Additional menu

Verbeelding als interventie ondersteunt verandering in gezondheidsgedrag

Nu de prevalentie van chronische niet-overdraagbare ziektes wereldwijd toeneemt, komt er steeds meer aandacht voor de gedragsmatige aspecten die een rol spelen bij het ontstaan van deze ziektes. Wetenschappers zoeken daarom naar gedragsmatige interventies om het gezondheidsgedrag te beïnvloeden. Het inzetten van mentale verbeelding is daar een voorbeeld van. Eerder schreven we al een aantal artikelen over het inzetten van mentale verbeelding binnen de fysiotherapie. Onderzoeken naar deze interventies laten echter verschillende uitkomsten in de effecten zien; lopend van geen tot groot effect. Misschien komt dat omdat de onderzoeksmethoden sterk verschillen wat betreft duur, dosis, inhoud en onderzoekspopulatie.

Er is veel variatie in de definitie van mentale verbeelding in de literatuur. Een overeenkomst in alle definities is dat verbeelding de mentale representatie van een toekomstige gebeurtenis, actie of taak betreft. Het doel is meer voorbereiding op- en meer motivatie voor een toekomstige gebeurtenis. Verbeeldingsinterventies betreffen bewust gestuurde visualisaties van specifieke gebeurtenissen, acties of uitkomsten, inclusief bijkomende gevoelens en reacties. Meestal vinden mentale verbeeldingsinterventies plaats onder eigen regie en gestuurd door interne cues, maar het kan ook door anderen worden begeleid. Bovendien kan het in groepen aangeboden worden.

Theorieën en mechanismes van mentale verbeelding

Er zijn verschillende theorieën om het effect van mentale verbeelding te verklaren. Onderzoekers noemen (a) de elaborated intrusion theory, waarbij verbeelding een onbewuste invloed zou hebben op bijvoorbeeld verslavingsgedrag en (b) het bio-informationele model waarbij de verbeelding de relaties versterkt tussen mentale verbeelding, het emotioneel geheugen en de fysiologische responsen. Een andere theorie is dat de verbeelding (c) de link tussen gedachten en doelgerichte acties versterkt, of (d) dat het mentaal oefenen van acties een neuronaal effect heeft en zo het volhouden van het gedrag verbetert.

In RCT’s naar het effect van mentale verbeeldingsinterventies zijn de volgende gezondheidsgedragingen onderzocht: alcoholconsumptie, participatie in fysieke activiteit, gezond eten en stoppen met roken. De uitkomsten van deze losse onderzoeken zijn zoals gezegd wisselend. Daarom willen de auteurs in deze meta-analyse een kwantitatieve synthese van de effectiviteit van de mentale verbeeldingsinterventies op gezondheidsgedrag en onderzoeken of de variabiliteit in de uitkomsten te verklaren is.

Methode

In de meta-analyse werden studies over mentale verbeeldingsinterventies geïncludeerd die de effecten ervan op gedragsmatig, psychologisch en fysiologisch vlak onderzochten. Deze studies moesten als uitkomst een aspect van gezondheidsgedrag hebben, zoals fysieke activiteit, gezond eten of alcoholconsumptie. De methodologische kwaliteit werd vastgelegd door middel van een meetinstrument gebaseerd op twee vragenlijsten (Downs 1998 en Higgins 2011).

Resultaten

Er voldeden 26 studies met 33 individuele datasets aan de inclusiecriteria. De meest genoemde onderliggende theorie was het mentale simulatie paradigma (Taylor 1998), dat er vanuit gaat dat het mentaal verbeelden van situaties de mogelijkheid geeft oplossingen voor mogelijke problemen of obstakels te vinden, ruimte geeft om alternatieven te proberen en bijkomende emoties te onderzoeken.

Zeventien studies richtten zich op het vergroten van de fysieke activiteit. Interventies gericht op fysieke activiteit waren bijvoorbeeld het verbeelden van het doen van lichte oefeningen of een zwaar trainingsprogramma. De groep mensen die deze mentale verbeeldingsinterventie kregen werden vergeleken met een groep mensen die informatie kreeg, een irrelevante verbeeldingstaak moest uitvoeren of die geen interventie ondergingen.

