Van fysieke inspanning valt de patiënt af, maar hoeveel is erg variabel

Reductie van overgewicht is een belangrijk thema voor de gezondheid. Ook binnen de fysiotherapie is dit van belang. De auteurs van dit overzicht artikel stellen dat er een relatief stabiele relatie is tussen de mate van energieverbruik en de hoeveelheid calorieën intake per dag: naar mate men meer doet eet men meer, als men weer minder doet eet men wat minder. Deze relatie blijkt alleen te gelden bij mensen die matig tot zware fysieke inspanningen leveren. Bij een zittende leefstijl is de relatie zelfs omgekeerd: naar mate men minder doet eet men meer. Het linker deel van deze U-curve is erg belangrijk omdat onze huidige leefstijl gekenmerkt wordt door inactiviteit.

Fysieke activiteit en gewichtscontrole

Enerzijds krijgt men van formele bronnen het advies meer te bewegen (en minder te eten) als het gaat om afvallen bij overgewicht, anderzijds ziet men in de media koppen die suggereren dat fysieke inspanning geen zin heeft en zelfs dik maakt. Die laatste boodschap past natuurlijk perfect in het straatje van iemand die geen zin heeft actief te worden. Deze boodschap is echter niet correct. Het is afdoende bewezen in langlopende grootschalige gecontroleerde onderzoeken dat er een dosis-afhankelijke relatie is tussen fysieke activiteit en afvallen. Wel is het zo dat doorgaans het gewichtsverlies iets minder is dan men op basis van het energie gebruik zou voorspellen.

Adipocentrisch model en energie homeostase model van eetlust regulatie

Er zijn twee algemeen bekende modellen rond eetlust regulatie:

  1. Het adipocentrische model stelt dat eetlust wordt bepaald door de hoeveelheid vetweefsel. Vetweefsel stuurt het honger gevoel en daarmee het constant blijven van het lichaamsgewicht. Leptine zou hier een belangrijke rol bij spelen. Het is een lipostatisch signaal dat het brein informeert over de toestand van de lichaamsenergie opslag.
  2. Het energie homeostase model benadrukt de enorme stabiliteit van lichaamsgewicht in de tijd. Voor een deel is die stabiliteit vaak heel precies, maar gezien de wereldwijde epidemie van overgewicht is dit geen robuust fysiologisch mechanisme. Een energierijke voedingsomgeving (obesogene omgeving), zoals in alle modern ontwikkelde landen, heeft een dominante invloed op gewichtstoename en is sterker dan een fysiologisch homeostatisch energie mechanisme. Al met al lijkt er geen sprake te zijn van een stevig homeostatisch mechanisme die de stabiliteit van het gewicht garandeert. Vooral een energierijke omgeving in combinatie met een culturele ‘ideologie van consumptie’ zorgt dat gedragsmatig overeten gemakkelijk ontstaat en tot overgewicht leidt.

De rol van vetvrije massa en het basaal metabolisme

In de jaren 50-60 dacht men dat voedsel inname gereguleerd werd door twee centra in de hypothalamus: innamen stimulerend en inhiberend. Dit blijkt echter een te simplistisch model. Een recent model beschrijft hoe eetlust gereguleerd wordt door interactie tussen enerzijds adipeus weefsel (en prominente adipokines) en anderzijds perifere episodische signalen van intestinale peptiden zoals ghrelin, cholecystokinine (CCK), insuline, glucagon-like=peptide-1 (GLP-1), peptide tyrosine-tirosine (PYY), amyline en oxyntomoduline. De auteurs pleiten er echter voor om ook dit recente model uit te breiden met de bevindingen over de relatie tussen fysieke inspanning en energie balans. Tegenwoordig kan men diverse relaties tegelijk meten, bijvoorbeeld de relaties tussen: maaltijd grootte, dagelijkse voedsel inname, en bijvoorbeeld lichaamscompositie (vet massa en vetvrije massa). Daaruit bleek dat de dagelijkse energie inname in belangrijke mate bepaald werd door de vetvrije massa en de maaltijdgrootte. En dus niet door de vetmassa zoals het adipocentrische model veronderstelt. Deze bevinding is relevant voor de energie balans want vetvrije massa is de primaire determinant van het basaal metabolisme, en het basaal metabolisme is de grootse component (60-70%) in het dagelijkse energie verbruik. Het basaal metabolisme blijkt een belangrijke voorspeller voor de keuze in grootte van een maaltijd, dagelijkse energie inname, en intensiteit van het honger gevoel. Het adipocentrische model moet dus aangevuld worden met een rol voor vetvrije massa en het basaal metabolisme.
De auteurs stellen dat onder normale gewichtscondities de vetmassa een inhiberende invloed uitoefent op voedsel inname, maar dat deze tonische inhibitie beïnvloed wordt door de insuline- en de leptine sensitiviteit. Bij overgewicht daalt echter de inuline- en de leptine sensitiviteit waardoor de rem op de energie opname vanuit het vetweefsel minder goed werkt. Het opstapelende vet wordt gaandeweg minder effectief in het remmen van de eetlust.

