A baseball pitcher throws during a baseball game.

Risicofactoren voor schouderklachten bij bovenhandse sporters

Schouderklachten zijn de meest voorkomende klachten bij sporters. Bij honkballers zijn 12-19% van de blessures schouderblessures en bij zwemmers is dit tussen 23-38%. Bovenhandse atleten maken veelvuldige schouderbewegingen met een hoge snelheid en extreme range of motion, wat leidt tot een hoger risico op schouderblessures. Door deze belasting kunnen er structurele veranderingen optreden in het schoudergewricht, zoals bijvoorbeeld een afgenomen endorotatie beweging en een afname van de totale range of motion in de schouder. Dit kan uiteindelijk leiden tot een retroversie van de humeruskop. De schouderkracht speelt ook een rol; een afname van de endo- en exorotatiekracht ratio wordt gezien bij de bovenhandse atleet. Dyskinesie van de scapula komt veelvuldig voor en kan ook een oorzaak zijn van schouderklachten. Vooral een afname van de opwaartse rotatie van de scapula is vaak aanwezig bij honkbalpitchers, net als een toegenomen anteriore tilting van de scapula bij zwemmers.

Therapeuten zijn vaak op zoek naar strategieën om blessure te voorkomen. Om het juiste programma in te zetten is het van belang om te beginnen met het analyseren van de diverse risicofactoren per sport. Er zijn een aantal reviews uitgevoerd die dit hebben onderzocht voor schouderklachten bij zwemmers, dit zijn echter onderzoeken met een te kleine onderzoekspopulatie om daar een goede conclusie aan te kunnen verbinden. Het doel van dit onderzoek is om de risicofactoren te analyseren voor het ontstaan van schouderklachten bij bovenhandse atleten, in vergelijking met atleten die geen bovenhandse sport beoefenen.

Methode

De PRISMA checklist is gehanteerd om de kwaliteit van deze systematische review te waarborgen. Er is een literatuuronderzoek uitgevoerd, waarbij Pubmed en Scopus zijn geraadpleegd. Om te worden geïncludeerd, diende de studie prospectief te zijn en minimaal één mogelijke risicofactor te beschrijven die geassocieerd is met schouderklachten bij een bovenhandse atleet. Onder de bovenhandse sporten vallen volleybal, handbal, basketbal, zwemmen, waterpolo, honkbal, badminton en tennis. Artikelen zijn geëxcludeerd als ze niet aansloten bij het doel van de studie, traumatische schouderklachten vallen hier ook onder. De kwaliteit van de geïncludeerde artikelen is getoetst met de ‘Modified Coleman Methodology Score’. Uiteindelijk zijn er 25 artikelen geïncludeerd.

Resultaten

De 25 geïncludeerde artikelen gingen over zes verschillende sporten; honkbal (11), handbal (6), zwemmen (3), volleybal (2), tennis (1) en basketbal  (1). De leeftijd van de deelnemers lag tussen 7-36.6 jaar, 17 onderzoeken hadden alleen mannen onderzocht en 7 hadden zowel mannen als vrouwen onderzocht.

Uit de analyse van de resultaten zijn een aantal intrinsieke en extrinsieke risicofactoren naar voren gekomen voor het ontwikkelen van schouderklachten bij de bovenhandse sporters. De intrinsieke factoren zijn: een voorgeschiedenis met schouder pijn (met en zonder schouderblessure), range of motion en mate van flexibiliteit van de schouder, spierzwakte en disbalans tussen agonist/antagonist, scapulaire dyskinesie, aantal jaren van sportbeoefening, BMI, geslacht, leeftijd en niveau van sportbeoefening. De extrinsieke factoren zijn: positie in het veld, verschil tussen wedstrijd en training, trainingsbelasting en frequentie van wedstrijden.

Discussie

Alle bovenstaande factoren kunnen van invloed zijn op het ontwikkelen van schouderklachten en dienen daarom meegenomen te worden in een preventieplan. Glenohumerale stijfheid richting endorotatie die leidt tot posteriore schouderstijfheid, komt veel voor bij atleten na een training. In eerdere onderzoeken is beschreven dat een endorotatie beperking tot 20 graden acceptabel is, maar een ander onderzoek heeft aangetoond dat een beperking van 13 graden een zes keer zo groot risico vormt op schouderklachten bij honkballers. De sleepers stretch oefening kan hierbij worden ingezet om de endorotatie mobiliteit te verbeteren. Een overmatige exorotatiebeweging tijdens een sportspecifieke beweging kan worden opgevangen door proprioceptieve oefeningen en motor control oefeningen, zodat dit kan worden voorkomen.

