Additional menu

13-12-Kansen en barrières bij oefenprogramma’s voor ouderen_367740026

Kansen en barrières bij oefenprogramma’s voor ouderen

Fysieke activiteit en functionele zelfstandigheid zijn belangrijk voor de gezondheid en het welzijn van mensen van alle leeftijden, en zeker ook van ouderen. Er bestaat een verband tussen fysieke activiteit en een verminderd risico op functionele beperkingen bij ouderen. Mensen die fysiek en mentaal fit zijn, kunnen beter omgaan met gezondheidsproblemen, hebben een betere stemming en vaak een betere mentale gezondheid, kwaliteit van leven en meer sociale contacten.

Programma’s gericht op fysieke activiteit kunnen effect hebben op problemen die vaker bij ouderen voorkomen zoals verminderde slaap, pijn, slechte balans en kracht. Met name functionele zelfstandigheid is belangrijk voor oudere mensen. Mensen die zelf hun ADL-activiteiten kunnen uitvoeren, zijn vaker tevreden over hun leven en nemen vaker deel aan georganiseerde activiteiten. Daarnaast zijn zij ook vaak in betere gezondheid.

Zorginstellingen en zelfstandigheid

Bij mensen die in zorginstellingen verblijven is die functionele afhankelijkheid extra uitdagend. Door hospitaliseren en een omgeving die niet altijd optimaal is, kunnen autonomie en de zelfstandigheid in het geding komen. De fysieke omgeving van een zorginstelling kan bijvoorbeeld uitdagingen vormen, zoals trappen die mensen op of af moeten lopen naar een recreatiezaal, of het moeten openen van zware deuren. Het creëren van een gunstige fysieke omgeving kan mensen een groter gevoel van controle geven.

Personeel in een zorginstelling is één van de sleutelfactoren bij het succesvol opstarten van bewegingsprogramma’s. Het enthousiasme en de competenties van de instructeur kunnen bepalend zijn in het succes van de participatie van de mensen. Ondanks de vele onderzoeken naar het belang van fysieke activiteit, mobiliteit en functionele zelfstandigheid op oudere leeftijd is er weinig bekend over de ervaringen van ouderen die deelnemen aan oefenprogramma’s en wat dit voor ze betekent. In deze studie kijken de onderzoekers naar hoe ouderen die wonen in zorginstellingen fysieke activiteit, mobiliteit en functionele zelfstandigheid ervaren.

Methode

In deze kwalitatieve studie werden bewoners uit een zorginstelling gevraagd naar hun ervaringen. Dit deden onderzoekers door middel van een-op-een semi-gestructureerde interviews met de bewoner zelf of met een familielid wanneer dit nodig was. De interviews waren aangepast aan de niveaus van functionele capaciteit zowel fysiek als cognitief. Mensen uit vijf verschillende Australische zorginstellingen werden gevraagd deel te nemen aan het onderzoek. De mensen moesten langer dan drie maanden in de zorginstelling wonen om in aanmerking te komen voor deelname aan de studie. De interviews duurde zo’n 20 tot 60 minuten.

Resultaten

Totaal deden er 24 bewoners mee tussen de 54 en 100 jaar, waarvan 13 mannen. Vier van deze mensen konden lopen zonder hulpmiddel. Tien participanten hadden cognitieve beperkingen of dementie. Bij deze interviews waren familieleden aanwezig.

De deelnemers zagen fysieke activiteit als een gestructureerde, georganiseerde aanpak die iets intensiever is dan alleen maar rondlopen en die gunstig voor fysieke gezondheid en mobiliteit. Veel mensen vonden fysieke activiteit ongeschikt voor zichzelf, omdat ze het ervaren als iets met een grote impact en hoge intensiteit wat beter bij jongere mensen past. Sommige mensen voelden zich prima voor hun leeftijd, zonder behoefte te hebben aan extra activiteiten. Zes mensen gaven aan geïnteresseerd te zijn in georganiseerde activiteiten als die duidelijk uitgelegd werden. Slechts 2 mensen waren ervan overtuigd dat rustige dagelijkse fysieke activiteit om mobiliteit en verdere beperkingen te voorkomen een toegevoegde waarde heeft!

