Additional menu

Je patiënt sportspecifiek motiveren

Waarom willen sommige patiënten wel sporten en houden ze dit goed vol, maar andere patiënten niet? We nemen hier hardlopen als voorbeeld. Het is een vraag waar je als fysiotherapeut ongetwijfeld mee te maken krijgt als je hardloopbegeleiding geeft. Motivatie heeft nogal wat invloed. Het zorgt dat de hardlopende cliënt of patiënt zich prepareert, dat hij doorzet onder (extreem) moeilijke omstandigheden, en dat hij andere activiteiten in zijn leven uitstelt. De mate van motivatie weerspiegeld zich ook in de leefstijl van de hardloper (geen drug, goede eet- en slaapgewoonten, etc.). Motivatie produceert: als die hoog is, is de kans op gewaardeerde uitkomsten (fysiek en mentaal) veel hoger.

Motivatie is een component waar de hardloper invloed op heeft

Motivatie is waarschijnlijk de factor waar de (aspirant)hardloper de meeste invloed op kan uitoefenen. Dat kan verschillende kanten opgaan. Motivatie kan opeens in elkaar storten, maar ook door een positief incident of voornemen sterk toenemen. Fysieke eigenschappen of talenten zijn veel minder snel te beïnvloeden.

Tekenen van hoge of lage motivatie

Motivatie kan men uit het gedrag van hardloper afleiden:
Gemotiveerde hardlopers stralen energie, enthousiasme, doelgerichtheid en zelfvertrouwen uit. Ze komen op tijd op hun training, zetten zich in voor de training- of therapiedoelen, hebben andere zaken die ook tijd vragen goed geregeld, en tonen belangstelling in de feedback van de begeleidende fysiotherapeut.
Tekenen van slechte motivatie zijn: matige inzet, snel afgeleid zijn, opgeven bij kleine tegenslag, trainingen overslaan, besluiteloos en traag reageren, zich telkens terugtrekken, en een vlakke stemming.
Overmatig motivatie is een ander probleem en kan leiden tot overtraining en burn-out. Het kan ontstaan als:

  • de hardloper meent niet de capaciteit te hebben voor de hoge eisen die gesteld worden.
  • de druk van coach of ouders erg hoog is.
  • de hardloper zijn identiteit volledig koppelt aan het hardloper zijn en geen andere bronnen heeft voor zelfwaarde.
  • perfectionisme aanwezig is.

Bronnen voor hardloop motivatie

Pain-pleasure

Mensen lopen hard omdat ze iets prettigs nastreven (bijv fitheid) en iets onprettigs willen verminderen of voorkomen (bijv ziekte). Dit is motivatie op basis van het basale pain-pleasure onderscheidt. Er zijn echter ook andere bronnen van motivatie zijn om hard te lopen.

Competent zijn en positieve sociale feedback

Mensen hebben een behoefte hebben om competent te zijn in uitdagende situaties, en bovendien de behoefte om daar van andere positieve sociale feedback over te krijgen, een compliment bijvoorbeeld of een kudo op Strava. Hardlopen is zo’n deelterrein in het leven waar de cliënt of de patiënt dit kan bereiken, Eventueel kan dit als compensatie dienen voor incompetent functioneren op andere gebieden, zoals bijv werk.

Doeloriëntatie en motivationeel klimaat

Hardlopers kunnen op verschillende manieren op hun hardloopdoelen gericht zijn:

  • Bij egogeoriënteerde motivatie wil de cliënt of de patiënt beter zijn dan anderen. Competent zijn, en succes, wordt daarbij afgemeten aan een externe standaard.
  • Bij taakgeoriënteerde motivatie wil men de taak leren beheersen en is de cliënt of patiënt zelf zijn eigen standaard. De hardloper vergelijk daarbij de huidige prestatie met zijn vorige prestaties.

