Additional menu

13-12-Vroege achteruitgang in functioneren bij ouderen op sporen TUG of smartphone_316582547

Vroege achteruitgang in functioneren bij gezonde ouderen opsporen

Er zijn verschillende klinische meetinstrumenten waarmee we functionele achteruitgang bij ouderen objectief in kaart kunnen brengen. Zoals de 30 sec Chair Stand (30CST) en de Timed Up and Go (TUG) test. Daarnaast zijn er met de komst van de smartphone ook steeds meer geïnstrumenteerde meetinstrumenten zoals stappentellers, versnellingsopnemers en gyroscopen. Nu blijkt uit een studie waaraan 160 ouderen tussen 61 en 70 jaar meededen dat zowel de standaard klinische als geïnstrumenteerde meetinstrumenten ook vroege tekenen van functionele achteruitgang van relatief gezonde en fitte ouderen kunnen oppikken.

Aan het begin van de studie werd aan de ouderen gevraagd een vragenlijst met 32 items over het functioneren binnen de Activiteiten van het Dagelijks Leven (ADL) in te vullen. Dit instrument, Late-Life Function and Disability Instrument (LLFDI), geeft inzicht in het fysiek functioneren en participeren van ouderen met vragen als: hoeveel moeite kost het u om een bepaalde activiteit te doen zonder hulp van iemand anders en zonder hulpmiddel? De items worden gescoord op een vijfpuntsschaal: van niet in staat (1) tot geen moeite (5). Een hogere totaalscore betekent een beter fysiek functioneren of minder beperkingen in participatie.

Om de deelnemers te verdelen in twee groepen (hoge mate van fysiek functioneren en zeer hoge mate fysiek functioneren) namen de onderzoekers de mediaan van alle verzamelde totaalscores op de LLFDI. De ouderen die een score hoger dan de mediaan hadden, werden ingedeeld in de fysiek sterkste groep. De ouderen die een score lager dan de mediaan hadden, vielen in de iets minder fysiek sterke groep.

De vraag was of de 30CST, de TUG en een smartphone app de mensen die in hoge mate fysiek functioneerden, dus die een hoge score op de LLFDI hadden, konden onderscheiden van diegenen die iets minder goed functioneerden. En of de app dat dan beter deed dan de standaard klinische testen.

Bij de 30CST zaten de deelnemers in een stoel, ze kregen de instructie om gedurende dertig seconden zo snel als ze konden herhaaldelijk op te staan en weer te gaan zitten. De onderzoeker telde het aantal herhalingen. Bij de TUG moesten de deelnemers opstaan uit een stoel, drie meter lopen, draaien, weer terug lopen en gaan zitten. Met een stopwatch werd opgenomen hoe lang dat duurde.

De deelnemers voerden de 30CST en de TUG uit met een smartphone op hun onderrug ter hoogte van L5 bevestigd. Sensoren in een app in de telefoon namen versnellingen en rotatiesnelheid over anteroposteriore, mediolaterale, and verticale assen waar. De 30CST werd verdeeld in twee subfases: zitten naar staan en staan naar zitten. De TUG werd in vier fases verdeeld: zitten tot lopen, lopen, 180 graden draaien en draaien om te gaan zitten. De smartphone kan meer facetten van de bewegingen objectief meten dan de standaard testen, zoals de duur van elke fase, de intensiteit, en hoe vloeiend de beweging in elke fase is. Met andere woorden, de app geeft inzicht in de kwaliteit van de uitvoering van de test en de deelbewegingen tijdens de uitvoering van een functionele test.

De 30-s Chair Stand Test

De meest fitte groep bleek beter te scoren op de 30CST. Het aantal herhalingen van opstaan en gaan zitten was hoger dan in de iets minder fitte groep. Van de alle facetten van de beweging die met de smartphone gemeten waren tijdens de 30CST, bleek dat de meest fitte ouderen minder voorwaartse romprotatie hadden tijdens het gaan zitten bij de 30CST. Meer voorwaartse romprotatie tijdens het gaan zitten kan te maken hebben met minder spierkracht.

Daarnaast stond de fitste groep sneller op. De tijd die nodig is om op te staan vanuit een stoel zegt iets over de dynamische balans en is een maat voor de power, dus de kracht waarover je snel kan beschikken om tegen de zwaartekracht in op te kunnen staan. Hoe sneller, hoe groter de spierkracht.