Veel voorkomende vormen van fysieke activiteit

Lopen werd gezien als een belangrijke activiteit wat zowel een fysieke recreatief en een sociaal doel heeft. Lopen werd gezien als een primaire vorm van fysieke activiteit, als mensen vanwege hun fysieke beperkingen niet meer de mogelijkheid hadden om in hun eerdere activiteiten, zoals dansen en zwemmen, mee te doen. Een andere belangrijke vorm van beweging was tuinieren voor sommige participanten. Voor hen is het een combinatie van activiteit en creativiteit en het geeft ze iets om naar uit te kijken. Dit maakt werken in de tuin belangrijker voor mensen dan alleen maar een toevoeging voor hun fysieke gezondheid. Meerdere mensen gaven aan dat ze enthousiast werden van het idee weer te kunnen tuinieren. Een belangrijk punt bij deze vormen van mobiliteit was voor de mensen of zij zelfstandig naar buiten mochten zonder hulp. Het vragen van iemand om mee te lopen was voor de meeste deelnemers een drempel die ze niet snel zouden nemen, omdat personeel altijd druk en bezig was.

Het belang van functionele zelfstandigheid

Mobiliteit was nauw geassocieerd met zelfstandigheid. Dit was het meest zichtbaar bij de mensen die nog steeds goed konden lopen. Voor deze mensen was het behoud van hun mobiliteit een hoge prioriteit. Zij vonden het belangrijk om ook eigen activiteiten te blijven ondernemen, zoals het doen van hun eigen was, het bed opmaken en hun routines vasthouden zoals ze die altijd hadden gedaan. Hierbij was ook belangrijk dat zij onafhankelijk konden zijn in hun beslissingen en keuzes. Deze groep mensen was erg gemotiveerd om deel te nemen aan activiteiten om fit te blijven. Sommige participanten voelden het verlies van het niet meer kunnen deelnemen aan sporten, maar  waren bereid te accepteren dat een andere vorm van oefening de mobiliteit in stand kon houden.

Factoren die bepalend zijn voor de participatie

De mate van activiteit die men deed voordat men in een zorginstelling woonde was een belangrijke factor. De mensen die hun hele leven lang actief waren en sportten, beschreven zichzelf als een actief persoon. Zij hadden een sterke drang om hun mobiliteit en fysiek functioneren te behouden en actief te blijven. Zij waren ook vooral instaat om activiteiten die ze niet meer konden te vervangen door activiteiten die ze nog wel konden doen. Bewegen was voor deze mensen een vorm van identiteit en ze waren daardoor enorm gemotiveerd om actief te blijven. Tegelijkertijd kon het bewegen juist frustreren wanneer ze niet genoeg uitgedaagd werden. Andere mensen die hun leven lang juist niet actief waren geweest, hadden minder behoefte aan beweegprogramma’s. Het gevolg hierbij op oudere leeftijd was dat daardoor hun participatie minder was, het aantal sociale contacten verminderde en de immobiliteit verslechterde.

Veranderde identiteit

In veel interviews kwam naar boven dat de mensen geen last wilde zijn voor hun omgeving. Zij waren eerder bereid om een moeilijke situatie te accepteren, dan om hulp te vragen. Hierdoor participeren de mensen niet altijd zoals zou kunnen. Een aantal mensen benoemde ook dat ze hun situatie accepteerde omdat ze een lang en gelukkig leven hadden gehad. Dit bleek vooral het geval te zijn bij mensen die oefeningen zagen als een recreatieve of sociale activiteit, en minder bij mensen die de noodzaak voelen om te blijven bewegen voor hun mobiliteit. Veel mensen benoemden dat fysieke activiteiten, een sportschool of een personal trainer niet meer geschikt was voor ze. Daarbij waren er mensen die hun beperkingen als belangrijk probleem zagen om deel te nemen, bijvoorbeeld uit angst om de pijn te verergeren. Voor deze mensen was fysieke activiteit iets om bang voor te zijn en om te vermijden. Deze mensen accepteren dat dit bij het ouder worden hoort. Wanneer werd uitgelegd dat de oefeningen aangepast worden aan de leeftijd en de mogelijkheden, waren ze meer open om een poging te doen. Dit gold vooral als de activiteit ze aansprak, zoals hydrotherapie voor voormalige zwemmers.

Sociaal kapitaal en het verlies van dierbaren

De belangrijkste motivatie om te blijven wandelen of dit te gaan doen, is om het samen met iemand te doen. Het was wel belangrijk dat deze wandelpartner redelijk gelijk was qua activiteitenniveau. Als dit niet zo was gaven mensen de voorkeur aan het lopen in hun eentje of met iemand die ze kon helpen. Het activiteitenniveau hangt bij deze mensen sterk af van de mensen om hen heen. Als het wandelmaatje niet kon dan haakte de ander ook vaak af. Een belangrijke barrière hierin was eenzaamheid of depressie na het verlies van een geliefde. Vooral voor mannen van deze generatie blijken moeilijk nieuwe contacten te leggen.