Het motivationele klimaat dat de fysiotherapeut creëert bepaalt mede of de cliënt of patiënt ego- of taakgeoriënteerd is. Als de fysiotherapeut competitie, onderling vergelijke, en winnen benadrukt creëert hij een prestatiegericht motivationeel klimaat en zal de hardloper egogeoriënteerd raken. Als de fysiotherapeut vooral ‘persoonlijk presteren en leren’, ‘je best doen’ en ‘het leren beheersen van de taak’, benadrukt creëert hij een mastery motivationeel klimaat en zal de hardloper meer taakgeoriënteerd worden.

Welke doeloriëntatie en motivationeel klimaat bij welke cliënt?

Als men de conditie en snelheid wil opbouwen en de looptechniek wil aanleren of onderhouden is een mastery klimaat qua begeleiding belangrijk en een taakgeoriënteerde motivatie vanuit de hardloper. Als echter op hogere niveaus presteren en winnen meer op de voorgrond komt (beginners- en recreant loopgroep versus prestatie loopgroep) wordt een prestatie motivationeel klimaat vanuit de fysiotherapeut en een egogeoriënteerde motivatie bij de hardloper noodzakelijk.
Toplopers hebben doorgaans zowel een hoge egogeoriënteerde motivatie als een hoge taakgeoriënteerde motivatie. En zelfs beginnende hardlopers die beide oriëntaties hebben blijken het hardlopen beter vol te houden, er meer van te genieten en beter te presteren dan als men slechts één oriëntatie heeft.
Voor de fysiotherapeut is het dus belangrijk te weten wat de cliënt of patiënt als succes ziet. En de fysiotherapeut moet een mix in motivationeel klimaat creëren.

Hardloop motivatie vanuit fundamentele behoeften

Deci en Ryan benadrukken dat er drie aangeboren behoefte zijn aan:

  • Relaties met anderen: bijv gezellige en betekenisvolle relaties met fysiotherapeut en andere lopers.
  • Competentie: bijv dat tijdens trainingen dingen lukken en dus het competentie gevoel groeit.
  • Autonomie: bijv dat de cliënt of patiënt kan meedenken over zijn trainingsdoelen.

De begeleidend fysiotherapeut moet proberen trainingsomstandigheden te creëren waarin aan deze drie behoefte tegemoet gekomen wordt. De hardloper zal dan meer doelgericht zijn energie inzet voor vaardigheidsleren, beter volhouden als de training zwaar wordt, doorzetten bij uitdagende competitie en weerbaar zijn bij tegenslag. Het verschuiven bijvoorbeeld van de motivatie tot presteren voor anderen door (vermeende) sociale druk, maar presteren voor jezelf (autonomie) kan veel opleveren.

Amotivatie, extrinsieke motivatie en intrinsieke motivatie

Waar de motivatie vandaan komt, van buiten of binnenuit speelt ook een rol:

Amotivatie
De cliënt of patiënt meent dat hardlopen nooit zal lukken. Er is geen goede reden meer om door te gaan en de hardloper stopt waarschijnlijk.

Extrinsieke motivatie
Er zijn drie typen van externe motivatie te onderscheiden:

  • Externe regulatie: het hardlopen wordt gedaan vanuit externe beloning of straf (zoals goedkeurig of kritiek).
  • Introjectie: het hardlopend wordt gedaan vanuit interne beloning (trost) of straf (schaamte). Bijvoorbeeld de patiënt gelooft de krenkende opmerkingen van de fysiotherapeut, schaamt zich en gaat daardoor meer hardlopen.
  • Identificatie: het hardlopen wordt gedaan omdat men dit zelf waardevol vindt, er voordeel van ziet. Bijvoorbeeld beter uiterlijk of conditie, minderkans op stress etc. de hardloper vindt bepaald gedrag waardevol en claimt dit vrijwillig uit te voeren. Het hardlopen maakt onderdeel uit van de identiteit.

Intrinsieke motivatie
Men loopt hard omdat men het gewoon leuk of fijn vindt en het goed voelt. Ook intrinsieke motivatie kent drie typen:

  • Uitvoering: men is taak- of masterygeoriënteerd. Men geniet van goede uitvoering en wil dat anderen laten zien.
  • Stimulatie: men geniet van de flow, piekervaring, opwinding, de adrenaline rush, etc.
  • Kennis. Men is nieuwsgierig, geniet van nieuwigheden, wil dingen begrijpen.

