Additional menu

Autogene Training van Schultz: een overzicht

Geschiedenis van autogene training

Autogene training wordt veel beoefend in Europa, Rusland en Japan maar is veel minder populair in Noord Amerika. Johannes Schultz (1884-1970) noemde het een zelf-hypnose methode. Hij verwierp de psychoanalyse als behandelvorm voor psychosomatische stoornissen. Hij zei dat het volkomen zinloos is om met een psychoanalytisch hagelschot op symptoomspreeuwen te schieten. Hij schreef 400 publicaties en verschillende boeken. Zijn techniek was gebaseerd op twee bronnen:

  • Schultz eigen klinische observatie dat gehypnotiseerde patiënten vaak spontaan een gevoel van zwaarte en een gevoel van warmte ervaren.
  • Oskar Vogt, een hersenonderzoeker, meldde Schultz dat zijn patiënten opzettelijk een de zwaarte en warmte konden oproepen en zo in een toestand van zelfhypnose konden komen.

Het werk van Schultz werd door Wolgang Luthe naar Amerika gebracht nadat deze naar Canada gemigreerd was en daar het onderzoek in het Engels voortzette. Het lijvige werk dat Schultz en Luthe samen schreven is voor de wetenschapper minder geschikt omdat ze weinig onderscheid aanbrengen in meningen, opinies, single-case reports en (de weinige) gecontroleerde studies.
Pikoff (1984) en Linden (1990) bevatten interessante meta-reviews.

Theoretische onderbouwing van autogene training

Benson (1975) legt de nadruk op de overeenkomsten in de ontspanningsreactie tussen meditatie, hypnose, biofeedback, progressieve relaxatie en autogene training. Het vraagt een verfijnde analyse om de verschillen in onderliggende rationale, techniek en mogelijk uitkomst te achterhalen. Autogene training wordt omschreven als een psychofysiologische zelfcontrole therapie. Ze benadrukt de uniekheid van autogene training als autonome zelfregulatie therapie. Door het accent op zelfcontrole is een audiocassette niet van toepassing. Autogeen is afgeleid van auto (zelf) geen (generen/vormen). Schultz geloofde strek in de zelfhelende kracht van het lichaam als ze met rustgelaten werd en zelf haar (herstel) werk kon doen. De homeostatische modellen of bijvoorbeeld de biologische zelfregulatie theorieën zijn daarmee in overeenstemming. De typische toepassing van autogene training is op excessieve autonome arousal maar is oorspronkelijk bidirectioneel bedoelt: ze kan ook disfunctionele laag autonome activatie normaliseren, zoals een lage bloeddruk.
De passieve concentratie op de innerlijk sensaties vraagt altijd een vorm van mentale inspanning. Met passief wordt daarom meer bedoelt dat deze concentratie niet te veel inspanning mag kosten. Als de inspanning/concentratie te hoog wordt kan men beter even de gedachten de vrije loop te laten of even gaan verliggen, alvorens men weer probeert zich rustig te concentreren. Centraal staat: niet forceren maar laten gebeuren, een observator zijn in plaats van een manipulator.

Autogene training is een vorm van zelf-hypnose en staat zo voor zelf-controle en onafhankelijkheid. Dit in tegenstelling tot heterohypnose. De geclaimde uniciteit van autogene training volgt uit:

  • het feit dat verschillende ontspanningsmethoden een verschillend effectief lijken te hebben.
  • Relaxatie en hypnose onderscheiden zich in psychofysiologisch opzicht van autogene training. Bijvoorbeeld: de toename van doorbloeding in hersenhemisferen is bij autogene training minder dan bij hypnose (Diehl e.a., 1989). Het blijkt dat autogene training en progressieve relaxatie diverse gelijksoortige effecten hebben maar dat alleen autogene training de sensaties van zwaarte en warmte, en de verdieping van ademen geeft. Er zijn echter weinig studies die dergelijke verschillen laten zien maar het is interessant om hier verder in te zoeken.