Uit analyse van de resultaten bleek dat mentale verbeeldingsinterventies tot kleine maar significante positieve veranderingen leiden; in het gedrag, de intentie, de ervaren controle en de attitude. Op fysiologische uitkomsten (bv gewicht of hartfrequentie na 4 of 5 weken) hadden de interventies een klein tot matig effect.

Er was -zoals verwacht- een grote heterogeniteit tussen de studies. Analyse van de moderators liet zien dat verbeeldingsinterventies een groter effect hadden op gezondheidsgedrag bij mensen die ouder zijn dan bij studenten. Ook was het effect groter bij gedetailleerde instructies en bij studies die na de eerste mentale verbeeldingsinterventie een follow-up hadden, zoals het bijhouden van een verbeeldings-dagboek of het ontvangen van sms-berichten. Bij studies die langer duurden en bij studies met een hogere score op methodologie waren de resultaten ook beter. Op gedragsmatig en fysiologisch gebied waren de effecten groter dan op psychologisch vlak.

Conclusie en samenvatting

De auteurs concluderen dat deze resultaten het positieve effect van mentale verbeeldingsinterventies op het gezondheidsgedrag ondersteunen, met name als er gedetailleerde instructies worden gegeven. Een andere moderator was de leeftijd van de participanten; bij studenten bleek het effect van de mentale verbeeldingsinterventie minder groot dan wanneer de deelnemers wat ouder waren. De auteurs hebben hier twee mogelijke verklaringen voor. Eén is dat oudere mensen mogelijk beter zijn in het verbeelden van toekomstige gebeurtenissen omdat de frontale hersenregio’s beter ontwikkeld zijn. Een andere mogelijke verklaring is dat studenten minder gemotiveerd waren om mee te doen aan de testen. Verder bleek een grote individuele variatie in het effect van de mentale verbeeldingsinterventie. Uit onderzoek blijkt dat mensen sterk verschillen in hoe ze verbeeldingskracht effectief kunnen gebruiken, wat het effect van deze interventie kan beïnvloeden. Fysiotherapeuten kunnen mentale verbeelding inzetten ter ondersteuning van gezondheidsgedragsveranderingen. Binnen de cursus Praktijk NLP wordt hier aandacht aan besteed.

Bron: Conroy, D., Hagger, M.S.(2018). Imagery Interventions in Health Behavior: A Meta-Analysis. Health Psychol. Jul;37(7):668-679

Foto bij artikel door tomertu / Shutterstock

Samenvatter: Marjolein Streur
Redactie: Peter van Burken.

Meer over dit onderwerp bij Psychfysio

Gravatarfoto voor Peter van Burken

Peter van Burken

Dertig jaar ervaring als fysiotherapeut/psycholoog. Auteur van Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut en het boek Mindfulness en fysiotherapie. Initiator en docent Psychfysio opleidingen.

Reader Interactions

Om de twee weken 3-6 samenvattingen

Fysiotherapeut? ja nee

6000+ fysiotherapeuten ontvangen de nieuwsbrief.

Database met 1225+ artikelen

Cursussen 2020

Pijn- en Stressmanagement technieken

3 dagen. Start 7 januari 2020. Prijs 595,-...

Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut

5 dagen. Start 8 januari 2020. Prijs 875,-...

De Mindful Fysiotherapeut

8 dagen. Start 9 januari 2020. Prijs 1295,-...

Dansante Fysiotherapie op basis van Laban/Bartenieff

8 dagen. Start 11 januari 2020. Prijs 1295,-...

Praktijk – Neurolinguïstisch Programmeren (NLP)

3 dagen. Start 13 januari 2020. Prijs 595,-...

Acceptance and Commitment Therapy bij pijn

3 dagen. Start 15 januari 2020. Prijs 595,-...

Fysiopilates opleiding

9 dagen. Start 28 januari 2019. Prijs 1295,-...

De Running Fysiotherapeut

5 dagen. Start 6 mei 2020. Prijs 895,-...

Motivational interviewing en oplossingsgericht coachen

3 dagen. Start 22 mei 2020. Prijs 595,-...

Motorisch trainen bij musculoskeletale pijn – Wervelkolom –

4 dagen. Start 3 juni 2020. Prijs 875,-...