Additional menu

Subgroep lage rugklachten beter te behandelen met specifieke oefentherapie dan algemene

Oefeningen worden bij subacute rugpijn bijna altijd aanbevolen, zowel in de praktijk als in richtlijnen, maar over de effectiviteit van algemene versus specifieke oefeningen bij subacute lage rugpijn is nog weinig bekend. Lage rugpijn is een multifactorieel biopsychosociaal pijnsyndroom, met in de meeste gevallen geen duidelijk aanwijsbare oorzaak. De heterogeniteit van patiënten met aspecifieke lage rugpijn maken de behandeling ervan uitdagend. Verschillende reviews pleiten voor een behandeling gericht op subgroepen om het resultaat te verbeteren. Recente onderzoeken laten zien dat spinale manipulatieve therapie effectief is voor subgroepen patiënten, maar wel als onderdeel van een uitgebreider behandelplan en niet geïsoleerd. De voordelen van manuele therapie zijn pijnvermindering en functieverbetering.
In dit RCT gebruiken de onderzoekers een sub-classificatiemodel (O’Sullivan), waarbij mensen worden ingedeeld op de onderliggende mechanismes van hun klacht die van belang zijn voor succesvol herstel. Eén van de subgroepen is movement control impairment (MCI). Mensen in deze subgroep verergeren de pijn uit door disfunctionele fysieke en cognitieve compensaties, die dan aanhoudende pijn veroorzaken. Er bestaan klinische tests om deze subgroep te onderscheiden. Deze mensen hebben een beperking in de bewegingscontrole, wat de onderliggende factor is bij de pijn. Omdat deze mensen hun bewegingen niet goed kunnen controleren, kunnen ze onbewust hun pijnklachten verergeren.
Het doel van deze studie is om bij de subgroep met MCI het effect van (a) individueel aangepaste oefentherapie gecombineerd met manuele therapie te vergelijken met (b) een combinatie van algemene oefentherapie en manuele therapie.

Methode

Deelnemers aan het onderzoek hadden aspecifieke lage rugpijn gedurende minstens 6 weken, waren fysiek in staat om te oefenen, hadden geen depressieve klachten, hadden een lage score voor kinesiofobie (gemeten op de Tampa Schaal voor Kinesiofobie) en waren in staat om nieuwe motorische taken te leren (gemeten op de Motor Control Abilities Questionnaire (MCAQ). Verder moesten de deelnemers een positieve score hebben op minstens 2 van de 6 testen voor MCI.
De deelnemers werden ingedeeld in twee groepen; de een kreeg specifieke oefeningen, de andere algemene. Ze kregen allemaal 5 behandelsessies van 45 minuten in 3 maanden. In de algemene groep kregen de deelnemers oefeningen onder leiding van een fysiotherapeut, met progressie binnen de 5 sessies. De belangrijkste doelen van het behandelprogramma waren het verbeteren van fysiek functioneren en zelfvertrouwen bij het belasten van de rug. De algemene therapie richtte zich met name op de abdominale en paraspinale spiergroepen zonder specifieke activatie van de diepe spieren.
De mensen in de specifieke trainingsgroep kregen individueel vastgestelde oefeningen en daarnaast bewegingscontrole in zit, op handen en knieën en in stand. De doelen bij deze therapie waren het verbeten van de controle van de individuele specifieke bewegingen, fysiek functioneren en vertrouwen bij het belasten van de rug.
De grootste verschillen tussen de twee interventiegroepen was het individueel, sensomotorisch en cognitief leren van de precisie van de oefening. In de specifieke groep leerden de deelnemers ook hoe ze hun lumbale wervelkolom moesten bewegen en controleren in relatie tot hun heupen en thoracale wervelkolom. Het niveau van sensomotorisch en neurocognitief functioneren was bij de specifieke groep aanzienlijk hoger.
De deelnemers hielden een dagboek bij van de activiteiten die ze per dag uitvoerden.