Uniek voor autogene training is dat de cliënt gevraagd wordt ‘formules’ subvocaal te herhalen en een betekenisvol beeld te vinden bij die formule. Verder is er een verschil met hypnose of progressieve relaxatie dat men een specifiek effect van elke afzonderlijke formule verwacht. De onderzoeken van Lang laten inderdaad zien dat het in verbeelding richten van de aandacht op een fysiologische respons deze respons inderdaad daadwerkelijk uitlokt. De auteurs beschrijven daarna verschillende onderzoeken die enige evidentie verschaffen dat elke oefenformule een specifike effect heeft.
Verder wordt bij autogene training de autonome ontladingen beschreven. Men denkt dat de zelfregulaties zich soms herstelt met plotseling ontladingen binnen het centrale zenuwstelsel. Luthe onderscheidt vier situaties waarbij autonome ontladingen kunnen ontstaan:

  • als reactie op provocatie,
  • in de pre-slaapfase,
  • epilepsie
  • bij sensorische deprivatie en autogene training

Soms blijven de autonome ontladingen beperkt tot het orgaan van de oefenformule en is hier tegengesteld aan. Binnen autogene training worden deze autonome ontladingen als positief beschouwd. Het systeem komt daardoor in een beter evenwicht. Ze zijn inherent aan het ‘hydrolische’ model: de vermindering van fysiologische en psychologische remming die door de ontspanning ontstaat creëert ruimte om de hoge druk binnen het systeem te laten ontladen. Zo bleek uit een onderzoek van Luthe dat de proefpersonen die een bepaalde vorm van seksuele onthouding hadden dat deze meer seksueel geaarde ‘ontladingen’ kregen tijdens het ontspannen. In de literatuur van progressieve relaxatie wordt een soortgelijk fenomeen beschreven, maar autogene training doet dit uitgebreider en duidt dit positiever.

Onderzoek naar de effecten van autogene training

Onderzoek met groepsgemiddelden laten individuele gegevens onbelicht. Vooral de praktiserend clinicus heeft niet veel aan gemiddelden. Hij heeft informatie nodig of autogene training bij zijn huidige patiënt zal helpen.
Enkele gemiddelde bevindingen:

  • Kinderen jonger dan 6-10 jaar zullen het mogelijk moeilijk vinden, zo ook geretardeerde personen en mensen met een psychose.
  • De negatieve incidenten als angst of autonome ontladingen zouden als volgt verklaard worden:
    • de onbekende parasympatische sensaties kunnen een angstig persoon nog angstiger maken.
    • angst om controle te verliezen,
    • door rust ontstaat een relatieve hyperventilatie (Ley, 1985).
  • Gegevens bij aanvang van de behandeling:
    • Agra’s (1977) degene met de hoogste bloeddruk profiteren het meest met een tensie daling bij autogene training.
    • Vinck (1987) de proefpersonen met de kleinste vordering in de eerste sessie bleken bij de laatste het meest te hebben bereikt.
    • Bandura (1977) het al of niet kunnen oproepen van de sensaties: de falende groep daarin scoorde relatief hoog op de MMPI op Hypochondrias, Depressie, Hysteria, en sociale introversie. Met dit profiel kon 80% van de falers geïdentificeerd worden.

De uitvoering van autogene training

Het trainingsformaat

Groepen van 8-12 personen zijn geschikt mits ze in redelijke mate homogeen zijn. De meerderheid van de personen ervaart niet zo veel tijdens de eerste sessie, zelfs al oefenen ze goed.

De fysieke omgeving

Spreken tijdens de training (verbale inductie) is tegen de principes van autogene training. Anders wordt het een vorm van heterohypnose. De lichaamspositie moet comfortabel zijn anders leidt ze tot spanning. Ellebogen in bijna 90 graden geeft de minste spanning in de buigers en strekkers.