Studies naar het effect van fysieke training op energie inname

Als men gedurende twee maanden meer dan 800 kcal per dag boven de energie behoefte inneemt, komt men aan. Deze toename in gewicht wordt echter enigszins geremd door een toename in gedragsmatige activiteit: non-exercise activity thermogenesis (NEAT). Belangrijk is echter dat de individuele variabiliteit tussen mensen qua NEAT erg groot is zodat sommige mensen veel en andere weinig aankomen bij 800 kcal overconsumptie. Dit is een voorbeeld van hoe energie inname het energie verbruik beïnvloedt. Andersom geldt dat energie verbruik de energie inname beïnvloedt. Dit ontstaat niet binnen één dag, maar na een paar dagen verhoogde fysieke inspanning neemt de energie inname wel enigszins toe. Als men 16 dagen lang een toename heeft in fysieke training (energie verbruik) dat treedt er een compensatoire toename in energie inname op tussen de 0%-60%: de compensatie in toegenomen energie inname verschilt dus sterk van persoon tot persoon. Deze variatie ziet men ook bij beweegprogramma’s bij mensen met overgewicht of obesitas. In twaalf weken training (5 dagen per week) verliest men gemiddeld 3,3 kg. De variabiliteit in gewichtsverlies tussen personen is echter enorm: sommigen verliezen 14,7 kg terwijl anderen zelfs 1,7 kg aankomen. Dat laatste heeft overigens vooral te maken met een toename in vetvrijemassa. Deze grote variabiliteit in gewichtsverlies bij beweegprogramma’s wordt ook in ander onderzoek bevestigd.

Fysieke training en eetlust regulatie

Fysieke training heeft op de middellange termijn (ongeveer 12 weken) een tweeledig effect op de eetlust. Enerzijds verhoogt het de honger in de ochtend, anderzijds versterkt het het verzadigingsgevoel door het verhogen van de postprandiale (na de maaltijd) sensitiviteit voor de ingenomen voedingsstoffen. Dit geldt voor iedereen, terwijl het effect op ochtend-honger erg variabel is. Deze effecten op eetlust worden veroorzaakt doordat fysieke training een effect heeft op ghrelin, GLP-1, en PYY.
Op de langtermijn verhoogt fysieke training de vetvrijemassa en verlaagt het de vetmassa. Door de vetvrijemassa toename neemt het basaal metabolisme toe en daarmee het basale honger gevoel. De afname in vetmassa leidt tot een betere postprandiale regulatie van de eetlust. Dit komt onder andere door een toename in insuline- en leptine sensitiviteit. Duurtraining leidt zo tot een toegenomen sensitiviteit van het eetlust regulatie mechanismen. Dit betekent dat de energie opname beter is afgestemd op het energie verbruik.

Opmerking samenvatter

Dit artikel maakt duidelijk dat een ogenschijnlijk eenvoudige relatie tussen bewegen en afvallen, vrij complex van aard is en dat er bovendien veel individuele variabiliteit is. Het advies aan de patiënt dat meer bewegen helpt om gewicht te reguleren, blijft echter onverminderd van kracht. Vooral het feit dat fysieke training de verhouding vetvrije massa en vetmassa gunstig beïnvloedt zal een fysiotherapeut op (minimaal) twee manieren aanspreken: enerzijds leidt de toename in vetvrije massa tot een verhoging van het basaal metabolisme en anderzijds is de toename in spiermassa gunstig voor het verminderen van musculoskeletale problematiek.

Gewicht regulatie is een belangrijk leefstijl onderwerp voor fysiotherapeuten. Zie ook:

Blundell, J. E., Gibbons, C., Caudwell, P., Finlayson, G., & Hopkins, M. (2015). Appetite control and energy balance: impact of exercise. Obes Rev, 16 Suppl 1, 67-76.

Meer van Psychfysio

Dertig jaar ervaring als fysiotherapeut/psycholoog. Auteur van Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut en het boek Mindfulness en fysiotherapie. Initiator en docent Psychfysio opleidingen.

Zin in een leuke en boeiende cursus?

Kijk dan hier voor inspiratie!

" 2750+ tevreden fysiotherapeuten gingen je voor. "

Database met 1225+ artikelen

Nieuwsbrief

Voorjaar 2020

Motorisch trainen bij musculoskeletale pijn – Wervelkolom –

4 dagen. Start 3 juni 2020. Prijs € 875,-...

Najaar 2020

Fysiopilates opleiding

9 dagen. Start 1 september 2020. Prijs € 1295,-...

De Running Fysiotherapeut

5 dagen. Start 2 september 2020. Prijs € 895,-...

De Mindful Fysiotherapeut

8 dagen. Start 3 september 2020. Prijs € 1295,-...

Praktijk – Neurolinguïstisch Programmeren (NLP)

3 dagen. Start 4 september 2020. Prijs € 595,-...

Acceptance and Commitment Therapy bij pijn

3 dagen. Start 8 september 2020. Prijs € 595,-...

Rustig uitgevoerde aandachtsvolle beweging op de grond.

Belevingsgericht lichaamswerk binnen de fysiotherapie

5 dagen. Start 19 september 2020. Prijs € 895,-...

Jong danspaar bezig met grondwerk.

Dansante Fysiotherapie op basis van Laban/Bartenieff

8 dagen. Start 8 oktober. Prijs € 1295,-  ...

Pijn- en Stressmanagement technieken

3 dagen. Start 3 november 2020. Prijs € 595,-...

Data volgen

Motorisch trainen bij musculoskeletale pijn – Extremiteiten –

4 dagen. Start najaar 2020. Prijs: € 875,-  ...

Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut

5 dagen. Start voorjaar 2021. Prijs € 875,- Inschrijven...