Sociale invloeden en de motivatie

De patiënt aan het hardlopen krijgen

Hoewel rolmodel het meest onderzocht is (bijv het goede voorbeeld geven als fysiotherapeut), hebben sociale druk en sociale steun meer impact. Dus vooral positieve aanmoediging en steun vanuit de fysiotherapeut, partner, collega’s, vrienden etc. blijkt de cliënt of patiënt op het pad van het hardlopen te zetten en te houden.

Observationeel leren en het belang van gelijkheid van het rolmodel

Op zich is observationeel leren (nadoen) een van de krachtigste wegen om de juiste attitudes, waarden, gedragspatronen en denken rond hardlopen aan te leren. Het is belangrijk dat de fysiotherapeut in het voorbeeld zorgt dat de cliënt en het rolmodel op elkaar lijken op relevante dimensies (ras, seks, leeftijd, vaardigheidsniveau). Door deze gelijkheid heeft de (aspirant)hardloper (a) hier meer aandacht voor en (b) denkt hij eerder dat hij het ook kan (eigen effectiviteitverwachting).

Modellen als voorbeeld in leren hardlopen en presteren

Je kunt als begeleidend fysiotherapeut je cliënt of patiënt een model aanbieden dat:

  • Volleerd is, je biedt dan een mastery model aan: een topper in presteren, die veel zelfvertrouwen uitstraalt en alles moeiteloos schijnt te doen
  • Lerende is, je biedt dan een coping-model aan: bijvoorbeeld een hardloper van hetzelfde niveau die dezelfde angsten heeft en hoe die dat overwint. Dit bevordert cognitief leren en leidt tot meer zelfvertrouwen en motivatie.

Waarschijnlijk is het goed om beide modellen aan te bieden: mastery om de prestatie te verbeteren en coping om bijvoorbeeld de motivatie en het zelfvertrouwen te verhogen..

Jezelf als model op video zien hardlopen

Bij de techniek van self-modeling laat de begeleidend fysiotherapeut niet een video van de hardlopende cliënt zien waar zijn fouten op staan, maar een video met alleen de goede stukken erop. Dit versterkt de eigeneffectiviteit verwachting en laat zien hoe dingen uitgevoerd moeten worden. Gedrag uit verleden (te zien op de video) is namelijk een goede voorspeller van eigen effectiviteitsverwachting en betere prestaties.

Beperkende overtuigingen onderzoeken

Beperkende overtuiging weghalen bevordert het hardlopen omdat ze een zelf gecreëerde grens weghalen. Bijvoorbeeld, een reuma patiënt die dacht dat hardlopen en reuma niet samengaan, leert via websites dat er andere reuma patiënten zijn die hardlopen.

Vertrouwen in eigen kunnen verhogen

Bewust moeilijk uitdagingen aangaan en succesvol doorstaan verhoogt het zelfvertrouwen van de hardloper enorm.

De impact van modelling op motivatiebehoud

Als de motivatie in een dal zit kan de begeleidend fysiotherapeut dit oppeppen door succesvolle verhalen te vertellen over andere cliënten, patiënten of over bekende toplopers. De centrale boodschap kan gaan op het doorzetten in moeilijk omstandigheden, de motivatie terugpakken, werken aan een comeback, dysfunctioneel gedrag achter je laten.