De zes basis oefeningen van autogene training

1. de zwaarte oefening

De eerste oefening richt zich op de musculatuur omdat deze het makkelijks te voelen en te beïnvloeden is. De cliënt moet proberen te ontspannen en niet te bewegen. Hij moet niet te sterk gemotiveerd zijn om te willen ontspannen, dat werkt averechts. De training moet in de dominante arm beginnen. Deze oefening moet men volhouden tot generalisatie naar de drie resterende ledenmaten heeft plaatsgevonden:

‘de rechter arm is erg zwaar’ 6x,
‘ik ben erg rustig’ 1x,

Deze gehele cyclus 6x. Men kan twee keer per dag oefenen. Één of twee minuutjes in aanvang, later tot bijvoorbeeld ½ uur. Als de zwaarte goed in beide armen ervaren wordt past men de formule aan tot ‘beide armen zijn zwaar’. Als de benen ook zwaar worden kan men zeggen ‘mijn armen en benen zijn zwaar’.

Men beëindigd elke oefensessie met het ‘terugnemen’:

Armen bewegen
Diep inademen
Ogen openen

De zwaarte in de benen hoeft volgens de auteur niet teruggenomen te worden omdat de benen meer autonoom reageren. Meestal lukt het binnen één week de armen en benen zwaar te krijgen met een korte aandacht van de geest. Dan kan men overgaan naar de volgende oefening.

2. de warmte oefening

armen (benen) zijn heel zwaar 6x
ik ben rustig 1x
de rechter(linker) arm is heel warm 6x
rust 1x

Ook nu zijn er geen specifieke terugneem oefeningen nodig behoudens degene die al opgegeven was. De bloedvatspanning komt weer vanzelf terug door voldoende lokale zelfregulatie. Dit schema wordt weer voor één week op één arm geoefend tot de zwaarte en warmte zich weer generaliseert naar de andere ledematen. Als dat gebeurt past men de formule weer aan.
De cliënt moet altijd eerst de voorafgaande oefeningen doen bijvoorbeeld ‘zwaarte’ en dan kort de nieuwe oefening introduceren (‘warmte’).

3. Regulatie van het hart

Wanneer de cliënt het hart niet kan waarnemen kan hij met de hand de het kloppende hart opzoeken. Bijvoorbeeld door de hand op de hartstreek te leggen terwijl de elleboog wat verhoogd is. De oefenformule luidt ‘het hart klopt rustig en sterk’. Bij personen die snel een hoge arousal hebben: ‘het hart klopt rustig en regelmatig’. Het gaat om een rustige regelmaat en niet om het vertragen van de hart frequentie! Zes keer de formule gevolgd door één keer de ‘rust’.

4. regulatie van de ademhaling

Oefenformule ‘Het ademt me’ 6x, ‘rust’ 1x. Ook dit vraagt één week.

5. regulatie van de inwendige organen

Nu richt men zich op de plexus solaris, het belangrijkste zenuwcentrum in de buik voor de regulatie van de inwendige organen. Ze bevindt zich halverwege tussen de navel en de onderzijde van het borstbeen Men kan zich daar een zon voorstellen waarvan de stralen door het lichaam heen stralen. Oefenformule: ‘zonnestralen stromen rustig en warm’. Of ‘buik stromend warm’

6. regulatie van het hoofd

Oefenformule ‘het voorhoofd is aangenaam koel’. Alsof er een koele hand op ligt. Ongeveer eenderde slaagt er niet in de juiste respons te behalen.

De meeste leerling behalen de zes sensaties in acht weken. De daarop volgende vier tot zes maanden training doen de gevoelens nog sterker toenemen en laat de toepassing generaliseren naar externe omstandigheden.

