan ook gekenmerkt worden door bound flow. Ook veel chronisch pijn patiënten of bijvoorbeeld een parkinsonpatiënt kenmerkt zich in zijn bewegen door bound flow. Bound flow kan functioneel zijn, maar ook de vrijheid en creativiteit uit het bewegen halen, en daarmee de gezonde dosis aan bewegingsvariabliteit reduceren.

Weight-effort(b) Weight effort

Weight effort betreft de innerlijke actieve attitude of intentie betreffende de mate dat men het gewicht van het lichaam bij het bewegen inzet. Twee personen kunnen het zelfde gewicht hebben en toch beweegt de ene persoon met lichtheid en de andere beweegt zware log. Dus met ‘absoluut’ gewicht heeft het niets te maken.
Light-weight-effortLight weight kenmerkt  zich door luchtigheid en is bijvoorbeeld delicaat of fijn gevoelig. Sommige patiënten landen na een sprong met lichtheid en nagenoeg onhoorbaar. Sommige obese patiënten kunnen met verassende lichtheid bewegen. Soms, als men stabilisatietraining doet waarbij de fysiotherapeut en de patiënt beide aan een stok trekken beweegt de patiënt te licht voor de taak. Een voetballer die, al dan niet na revalidatie, met light weight een duel in het veld aangaat raakt binnen de kortste keren weer geblesseerd.
Strong-weight-effortStrong weight kenmerkt zich door bewegen dat krachtig, impactvol, stevig is. Sommige patiënten landen met een zware doffe dreun. Veel bodybuilders drinken hun pilsje in een houding alsof ze een gewicht van 30 kg vasthouden. Veel chronische vermoeidheidspatiënten kenmerken zich enerzijds door een gebrek aan inzetten van gewicht voor een activiteit, tegelijkertijd kenmerken zich door veel passief gewicht; ze hangen in de stoel en staan op uit de stoel alsof ze een gigantisch gewicht moeten gaan dragen. Het is bijna een cliché maar patiënten die veel te dragen hebben, en dat vanuit hun aard ook gewend zijn, staan, lopen, tillen alles met strong weight. Zelfs het spreken kan zich door strong weight kenmerken. Dit zijn vaak pijnpatiënten die een hoge algehele spiertonus hebben.
Men onderscheidt ook passive weight in twee vormen. De innerlijke attitude van de patiënt is nu dat hij de zwaartekracht de actieve kracht laat zijn; ze geeft zich over of gewonnen. Er zijn twee vormen van ‘limp’ dat gekenmerkt wordt door zwak, fladderig en (b) ‘heavy’ dat gekenmerkt wordt door totale collaps, en hopeloosheid. Sommige pijnpatiënten kan men, vooral als er melancholie of theatraal lijden/slachtofferrol aanwezig, frequent horen zuchten met veel passive weight: het is alsof ze leeglopen qua energie. Hier raken we direct het belang van effort elementen tijdens de fysiotherapie, want constant bewegen vanuit passive weight (spreken en zuchten is ook bewegen) is niet alleen expressie van de belabberde innerlijke toestand, maar creëert en onderhoud die ‘energieloze’ toestand ook. Er is genoeg onderzoek dat aantoont dat de lichaamshoudingen ook de psyche beïnvloeden. De patiënt dit laten herkennen en hier veranderingen in aanbrengen is een delicaat, mindful, en vaak langdurig proces, wat respectvol moet plaats vinden, maar het kan enorm positief uitwerken.

Time-effort(c) Time effort

Via time effort drukt de patiënt zijn attitude ten aanzien van ‘de tijd’ uit. Het gaat niet zo zeer om de feitelijke duur van de beweging maar om de innerlijke attitude. Zo kan ‘nog een paar minuten voor vertrek’ met verschillende bewegingsattitudes benaderd worden: ‘gehaast’ of met nog ‘alle tijd van de wereld’. Bij patiënten kan men deze kwaliteit in het bewegen ook gemakkelijk waarnemen. Mensen functioneren het best als ze in een omgeving werken die qua ‘tijd’ past bij hun aard. Iemand die bij voorkeur ontspannen en langzaam beweegt en graag ‘de tijd neemt’ zal het op ‘de beursvloer’ moeilijk krijgen. Een fysiotherapeut die meer van het type ‘quick silver’ is zal ‘mindful masseren’ een bijna ondragelijke uitdaging vinden. Twee mensen die een tegengestelde time effort hebben kunnen als volgt op elkaar reageren: de een zegt ‘schiet toch eens op!’, de ander zegt ‘zit me niet zo op te jagen!’ Zoals altijd geldt: een patiënt heeft meer bewegingsvrijheid naarmate hij/zij meer polen van de effort-factoren getraind en voor bewegen beschikbaar heeft.
Sustained-time-effortSustained kenmerkt zich door kalm aan, geleidelijk, treuzelend, voortrollend.
De patiënt beweegt alsof hij alle tijd heeft. Kalm en rustig. Zoals elke effort element kan dit functioneel maar ook disfunctioneel zijn. Als de patiënt rustig en kalm een zwaar object gaat tillen is sustained time effort functioneel. Als de patiënt struikelt en vanuit sustained effort reageert zal hij/zij waarschijnlijk vallen.
Sudden-time-effortSudden kenmerkt zich door urgent, vlug, plotseling, staccato.
De patiënt beweegt alsof er tijdsdruk is. De patiënt komt misschien gehaast binnen rennen. Sudden is functioneel als de patiënt een ei dat van het aanrechtblad afrolt wil opvangen. Sudden is disfunctioneel als de patiënt tijdens de balanstraining in de ‘diagonale bewegingsschaal’ van Laban door te veel sudden time-effort bijna achterover valt.

