Additional menu

Wat is fundamenteel bij bewegen?

De motorische ontwikkelingssequentie

Hackney beschrijft de volgende (motorische) ontwikkelingssequentie. In de baarmoeder is er al beweging; rollen, draaien, en veranderen. Warm en één met de moeder: harmonie overheerst.
Direct buiten de baarmoeder start het ademhalen met een totaal patroon van expansie (vullen en groter worden) en inkrimpen en versmallen van het lichaam, afgestemd op de innerlijke lichaamsimpuls. Heelheid, ongedifferentieerde eenheid en synchroon met zichzelf zijn is nu aanwezig, evenals nabijheid van de moeder.
Bewegingen radierend vanuit de core (navel regio) ontstaan als een ‘uitreiken’ en weer ‘terugtrekken’ richting de core (het centrum). Het centrum als verbinding. Deze vroege interne lichaamsconnecties worden in patronen neergelegd als bewegend ‘vrijlaten’ en ‘inbinden’ of ‘groeien’ en ‘inkrimpen’ van de bewegende lichamelijke vorm. (Bewegings)relaties, en daarmee ‘zijnsrelaties’, ontstaan in deze periode eerst relatief naar zichzelf, maar ook al naar de wereld. Het zijn totaal bewegingen: een patroon van totaal het lichaam openen en sluiten. Bijvoorbeeld: ‘Ik keer naar binnen als ik op mijn buik lig en open naar buiten als ik op mijn rug lig.’
Het patroon van flexie en extensie verschijnt meer prominent: het geflecteerde been kietelen geeft strekking, het gestrekte been kietelen geeft flexie. Het is een eerste voorbereiding op gewicht verplaatsen voor lopen. De primaire reflexen zijn aan het werk als stuwend fundament onder de zich ontwikkelende motoriek.
Wat eens één geheel was wordt gaandeweg meer gedifferentieerd. Elke nieuwe differentiatie in bewegen biedt nieuwe mogelijkheden voor creatief bewegend interacteren met de omgeving. De posturele reflexen helpen bij het bewegen door de ruimte en de oprichtreflexen onderhouden de relatie met zwaartekracht. Het verticaal in de wereld zijn, dat gaandeweg verschijnt, opent nieuwe mogelijkheden. Het op de onderarm steunen en het gewicht vrijgeven aan de grond en tegelijkertijd jezelf afzetten tegen de grond (yielding and pushing) zorgt dat de baby al steunend de wereld in kan kijken.

Deze enorme progressie vindt ongeveer in het eerste levensjaar plaats en vervolgens gaat de ontwikkeling door van liggen naar zitten, van kruipen en staan, van lopen naar rennen, en springen. Als we uiteindelijk in staat zijn om bijvoorbeeld een sprong van vreugd in de lucht te maken dan ligt hierin de voorgaande ontwikkelingsreeks besloten. Vele lagen van het zelf (fysiek, emotioneel en ruimtelijk georiënteerd) zijn in de sprong geïntegreerd aanwezig. In ons ligt als het ware zowel de baby in de baarmoeder besloten als degene die de vreugdesprong maakt.

De ontwikkelingsprogressie verloopt van:

  • Eenheid: ongevormde eenheid van het zelf met omgeving,
  • Differentiatie: zeer stadium specifieke differentiaties,
  • Heelheid: re-integratie van onze gedifferentieerde delen en vervolgens interacteren met de wereld vanuit de heelheid die we zijn.

Door dit proces als volwassene weer te doorlopen ontdekken we weer wat fundamenteel is in bewegen.

Drie fundamentele gegevenheden bij bewegen

  1.  Verandering. De essentie van bewegen is immers een verandering.
  2. Relaties/connecties. Verandering is altijd relationeel, ten opzichte van iets. Als we bewegen maken we dus altijd connectie zowel binnen onszelf als tussen onszelf en de wereld. In het ICF verschijnt dit relationele bewegen op telkens hogere hiërarchische niveaus als we het accent verplaatsen van stoornis, naar activiteiten, en naar participatie niveau.
  3. Patronen van lichaamsconnecties ontstaan uit het verbonden bewegen. Dit is de neuromusculaire ‘opslag’.

We bespreken ze hieronder in omgekeerd volgorde.

Patronen van lichaamsconnecties

We leggen al bewegend connecties binnen ons eigen lichaam. Deze opgeslagen patronen of kaarten worden door ons neuromusculaire systeem ontwikkeld en gebruikt om bewegingssequenties uit te voeren. Het vormt de habituele organisatie van bewegingsrelaties binnen het lichaam en de (bewegings)relaties met andere mensen en de omgeving. Bernstein spreekt van een synergieniveau controle structuur en van een ruimtelijk niveau controle structuur ten aanzien van het organiseren van bewegingen. En elk niveau heeft een eigen neurologische organisatie. Zie: Intern gerichte aandacht en bewegingsinstructie kan de bewegingsuitvoering verbeteren
Sommige patronen zijn meer biologisch ingebouwd, zoals de primitieve reflexen, de opricht reacties, de evenwicht respons en de hieronder genoemde ontwikkelingsstadia, andere (functionele en disfunctonele) patronen ontstaan meer vanuit gewoontevorming. Hopelijk hebben we tijdens de ontwikkelingssequenties de fundamentele patronen van totale lichaamsconnectiviteit verworven en hebben we die tot onze beschikking voor efficiënt functioneel en expressief bewegen. De fundamentele connectieve patronen zijn:

  1. Adem.
  2. Centrum-distale connectiviteit.
  3. Hoofd-staart connectiviteit (spinaal).
  4. Boven-onder connectiviteit.
  5. Lichaams-helft connectiviteit.
  6. Cross-laterale connectiviteit.