Als er sprake van een scapulaire dysfunctie, kunnen er twee soorten veranderingen optreden; een verandering van de rekbaarheid of een veranderd motorisch patroon. Rekken van de pectoralis minor kan ingezet worden om het scapulair bewegen te normaliseren, net als oefeningen met een dynaband om het scapulair bewegen te verbeteren.

De focus zou bij bovenhandse sporters moeten liggen op het versterken van de exorotatoren (concentrisch en excentrisch) en endorotatoren (excentrisch) om de stabiliteit van de humerus kop te verbeteren bij bovenhandse bewegingen. Ook is het van belang om de sportbelasting te optimaliseren en dan vooral aandacht te hebben op de frequentie van wedstrijden en de intensiteit van de trainingen. Op deze manier kan eventueel ontstane microschade herstellen.

Er zijn enkele beperkingen van deze studie. Allereerst het niveau van de geïncludeerde studies; deze varieert tussen 1 en 3 en de MCMS score is tussen 21-43 (maximaal 64). Ook waren er soms grote verschillen tussen de kenmerken van de deelnemers, training, sport en niveau in iedere studie. Ook varieerde de lengte van de studie tussen 0 en 10 jaar.

Conclusie

Deze systematische review laat zien dat het belangrijk is om aandacht te hebben voor de preventie van schouderklachten bij bovenhandse sporters. Er zijn prospectieve studies gedaan, maar het is van belang dat dit verder uitgebreid wordt en dat dit ook bij anders porten zoals volleybal, tennis en badminton gedaan wordt. Ook is het belangrijk dat er onderzoek gedaan gaat worden naar preventieprogramma’s om schouderblessure te voorkomen.

Bron: Tooth, C., Gofflot, A., Schwartz, C., Croisier, J.-L., Beaudart, C., Bruyère, O., & Forthomme, B. (2020). Risk Factors of Overuse Shoulder Injuries in Overhead Athletes: A Systematic Review. Sports Health: A Multidisciplinary Approach, 12(5), 478–487. https://doi.org/10.1177/1941738120931764

Foto bij artikel door Matt_Brown / iStock

Meer van Psychfysio

Fysiotherapeut/ sportfysiotherapeut. Docent Fysiotherapie bij Hogeschool Rotterdam. Referent/samenvatter met specialisatie musculoskeletaal / sportfysiotherapie.

Zin in een leuke en boeiende cursus?

Kijk dan hier voor inspiratie!

" 2750+ tevreden fysiotherapeuten gingen je voor. "

Database met 1300+ artikelen

Nieuwsbrief

Voorjaar 2021

Acceptance and Commitment Therapy bij pijn

3 dagen. Start 27 januari 2021. Prijs € 595,-...

Fysiopilates opleiding

9 dagen. Start 9 februari 2021. Prijs € 1295,-...

De Mindful Fysiotherapeut

8 dagen. Start 11 februari 2021. Prijs € 1295,-...

Motivational interviewing en oplossingsgericht coachen

3 dagen. Start 19 maart 2021. Prijs € 595,-...

Praktijk – Neurolinguïstisch Programmeren (NLP)

3 dagen. Start 23 maart 2021. Prijs € 595,-...

Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut

5 dagen. Start 8 april 2021. Prijs € 875,-...

Dansante Fysiotherapie op basis van Laban/Bartenieff

8 dagen. Start 16 april 2021. Prijs € 1295,-...

De Running Fysiotherapeut

5 dagen. Start 21 april 2021. Prijs € 895,-...

Pijn- en Stressmanagement technieken

3 dagen. Start 18 mei 2021. Prijs € 595,-...

Motorisch trainen bij musculoskeletale pijn – Wervelkolom –

4 dagen. Start 9 juni 2021. Prijs € 875,-...

Najaar 2021

Rustig uitgevoerde aandachtsvolle beweging op de grond.

Belevingsgericht lichaamswerk binnen de fysiotherapie

5 dagen. Data najaar 2021 volgen. Prijs € 895,-...

CRKBO
KNGF-logo
keurmerk-fysiotherapie-logo