De primaire uitkomstmaat was het fysiek functioneren, gemeten op de Roland-Morris Disability Questionnaire RMDQ (Roland & Morris, 1983)

Secundaire uitkomstmaten waren:

  • Patient-Specific Functional Scale (PSFS; Lehtola 2013)
  • Oswestry Disability Index (ODI; Fairbank 1980)
  • Movement control tests (Luomajoki 2007)
  • Absentie van werk
  • Andere behandelvormen
  • Pijnmedicatie
  • Patiënttevredenheid.

Resultaten

Na randomisatie werden 35 mensen ingedeeld in de specifieke groep en 35 in de algemene. 64 mensen hebben het volledige traject van 3 maanden deelgenomen. 61 mensen waren na 12 maanden nog beschikbaar voor follow-up. Na drie maanden was de score op de RMDQ significant beter in de specifieke groep dan in de algemene groep. In de specifieke groep had 87,1% van de mensen 50% minder beperkingen, in de algemene groep was dat 54,5%. Na 12 maanden was dit effect in stand gebleven en bleek dat 93,3% van de mensen van de specifieke groep 50% minder functioneringsproblemen had en 77,4% van de algemene groep.
Beide groepen verbeterden significant op de PSFS en de ODI, maar tussen de groepen was geen significant verschil. Na 12 maanden scoorde de specifieke groep significant beter op zelfgerapporteerd functioneren en hadden de mensen in deze groep minder pijnstillers nodig. Op de overige uitkomstmaten waren geen significante verschillen tussen de groepen.

Opmerkingen samenvatter

Uit deze studie blijkt dat mensen met subacute lage rugklachten met de subgroep MCI allemaal vooruitgingen door een vorm van oefentherapie gecombineerd met manuele therapie, maar dat meer mensen baat hebben bij een specifiek gerichte oefeningen dan bij algemene oefeningen.

Bron: Lehtola, V., Luomajoki, H., Leinonen, V., Gibbons, S., Airaksinen, O. (2016). Sub-classification based specific movement control exercises are superior to general exercise in sub-acute low back pain when both are combined with manual therapy: A randomized controlled trial. BMC Musculoskelet Disord. Mar 22;17:135.

Foto bij artikel door Undrey / Shutterstock.

Samenvatter: Marjolein Streur
Redactie: Peter van Burken.

Meer over dit onderwerp bij Psychfysio

Gravatarfoto voor Peter van Burken

Peter van Burken

Dertig jaar ervaring als fysiotherapeut/psycholoog. Auteur van Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut en het boek Mindfulness en fysiotherapie. Initiator en docent Psychfysio opleidingen.

Reader Interactions

Om de twee weken zes samenvattingen

Fysiotherapeut? ja nee

6000+ fysiotherapeuten ontvangen de nieuwsbrief.

Database met 1225+ artikelen

Cursussen 2020

Pijn- en Stressmanagement technieken

3 dagen. Start 7 januari 2020. Prijs 595,-...

De Mindful Fysiotherapeut

8 dagen. Start 9 januari 2020. Prijs 1295,-...

Dansante Fysiotherapie op basis van Laban/Bartenieff

8 dagen. Start 19 maart. Prijs 1095,- Inschrijven...

Praktijk – Neurolinguïstisch Programmeren (NLP)

3 dagen. Start 13 januari 2020. Prijs 595,-...

Fysiopilates opleiding

9 dagen. Start 28 januari 2020. Prijs 1295,-...

De Running Fysiotherapeut

5 dagen. Start 22 april 2020. Prijs 895,-...

Motivational interviewing en oplossingsgericht coachen

3 dagen. Start 22 mei 2020. Prijs 595,-...

Acceptance and Commitment Therapy bij pijn

3 dagen. Start 26 mei 2020. Prijs 595,-...

Motorisch trainen bij musculoskeletale pijn – Wervelkolom –

4 dagen. Start 3 juni 2020. Prijs 875,-...

Data volgen

Motorisch trainen bij musculoskeletale pijn – Extremiteiten –

4 dagen. Start najaar 2020. Prijs: 875,- Inschrijven...

Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut

5 dagen. Start voorjaar 2021. Prijs 875,- Inschrijven...