Het bijhouden van de voortgang en het maximaliseren van therapietrouw

  • Laat de cliënt een logboek bijhouden: dat werkt als reminder voor het oefenen en geeft inzicht in de voortgang. Laat ze de intensiteit van de sensaties scoren om de kans op een self-fulfilling prophecy te verhogen. Voor de trainer is het handig als een review van de week.
  • Zorg voor een goed timing in thuis oefenen: met een vooraf vastgestelde tijd wordt niet een vaste tijd bedoeld, maar voor- of na een bepaalde activiteit, bijvoorbeeld altijd na de afwas etc.
  • Wees begripvol als de cliënt het niet volhoud om de eerste twee maanden twee keer per dag te oefenen. Maar hamer er wel vanaf de eerste sessie op dat relaxatie een vaardigheid is die ingeoefend moet worden.
  • Onderzoek de redenen van uitval: zelf de beste therapeut moet rekenen op een uitval van 20-25% bij autogene training. Is dit hoger dan moet men zich afvragen of men als therapeut wel voldoende motiveert.
  • Benadruk succes: bijvoorbeeld door te vragen of men het al toegepast heeft in een bepaalde situatie. Vraag ook naar de generalisatie van de effecten.
  • Ken de problemen en oplossingen: men komt er op den duur achter dat de klinische realiteit vraagt dat de standaard aanpak wat aangepast moet worden.

Het aanpassen van de formules aan specifieke klinische behoefte

Er zijn drie type modificaties:

  • Men gebruikt slechts een beperkt aantal formules: doorgaans alleen zwaarte en warmte.
  • Men doet de zes standaardoefeningen maar laat er één weg of past die aan.
  • De standaard oefening worden aangeleerd en enkele probleemspecifieke formules worden extra toegevoegd.

Een verkorte autogene training zou wenselijk zijn als men daarmee dezelfde effecten zou bereiken, maar helaas zijn dergelijke vergelijkende onderzoeken niet voorhanden. Dus alleen zwaarte en warmte oefenen lijkt vooralsnog niet wenselijk als het volledige therapeutische potentieel van autogene training gebruikt moet worden. Een modificatie kan bijvoorbeeld ingegeven worden door anticipatie op mogelijke problemen: de hart-oefening kan men mogelijk beter weglaten bij cliënten met een hartfobie. De ‘zonevlecht’ oefening zou negatief kunnen werken bij patiënten met een maagzweer. Warmte aldaar is niet zo’n succes bij de pijn van een ontsteking.

Verder kan men eigen probleemspecifiek formules ontwerpen. De eigenschappen daarvan zijn:

  • een plezierige rijm en/of ritme,
  • positieve woord keuze,
  • hoge relevantie,
  • passend bij de persoonlijkheid.

Bijvoorbeeld:

  • ‘eerst werk, dan plezier’.
  • ‘ik ben kalm en ontspannen, mijn wangen zijn koel’ (tegen blozen).
  • ‘Ik ben totaal rustig en vredig, mijn gewrichten bewegen vrij en zonder ongemak, ze voelen prettig warm’ (tegen artritis pijn).

Autogene training in een multimodaal behandelingspakket

Multicomponent behandelingen zijn veel voorkomend en zijn geassocieerd met een betere behandel uitkomst. Stress bevat globaal drie componenten met bijbehorende behandelvormen.

  • Stressoren: dit vraagt een situationele analyse om de triggers te identificeren en het gebruik van stimulus respons controle om de trigerring van de stress te voorkomen.
  • Gedragsmatige en cognitieve responsen op de uitdaging: assertiviteitstraining en cognitieve herstructurering (RET).
  • Fysiologische stressrespons: Vaardigheden om de arousal te verlagen zoals autogene training.

Reflectie op klinische uitkomst van autogene training

Pikoff (1984) gaf een review de Engelstalige literatuur en meldt dat de kwaliteit van de onderzoeken erg variabel was. Er was vaak geen controle groep aanwezig en autogene training werd vaak niet gescheiden besproken van autogene biofeedback. Verder beperkte de meeste onderzoekers zich tot de zwaarte en warmte oefeningen en dus is autogene training eigenlijk nooit volledig onderzocht. Een meer recente review van Linden (1992) bekijkt zowel de Engels als de Duitse literatuur. Het betreft een literatuur onderzoek over een periode van 20 jaar en screening van werk van Luthe. Alle secondaire bronnen werden onderzocht van eerste twee gevonden wegen. De studies moesten aan de volgende criteria voldoen:

  • studies die een experimentele controle hadden,
  • de N van de kleinste cel groter dan 5,
  • op zijn minst één geaccepteerd meetinstrument gebruikend.