De fundamentele patronen van totale lichaamsconnectiviteit vormen de basis (modellen) voor andere patronen van bewegingssrelaties/connectie. Zijn deze patronen niet aanwezig dan beïnvloedt dit de verdere ontwikkeling van de patiënt nadelig in zowel fysieke als ook in psychologische zin.
Elk fundamenteel patroon van lichaamsconnectiviteit representeert een primair niveau van ontwikkeling (en ervaren), en is relationeel ten aanzien van het zelf, de ander en de wereld.

Zelfs bij het wakker worden kunnen we de sporen van de sequentie herkennen:

  1. Adem; geeuwen.
  2. Centraal-distale connectiviteit. Uittrekken.
  3. Hoofd-staart connectiviteit (spinaal). Rug strekken en bewegen.
  4. Boven-onder connectiviteit. Gaan zitten en afzetten tot staan.
  5. Lichaams-helft connectiviteit. Zijwaarts naar beneden om een slipper aan te trekken.
  6. Cross-laterale connectiviteit. Naar de badkamer lopen.

Relaties/connecties

Het vermogen om verbindingen (connecties) te creëren begint ‘thuis’ in ons eigen lichaam. Echter alles wat we leren over ‘verbinden’ kan ook vertaald worden naar de verbindingen met andere mensen en de wereld.

Of we het willen of niet, we maken als uniek wezen altijd deel uit van een groter geheel: de ander(en) en de wereld. Voor elke relatie zijn er dus drie entiteiten: bijvoorbeeld jezelf, de ander en de dyade. Bij drie mensen zijn er zeven entiteiten. Net als het brein functioneren we dus als mens in een web van associaties. Op microniveau zijn er (veranderende) patronen van (bewegings- en belevings-) relaties binnen onszelf en aan het andere uiterste, op macroniveau, zijn er (veranderende) patronen van verbondenheid met het universum. Daartussen ligt bijvoorbeeld het gezin, de familie, de werkorganisatie et cetera.

Bewegingsrelatie als metafore brug naar andere levensgebieden

Een grote metafore sprong: het is aannemelijk dat het ontwikkelen en waarderen van relaties binnen het lichaam een spin-off heeft naar andere levensgebieden. Stel dat we leren door een aanpassing rond het bekken de romp en armen meer vrijheid te geven. Dan kan deze kennis, als verworven ‘bewegingsrelatie techniek’ misschien ook inspireren om dingen die vastzitten op een ander levensgebied te veranderen en vrijheid te creëren. Simpel gezegd: als de patiënt leert hoe relaties in het lijf of bewegen vastzitten maar ook veranderbaar zijn en merkt hoe die veranderingen dan doorwerken in het hele lichaamssysteem dan kan dit inzicht en deze bevrijding een metafore brug vormen naar het aanbrengen van veranderingen op andere levensgebieden. In die zin is het metafoormodel van NLP hier toepasbaar: probleem gebied  metafoorgebied  terugvertaling probleem gebied. Het mag duidelijk zijn dat we hier meer het terrein van de psychosomatisch fysiotherapeut betreden en psychomotore therapeut.

Een ander fysiotherapeutisch perspectief

Om de patiënt meer gevoelig te maken voor de verschillende niveaus in relationeel bewegen kan men:

  1. Benadrukken vooral te werken met de onderlinge verbinding tussen de lichaamsdelen in plaats van een lichaamsdeel te fixeren waartegen de ander beweegt (klassieke fysiotherapie).
  2. Erkennen dat de delen van het lichaam (en het zelf) zowel gescheiden en tegelijkertijd ook levend en onderling verbonden zijn. Als één deel verandert moet de rest mee veranderen.
  3. Bewegen doceren als een relationeel fenomeen in plaats van geïsoleerd werken aan grotere gewrichtsmobiliteit of het aanleren van een uiterlijke bewegingssequentie zonder daar innerlijk mee verbonden te zijn: zoals bij extern opgelegd rechtop staan.