De motivatie van de (aspirant)hardloper onderzoeken

In het bovenstaande beschreven we allerlei element die met motivatie te maken hebben van de (aspirant) hardloper. Hieronder beschrijven we een aantal interviewvragen die gesteld kunnen worden om de motivatie te onderzoeken:

  • Start: waarom begon je met hardlopen? Wie heeft je daarbij betrokken? Wat zei men over jou en het hardlopen?
  • Rolmodellen: wie waren je eerste voorbeelden? Hoe hebben die het starten en volhouden van je hardlopen beïnvloed?
  • Familie: hoe reageerde je familie toen je met hardlopen begon? Wat zeggen ze om je gemotiveerd te houden? Wat kan je van hun demotiveren?
  • Trainers: hoe waren je eerste ervaringen met trainers? Hoe (de)motiveerden ze je?
  • Wedstrijden: wat was de reden dat je competitief bent gaan hardlopen?
  • Motivatie behoud: hoe bleef je gemotiveerd om het huidige niveau te halen en te behouden? Wat doe je als het zwaar wordt of tegenzit?
  • Kritiek: wat doe je als anderen je afkraken en zeggen dat je het moet opgeven?
  • Tegenslag: hoe ga je door met je hardlopen ook al is het moeilijk of stoppen anderen? Wat helpt je vol te houden als het moeilijk lijkt een nieuwe vaardigheden aan te leren of als je denkt dat het niet lukt?
  • Oppeppen: wat zeg (of verbeeld) je tegen jezelf aan de start van het seizoen, wat voor de competitie en wat tijdens competitie op cruciale momenten.

Het vinden van het ideale motivatie niveau

Om een hardloper zijn optimale motivatie terug te laten vinden kan de fysiotherapeut het volgende doen. Adviseer de hardloper terug te denken aan een tijd waarin zijn motivatie niveau optimaal was om vervolgens de omstandigheden te identificeren die dit motivatie niveau mogelijk maakte: bijvoorbeeld welke beelden, woorden en stemming daarbij hoorden.

Het behalen en behouden van de optimale motivatie

Hardlopers waarderen het als je op gepaste wijze luistert en meedenkt met de motivaties die ze hebben.

Het creëren van intrinsieke motivatie

Het mag duidelijk zijn dat het ongunstig is als de begeleidend fysiotherapeut (overmatig) inzet op extrinsieke motivatie, bijvoorbeeld door hoge sociale druk, bestraffen of zelfs verbale agressie. Het leidt tot:

  • Hardloper verplaatst zijn verantwoording naar anderen.
  • De hardloper verliest zelfwaarde.
  • Ze kunnen zich overtrainen om goedkeuring van de harde coaches of ouders te krijgen met burnout of blessures als gevolg.
  • Men leert de taak minder goed beheersen door de frustratie en schuldgevoelens die ontstaan.

Beter is het de intrinsieke motivatie aan te spreken door omstandigheden te scheppen waarin voldaan kan worden aan de eerder beschreven fundamenten aan: relaties, competentie en autonomie.

Eerst vaststellen wat werkt

De (aspirant) hardloper zal meer bereidt zijn fouten te corrigeren als hij zich eerst concentreert op wat hij nu wel al goed doet. Positieve feedback geven vermijdt defensies waardoor de correctieve feedback daarna beter begrepen wordt en men er beter naar kan handelen. Deze benadering creëert meer lol in hardlopen, vermindert prestatieangst, en verhoogt de zelfwaardering en de intrinsieke motivatie.

Motivatie door positieve emoties

Het is waardevol gebleken als de hardloper met gedachtenstop hun negatieve gedachten onderbreken en men daarna overschakelt op een positieve gedachte of woord. De volgorde is dan: ‘stop’, ‘schakelen’, gevolgd door de positieve self-statement die beter op het hardloopdoel gericht is.
De gedachte ‘is deze negatieve gedachte op dit moment zinvol?’ helpt ook de negatieve gedachtestroom te onderbreken. De vraag ‘wat zal me beter helpen?’ verschuift daarna de aandacht richting een vooraf doorgenomen set van sleutelwoorden die de inspanningen richten richting accurate uitvoering van het hardlopen. Eventueel kan dit hardop uitgesproken worden als de negatieve emoties al verschenen zijn.