Dit levert 29 studies op. Effect sterkte van autogene training werd berekend. Dit gaf de volgende resultaten:

  • Gesommeerd over alle doelproblemen was de geobserveerde effect sterkte voor autogene training d = .495 gekeken pre-post binnen de zelfde individu.
  • De effect sterkte was 0.28 voor autogene training versus een onbehandelde controle,
  • De effect sterkte was 0,37 voor autogene training versus placebo of een attentie controle. Dus placebo speelt schijnbaar niet zo’n grote rol.

Voor andere biobehavioral methoden zoals meditatie, biofeedback en progressieve relaxatie vindt men soortgelijke sterktes (0,43-0,66).

Er zijn aanwijzingen voor een techniek-probleem voorkeur, bijvoorbeeld:

  • Temperatuur biofeedback onder koude stress bleek de voorkeur bij de ziekte van Raynaud (Freedman, Ianni & Wenig, 1983).
  • Autogene training zou spanningshoofdpijn versterken, terwijl progressieve relaxatie deze juist zou verlichten (Janssen & Neutgens 1986).
  • Autogene training lijkt hoopvol bij hypertensie (pre-post ES=0.43). Bevalling vergeleken met actieve gedragtechnieken (ES= 1,37), Herstel na myocard infarct (ES pre-post 0,62).

Als men autogene training optelde en vergeleek met ander biobehavioral technieken ontstond een effect sterkte van ‘nul’. Dat betekent dat in deze review autogene training even effectief was als de andere behandelvormen.
De auteur stelt dat de effecten best nog positiever zouden kunnen uitvallen omdat de studies vaak korte en verminkte methoden van autogene training gebruikten.

Bron: Linden, W. (1993). Autogenic Training Method of J.H. Schultz. In: Paul M. Lehrer en Robert L. Woolfolk (Eds.). (pp 205-229). The Guilford Press: New York.

(c) www.PsychFysio.nl
P. van Burken

Meer over dit onderwerp bij Psychfysio

Gravatarfoto voor Peter van Burken

Peter van Burken

Dertig jaar ervaring als fysiotherapeut/psycholoog. Auteur van Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut en het boek Mindfulness en fysiotherapie. Initiator en docent Psychfysio opleidingen.

Reader Interactions

Om de twee weken 3-6 samenvattingen

Fysiotherapeut? ja nee

6000+ fysiotherapeuten ontvangen de nieuwsbrief.

Cursussen 2019

Motorisch trainen bij musculoskeletale pijn – Extremiteiten –

4 dagen. Start najaar 2020. Prijs: 875,- Inschrijven...

Cursussen 2020

Pijn- en Stressmanagement technieken

3 dagen. Start 7 januari 2020. Prijs 595,-...

Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut

5 dagen. Start 8 januari 2020. Prijs 875,-...

De Mindful Fysiotherapeut

8 dagen. Start 9 januari 2020. Prijs 1295,-...

Dansante Fysiotherapie op basis van Laban/Bartenieff

8 dagen. Start 11 januari 2020. Prijs 1295,-...

Praktijk – Neurolinguïstisch Programmeren (NLP)

3 dagen. Start 13 januari 2020. Prijs 595,-...

Acceptance and Commitment Therapy bij pijn

3 dagen. Start 15 januari 2020. Prijs 595,-...

Fysiopilates opleiding

9 dagen. Start 28 januari 2019. Prijs 1295,-...

De Running Fysiotherapeut

5 dagen. Start 6 mei 2020. Prijs 895,-...

Motivational interviewing en oplossingsgericht coachen

3 dagen. Start 22 mei 2020. Prijs 595,-...