Verder toonde de meest fitte groep minder variabiliteit in de verschillende fasen van zit naar stand. Dat wil zeggen: elke herhaling duurde ongeveer even lang. Terwijl de herhalingen in de fysiek minder sterke groep meer variatie vertoonden in de duur van zit naar stand. De 30CST is niet alleen een maat voor de spierkracht, de test zegt ook iets over het uithoudingsvermogen in de onderste extremiteit. Een grotere variabiliteit in de duur van de zit-naar-stand fase kan een gevolg zijn van vermoeidheid en spierzwakte.

Timed Up and Go test

De TUG voerden de meest fitte ouderen significant sneller uit dan de minder fysiek fitte groep. Op de smartphone app was te zien dat ze in twee deelaspecten van de test sneller waren. Namelijk bij het lopen en bij het draaien voor de stoel om te gaan zitten. De loopsnelheid is een belangrijke graadmeter voor de algemene gezondheid bij ouderen. Het draaien voor de stoel om te gaan zitten, vereist een goede motorische planning als voorbereiding op het gaan zitten. Wanneer dit moeite kost en langer duurt, kan dat wijzen op cognitieve problemen bij ouderen.

Onderscheidend vermogen

Het onderscheidend vermogen van een test heeft altijd een waarde tussen 0,5 (geen onderscheidend vermogen) en 1 (een perfecte test). Het onderscheidend vermogen van de standaard klinische meting van de 30CST was net zo groot als die van de smartphone app, namelijk 0,68. Dat gold ook voor de standard klinische meting van de TUG. Met de smartphone app was het onderscheidend vermogen van de TUG 0,66.

Met andere woorden: standaard klinische meetinstrumenten kunnen net zo goed vroege functionele achteruitgang opsporen bij gezonde ouderen tussen 61-70 jaar als geïnstrumenteerde metingen, opgenomen met een smartphone.

Dat neemt niet weg dat geïnstrumenteerde meetinstrumenten een objectiever beeld en meer klinisch relevante informatie geven over hoe iemand de specifieke taak of deeltaken uitvoert. Met een sensor kun je bijvoorbeeld apart meten hoe lang de dynamische fase tijdens het gaan staan duurt. Deze wordt door spierkracht bepaald.

Bron: Coni, A., Van Ancum, J.M., Bergquist, R., Mikolaizak, A.S., Sabato Mellone, S., Chiari, L., Maier, A.B., Pijnappels, M. (2019). Comparison of Standard Clinical and Instrumented Physical Performance Tests in Discriminating Functional Status of High-Functioning People Aged 61–70 Years Old. Sensors, 19, 449

Foto bij artikel door Halfpoint / Shutterstock

Samenvatter: Shanty Sterke
Redactie: Peter van Burken.

Meer over dit onderwerp bij Psychfysio

Gravatarfoto voor Peter van Burken

Peter van Burken

Dertig jaar ervaring als fysiotherapeut/psycholoog. Auteur van Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut en het boek Mindfulness en fysiotherapie. Initiator en docent Psychfysio opleidingen.

Reader Interactions

Om de twee weken 3-6 samenvattingen

Fysiotherapeut? ja nee

6000+ fysiotherapeuten ontvangen de nieuwsbrief.

Cursussen 2020

Pijn- en Stressmanagement technieken

3 dagen. Start 7 januari 2020. Prijs 595,-...

Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut

5 dagen. Start 8 januari 2020. Prijs 875,-...

De Mindful Fysiotherapeut

8 dagen. Start 9 januari 2020. Prijs 1295,-...

Dansante Fysiotherapie op basis van Laban/Bartenieff

8 dagen. Start 11 januari 2020. Prijs 1295,-...

Praktijk – Neurolinguïstisch Programmeren (NLP)

3 dagen. Start 13 januari 2020. Prijs 595,-...

Acceptance and Commitment Therapy bij pijn

3 dagen. Start 15 januari 2020. Prijs 595,-...

Fysiopilates opleiding

9 dagen. Start 28 januari 2019. Prijs 1295,-...

De Running Fysiotherapeut

5 dagen. Start 6 mei 2020. Prijs 895,-...

Motivational interviewing en oplossingsgericht coachen

3 dagen. Start 22 mei 2020. Prijs 595,-...

Motorisch trainen bij musculoskeletale pijn – Wervelkolom –

4 dagen. Start 3 juni 2020. Prijs 875,-...