Geïsoleerde gewrichtsmobilisaties of extern ‘gedicteerde’ motorische vaardigheidstraining hebben nog wel een plaats binnen de fysiotherapie, maar worden niet als het eind of belangrijkste niveau gezien. Belangrijker is de (bewegings)relatie met grotere gehelen (lichaamsdelen onderling, lichaam en zelf, en lichamelijk bewegen en wereld). Meer heel worden, is de focus. Als we hier spreken over bewegingsrelaties dan moet dit niet sec biomechanisch-anatomisch opgevat worden. Dit is weliswaar een belangrijk fundament, maar het ‘levend’ bewegen betreft als het ware ‘bezielde’ bewegingsrelaties: bewegen als een fysiek-cognitief-emotioneel fenomeen altijd in relatie staand tot een ‘ik’, de ander en de wereld.

Eenheid versus heelheid

Pas als we de onderlinge relaties van de bewegende lichaamsdelen gaan ervaren kan het integratieproces ( van differentiatie naar integratie) plaatsvinden. De delen co-creëren dan een geheel. Hackney reserveert de term ‘eenheid’ om te verwijzen naar het grotere geheel voordat de differentiatie plaatsvond (een soort symbiose). Ze reserveert de term integratie om te verwijzen naar het grotere geheel (‘heelheid’) na de differentiatie. Integratie behoudt de integriteit van de (bewegende/lichaams)delen, maar plaatst ze in een participerend groter geheel. De onderliggende fundamentele patronen kunnen, als ze beschikbaar zijn, gekozen worden voor een groter geheel van bewegen. Bij de ene beweging ligt het accent misschien meer op transvers-spiralende patronen, bij een andere beweging ligt het accent misschien meer op adem. Het ritme in het veranderen van de patronen zorgt voor een ritme in ‘exertion-recuperation’ op lichaamsniveau. We komen daarop terug.

Verandering als vaste basis

De enige constante zekerheid die we hebben is dat niets het zelfde blijft. Deze creatieve onzekerheid is de solide plaats van waaruit wij als fysiotherapeut kunnen werken. Het tijdens de training leren waarderen van de constante veranderende relaties in beweging en eisen, is misschien wel de meest ‘grondige’ training voor de basis intelligentie. De huidige volwassen bewegingspatronen zijn te veranderen door de vroegere patronen weer te ‘bezoeken’, te her-ontdekken. Het betreft hier niet een des-inhibitie naar vroegere patronen zoals we bij CVA zien, maar het benutten van de functionele sporen van vroegere ‘natuurlijke’ bewegingspatronen die nu eenmaal binnen het zenuwstelsel opgeslagen liggen, om actuele volwassen bewegen te ondersteunen. Je zou kunnen zeggen dat het actuele bewegen, wat misschien corticaal/rationeel aangestuurd wordt dan meer ondersteuning krijg vanuit natuurlijk aangelegde bewegingspatronen. Deze patronen zijn meer totale lichaamspatronen en meer onderling verbonden via het lichaamscentrum. Meer bewegen vanuit deze gehelen kan bijvoorbeeld musculoskeletale overbelasting tegengaan.

Opmerking samenvatter

Voor PsychFysio opleidingen heeft Marieke Delanoy (Certified Laban Movement Analyst) in samenwerking met Peter van Burken een achtdaagse cursus ontwikkeld om dansante elementen naar een fysiotherapeutische setting te brengen: Dansante fysiotherapie op basis van Laban/Bartenieff.

Bron: Hackney, P. (2002). Making connections: total body integration through Bartenieff fundamentals. London: Routledge.

Samenvatter: Peter van Burken
© www.PsychFysio.nl / drs. P. van Burken.

Meer over dit onderwerp bij Psychfysio

Gravatarfoto voor Peter van Burken

Peter van Burken

Dertig jaar ervaring als fysiotherapeut/psycholoog. Auteur van Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut en het boek Mindfulness en fysiotherapie. Initiator en docent Psychfysio opleidingen.

Reader Interactions

Om de twee weken 3-6 samenvattingen

Fysiotherapeut? ja nee

6000+ fysiotherapeuten ontvangen de nieuwsbrief.

Database met 1225+ artikelen

Cursussen 2020

Pijn- en Stressmanagement technieken

3 dagen. Start 7 januari 2020. Prijs 595,-...

Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut

5 dagen. Start 8 januari 2020. Prijs 875,-...

De Mindful Fysiotherapeut

8 dagen. Start 9 januari 2020. Prijs 1295,-...

Dansante Fysiotherapie op basis van Laban/Bartenieff

8 dagen. Start 11 januari 2020. Prijs 1295,-...

Praktijk – Neurolinguïstisch Programmeren (NLP)

3 dagen. Start 13 januari 2020. Prijs 595,-...

Acceptance and Commitment Therapy bij pijn

3 dagen. Start 15 januari 2020. Prijs 595,-...

Fysiopilates opleiding

9 dagen. Start 28 januari 2019. Prijs 1295,-...

De Running Fysiotherapeut

5 dagen. Start 6 mei 2020. Prijs 895,-...

Motivational interviewing en oplossingsgericht coachen

3 dagen. Start 22 mei 2020. Prijs 595,-...

Motorisch trainen bij musculoskeletale pijn – Wervelkolom –

4 dagen. Start 3 juni 2020. Prijs 875,-...