Optimistische verklaringsstijl aanleren

Ook het aanleren van een optimistische verklaringsstijl helpt gemotiveerd te blijven, terugval te verminderen en te volharden in moeilijke tijden. Tegenslag verklaart men daarbij als tijdelijk, betrekking hebbend op een deeltje van jezelf, en toeval. Voorbeeld: morgen is er weer een dag, ik was in vorm maar wat afgeleid tijdens de race, dat kan iedereen gebeuren. Terwijl succes daarbij verklaard wordt door een permanente kwaliteit, die op vele gebieden doorwerkt en door je persoonlijke inzet tot stand komt. Voorbeeld: altijd al een doorzetter geweest, dat zie je ook op mijn werk, je bepaalt je eigen succes.

Interveniëren in situaties met lage motivatie

Wat moet je doen als je een hardloper begeleid die eerst goed gemotiveerd was maar later niet meer?

  • Vraag naar zijn verklaring voor de demotivatie, zijn geschiedenis als sporter en naar levensomstandigheden die het sporten kunnen ondermijnen.
  • Wat motiveerde iemand voorheen, kijk welke motivatiestijl de begeleider heeft.
  • Help de sporter zijn ideale motivatieniveau te herinneren, herinneringen aan succesvolle competities, en positieve woorden.
  • Beloningen in het vooruitzicht die klein maar vriendelijk zijn: zoals een gezamenlijk in de stad gaan theedrinken aan het eind van het seizoen.
  • De hardloper kan video’s getoond worden van zijn eerdere succesvolle prestaties.
  • Begeleidingsstijl veranderen richting intrinsiek en mastery of taak oriëntatie, of juist wat meer richting prestatie oriëntatie.
  • Doelstellingen bijstellen zodat ze gehaald kunnen worden.
  • Laat de hardloper een voorstel schrijven hoe ze aan haar comeback wil werken.

Heb jij ook een passie voor hardlopen dan is de cursus De Running Fysiotherapeut echt iets voor jou.

Bron: bewerking van – Walker, B., Foster, S., Daubert, S. Nathan, D. (2005). Motivation. Applying sport psychology: four perspectives. J. Taylor, Wilson, G. Champaign, Human Kinetics: 3-20.

Foto bij artikel door Microgen / Shutterstock.

Samenvatter: Peter van Burken
© www.PsychFysio.nl / drs. P. van Burken.

Meer over dit onderwerp bij Psychfysio

Gravatarfoto voor Peter van Burken

Peter van Burken

Dertig jaar ervaring als fysiotherapeut/psycholoog. Auteur van Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut en het boek Mindfulness en fysiotherapie. Initiator en docent Psychfysio opleidingen.

Reader Interactions

Om de twee weken 3-6 samenvattingen

Fysiotherapeut? ja nee

6000+ fysiotherapeuten ontvangen de nieuwsbrief.

Cursussen 2019

De Running Fysiotherapeut

5 dagen. Start 4 september 2019. Prijs 895,-...

Fysiopilates opleiding

9 dagen. Start 17 september 2019. Prijs 1295,-...

Dansante Fysiotherapie op basis van Laban/Bartenieff

8 dagen. Start 3 oktober 2019. Prijs 1295,-...

Motivational interviewing en oplossingsgericht coachen

3 dagen. Start 8 november 2019. Prijs 595,-...

Motorisch trainen bij musculoskeletale pijn – Extremiteiten –

4 dagen. Start 11 december 2019. Prijs: 875,-...

Cursussen 2020

Pijn- en Stressmanagement technieken

3 dagen. Start 7 januari 2020. Prijs 595,-...

Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut

5 dagen. Start 8 januari 2020. Prijs 875,-...

De Mindful Fysiotherapeut

8 dagen. Start 9 januari 2020. Prijs 1295,-...

Praktijk – Neurolinguïstisch Programmeren (NLP)

3 dagen. Start 13 januari 2020. Prijs 595,-...

Acceptance and Commitment Therapy bij pijn

3 dagen. Start 15 januari 2020. Prijs 595,-...

Motorisch trainen bij musculoskeletale pijn – Wervelkolom –

4 dagen. Data voorjaar 2020 volgen. Prijs 875,-...