Space-effort(d) Space effort

Met space effort drukt de patiënt (bewust of onbewust) in zijn bewegen zijn/haar attitude uit ten aanzien van de aandacht in de ruimte. Het gaat er niet om waar de patiënt precies zijn aandacht in de ruimte heeft, maar meer of de aandacht ‘open en breed’ is of juist ‘smal en gefocused’. Beide kwaliteiten zijn in het bewegend aanwezig zijn te observeren. Binnen Laban Movement Analysis wordt dit indirect space effort en direct space effort genoemd. Interessant is dat binnen het aandachts- en mindfulness onderzoek men spreekt van open monitoring (OM) en focused attention (FA). Deze twee verschillende vormen van aandacht worden vanuit verschillende neurologische structuren aangestuurd. Deze kwaliteiten zijn sterk verbonden met de wijze van denken.
Indirect-space-effortIndirect space effort kenmerkt zich door multi-focus, flexibele aandacht, gewaar zijn rondom, alles meenemend.
De patiënt weet tijdens zijn team wedstrijden blessures te voorkomen door indirect space effort. Daardoor anticipeert en reageert de patiënt adequaat op de dynamische ‘gevaarlijke’ omgevingssituaties. Op een ander moment kan indirect space effort disfunctioneel zijn. Bijvoorbeeld als de patiënt heel precies moet gaan voelen hoe een bekkenbeweging, aangezet vanuit de voet, doorwerkt in de wervelkolom.
Direct-space-effortDirect space effort kenmerkt zich door single-focused, één puntige aandacht, gekanaliseerd, als een laser, pinpointed.
Direct space effort is functioneel als de patiënt een mikbeweging oefent. Direct space effort is disfunctioneel als de patiënt zijn reactie vermogen traint en snelle ballen moet zien te vangen die uit volkomen onverwachte hoeken komen.

(3) Shape en (4) Space

Shape en space worden in een ander artikel uitgewerkt. Om het model rond ‘body, effort, shape en space’ compleet te maken geven we hier een korte toelichting.
Shape: bij shape gaat het om de lichaamsvorm en vormveranderingen. Staat de patiënt stokstijf of uitgezakt rond? Dit benaderd ‘houdingsinstructies’ binnen de fysiotherapie.
Space: is een uitermate belangrijke categorie. Bij deze categorie kijkt de fysiotherapeut onder andere waar de bewegingen in de ruimte naar toe gaan. Hier zien we de bewegingsrange, de bewegingsvariabiliteit of bewegingscreativiteit die de patiënt heeft. Het mag duidelijk zijn dat een chronische pijnpatiënt corticaal gezien niet meer het bewegingspotentieel heeft om de gehele bewegingsruimte (kinesfeer) te benutten (zelf als de gewrichtsmobiliteit dit wel zou toestaan). De patiënt roteert bijvoorbeeld niet meer met de romp, brengt de armen nooit meer boven de 90 graden etc. Een restrictie in bewegingsruimte en dus in de categorie ‘space’. Dansante fysiotherapie kan hier op eenvoudig wijze voor de patiënt veel betekenend zijn.

Opmerking

Voor PsychFysio opleidingen heeft Marieke Delanoy (Certified Laban Movement Analyst) in samenwerking met Peter van Burken een achtdaagse cursus ontwikkeld om dansante elementen naar een fysiotherapeutische setting te brengen: Dansante fysiotherapie op basis van Laban/Bartenieff.

Auteur/copy rights: Peter van Burken (2015)

Meer over dit onderwerp bij Psychfysio

Gravatarfoto voor Peter van Burken

Peter van Burken

Dertig jaar ervaring als fysiotherapeut/psycholoog. Auteur van Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut en het boek Mindfulness en fysiotherapie. Initiator en docent Psychfysio opleidingen.

Reader Interactions

Om de twee weken 3-6 samenvattingen

Fysiotherapeut? ja nee

6000+ fysiotherapeuten ontvangen de nieuwsbrief.

Cursussen 2019

De Running Fysiotherapeut

5 dagen. Start 4 september 2019. Prijs 895,-...

Fysiopilates opleiding

9 dagen. Start 17 september 2019. Prijs 1295,-...

Dansante Fysiotherapie op basis van Laban/Bartenieff

8 dagen. Start 3 oktober 2019. Prijs 1295,-...

Motivational interviewing en oplossingsgericht coachen

3 dagen. Start 8 november 2019. Prijs 595,-...

Motorisch trainen bij musculoskeletale pijn – Extremiteiten –

4 dagen. Start 11 december 2019. Prijs: 875,-...

Cursussen 2020

Pijn- en Stressmanagement technieken

3 dagen. Start 7 januari 2020. Prijs 595,-...

Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut

5 dagen. Start 8 januari 2020. Prijs 875,-...

De Mindful Fysiotherapeut

8 dagen. Start 9 januari 2020. Prijs 1295,-...

Praktijk – Neurolinguïstisch Programmeren (NLP)

3 dagen. Start 13 januari 2020. Prijs 595,-...

Acceptance and Commitment Therapy bij pijn

3 dagen. Start 15 januari 2020. Prijs 595,-...

Motorisch trainen bij musculoskeletale pijn – Wervelkolom –

4 dagen. Data voorjaar 2020 volgen. Prijs 875,-...