Pijn

Pijn was voor 8 van de 24 mensen de belangrijkste reden om niet meer fysiek actief te zijn. Zij konden geen activiteit vinden die ze wel konden doen, ondanks de pijn. Fysieke activiteit werd daarbij vaak gezien als de oorzaak van hun pijn, waardoor ze het bewegen maar gingen vermijden. Veel mensen zeiden dat ze doen wat ze kunnen binnen de beperkingen van hun pijn.

Ondersteuning van personeel

Bij het praten over personeel in het de zorginstelling, benoemden de deelnemers dat ze respectvol behandeld werden en rekening probeerden te houden met individuele voorkeuren, zodat mensen hun functionele zelfstandigheid zoveel mogelijk konden behouden. Toch voelde het voor veel mensen dat het vragen om hulp lastig was. Familieleden gaven soms aan dat ze het idee hadden dat het personeel het niet kon waarderen als mensen vroegen om extra fysieke activiteit. Zij zouden wel graag willen dat personeel er meer aandacht voor had en dat fysieke activiteit een normaal deel van het dagelijkse leven zou worden, in plaats van een optionele activiteit.

Conclusie en opmerkingen

Uit deze studie blijkt dat ouderen verschillende percepties hebben ten aanzien van fysieke activiteit. Een groot deel van de huidige oudere generatie is niet gewend om in gestructureerde activiteiten deel te nemen. Zij zagen fysieke activiteit vooral als wandelen en tuinieren. Ook de mate van fysieke activiteit en de identiteit die ze daaraan verbinden vanuit hun vroegere leven is van belang in het wel of niet interesse hebben in activiteiten. Mensen blijken vooral te motiveren te zijn om te bewegen wanneer dit betekenis voor ze heeft, hetzij door activiteiten als tuinieren, of -voor een deel van de mensen- om hun fysieke mogelijkheden te behouden. Een deel van de ouderen ziet fysieke activiteit als gezondheidsvoordeel, een ander deel ziet het vooral als sociale en recreatieve activiteit.

Deze studie vond een aantal factoren die barrières konden vormen voor het bewegen en dat waren ouderdom, verlies sociaal kapitaal, het verlies van een geliefde, ziekte of pijn, en geen ondersteuning van personeel. De acteurs concluderen dat een proactieve aanpak van fysieke activiteit door medewerkers van de zorginstellingen belangrijk is. Hierbij moet oog zijn voor ieders individuele motivatie om die veranderingen naar activiteit te maken. Motivational interviewing noemen de acteurs als een mogelijke manier om dit te bereiken.

Bron: Jeon, Y.H., Tudball, J., Nelson, K. (2019). How do residents of aged care homes perceive physical activity and functional independence? A qualitative research. Health Soc Care Community. May 31.

Foto bij artikel door belushi / Shutterstock

Samenvatter: Marjolein Streur
Redactie: Peter van Burken.

Meer over dit onderwerp bij Psychfysio

Gravatarfoto voor Peter van Burken

Peter van Burken

Dertig jaar ervaring als fysiotherapeut/psycholoog. Auteur van Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut en het boek Mindfulness en fysiotherapie. Initiator en docent Psychfysio opleidingen.

Reader Interactions

Om de twee weken 3-6 samenvattingen

Fysiotherapeut? ja nee

6000+ fysiotherapeuten ontvangen de nieuwsbrief.

Cursussen 2020

Pijn- en Stressmanagement technieken

3 dagen. Start 7 januari 2020. Prijs 595,-...

Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut

5 dagen. Start 8 januari 2020. Prijs 875,-...

De Mindful Fysiotherapeut

8 dagen. Start 9 januari 2020. Prijs 1295,-...

Dansante Fysiotherapie op basis van Laban/Bartenieff

8 dagen. Start 11 januari 2020. Prijs 1295,-...

Praktijk – Neurolinguïstisch Programmeren (NLP)

3 dagen. Start 13 januari 2020. Prijs 595,-...

Acceptance and Commitment Therapy bij pijn

3 dagen. Start 15 januari 2020. Prijs 595,-...

Fysiopilates opleiding

9 dagen. Start 28 januari 2019. Prijs 1295,-...

De Running Fysiotherapeut

5 dagen. Start 6 mei 2020. Prijs 895,-...

Motivational interviewing en oplossingsgericht coachen

3 dagen. Start 22 mei 2020. Prijs 595,-...

Motorisch trainen bij musculoskeletale pijn – Wervelkolom –

4 dagen. Start 3 juni 2020. Prijs 875,-...