Een westerse visie op Tai Chi

Overzicht
In deze tijd is de trend van het bewegen doorgedrongen in de maatschappij. Steeds meer mensen krijgen het besef dat lichaamsbeweging erg belangrijk is ter preventie van diverse ziektes en aandoeningen. “Mensen die fysiek actief zijn op een normaal niveau, hebben hierbij grote fysieke en mentale voordelen, vergeleken met mensen die niet actief zijn” (Trudeau et al, 1999). Fysieke voordelen bestaan volgens Landers (2007) uit verbetering van cognitieve functioneren, zoals reactietijd, geheugen en redeneren. De mentale voordelen van bewegen die beschreven worden in de systematische review van Landers (2007) bestaan uit vermindering van angst en depressie, en een positieve invloed op de stemming. De effecten van sportief bewegen zijn qua sterkte vergelijkbaar met medicatie of psychotherapie.

De uitgebreide mogelijkheden als televisie, Internet en computerspelen zorgen ervoor dat mensen thuis blijven en weinig bewegen in hun vrije tijd. Saris (www.wutaichionline.nl) beschrijft het mooi: “Goed voedsel en te weinig beweging heeft ons kwetsbaar gemaakt voor medische ongemakken, lichamelijke en geestelijke”. Om in beweging te komen zijn er veel verschillende mogelijkheden, zoals fitness of voetbal. Er zijn tegenwoordig ook andere sporten te beoefenen, die niet wereldwijd bekend zijn. Een voorbeeld daarvan is Tai Chi.

De filosofie achter Tai Chi is anders dan de manier waarop westerlingen naar bewegen kijken. Deze verschillen vormen echter geen tegenstelling. Davies (2007:6) verwoordt het alsvolgt: “Men is nu van mening dat Oosterse filosofieën gebaseerd zijn op een grondige kennis van het menselijk lichaam en daarom denkt men nu dat vele ideeën die aan Tai Chi ten grondslag liggen niet tegenstrijdig zijn met de Westers visie, maar er juist een aanvulling op vormen”. Er zijn dus wel degelijk verschillen tussen de twee visies, maar tegelijkertijd kunnen ze elkaar verrijken. Als eerste wordt de oosterse filosofie besproken, waarop de westerse ideeën volgen.

Oosterse filosofie achter Tai Chi

De oosterse filosofie die de basis vormt van Tai Chi is het taoïsme. Het Taoïsme is een oude Chinese filosofie, waarbij een belangrijk idee is dat de mens een bescheiden en nederig leven leidt. De bewegingen bij Tai Chi zijn bedoeld om langzaam uit te voeren, met meerdere herhalingen, zodat men op een vloeiende en gebalanceerde manier beweegt. Tai Chi wordt daarom vaak beschreven als “bewegende meditatie”, bijvoorbeeld door Robinson (2006:50).
De filosofie achter Tai Chi is gebaseerd op diverse krachten, zoals yin en yang en chi.
De volgende teksten over Yin-Yang en Chi zijn gebaseerd op de inhoud van de boeken van Davies (2007) en Robinson (2006).

Yin & Yang

Yin en yang zijn volgens de Chinese filosofie de twee krachten die chi voortbrengen. De geschiedenis van de twee krachten is al duizenden jaren oud.
Yang is de mannelijke kracht, actief en beschermend. Yang wordt ook geassocieerd met warmte van het vuur. Yin is daarentegen de vrouwelijke kracht, gebaseerd op de koude van het water. Dit is de zachte en passieve kracht. Als in een bepaalde situatie de Yang kracht overheerst dan wijkt als het ware de tegenovergestelde Yin kracht. Deze kracht blijft wel altijd aanwezig op de achtergrond.“Yin en yang staan voor de perfecte harmonie” (Davies, 2007: 22). Het evenwicht tussen deze twee krachten staat nooit stil, ze zijn altijd in beweging. Volgens de theorie van Yin en Yang is ziekte een verstoring van het evenwicht tussen de beide krachten.
Robinson (2006:29): “De voordelen van Tai Chi komen voort uit het feit dat het de yin en yang energie in het lichaam in harmonie brengt en de stroom van chi energie optimaal benut”. Het beoefenen van Tai Chi is gericht op het verzorgen van een evenwicht tussen Yin en Yang, om op die manier de chi door het lichaam te laten stromen.

Chi

Chi is het centrale principe in de Chinese geneeskunde en in de oosterse wereldvisie. Hiernaast is chi ook het meest omstreden begrip in de westerse wereld. Het is moeilijk om precies uit te leggen wat chi betekent. Chi wordt in de Chinese cultuur gezien als de essentiële levenskracht. Door de stroom van chi door ons lichaam, kunnen onze organen optimaal werken. Wanneer chi verstoord of geblokkeerd raakt, worden we ziek. Al duizenden jaren gaan chinezen uit van chi, die door ons lichaam stroomt via banen en meridianen.
Op verschillende manieren kan chi worden beïnvloed. Tai Chi is een manier om de levensenergie te bundelen en te leiden. De subtiele vormen van Tai Chi zijn ontwikkeld om het vloeien van chi in het lichaam te reguleren. Dit kan zijn om chi te versnellen, te vertragen of om blokkades op te heffen.

Wijze van bewegen

Voor deze informatie is gebruik gemaakt van bronnen uit www.wutaichionline.nl. De wijze van bewegen volgens de oosterse filosofie volgt heel nauwkeurige regels. Het bewegen tijdens Tai Chi is rustig en sierlijk en in geen enkele zin prestatiegericht. Het is niet gericht op het geforceerd verbeteren van de spierkracht van het lichaam. De bewegingen moeten juist met zo min mogelijk spierkracht worden uitgevoerd. Het voordeel van deze wijze van bewegen is dat het kan worden uitgevoerd door mensen van alle leeftijden.

Westerse visie

In de westerse wereld wordt op een heel andere manier gekeken naar bewegen. Er wordt voornamelijk gelet op aspecten die objectief gemeten kunnen worden. De fysieke vaardigheden worden gevormd door de vijf grondmotorische basiseigenschappen (Hopman-Rock, 2006):

  • Kracht
  • Coördinatie
  • Snelheid
  • Uithoudingsvermogen
  • Lenigheid

Hiernaast wordt er ook veel waarde gehecht aan functioneel bewegen. Een sprekend voorbeeld hiervan is de ontwikkeling van het trainingsprogramma Funtex door de afdeling Geriatrie van het Universitair Medisch Centrum te Utrecht (de Vreede, 2006). Tijdens dit functionele-taken-beweegprogramma worden de dagelijkse handelingen geoefend die Nederlandse ouderen als het meest problematisch beschouwen. Handelingen die onder andere aan bod komen zijn traplopen, boodschappen doen, zich verplaatsen buitenshuis en opstaan vanuit een stoel of bed.

In de oosterse cultuur wordt gezondheid gezien als een harmonie tussen Yin en Yang. In de westerse ideeën wordt ook over de betekenis van gezondheid gediscussieerd. Misschien heeft het begrip fitheid parallellen met het idee over de harmonie tussen Yin en Yang. Fitheid kent meerdere definities in de literatuur. De Wereld Gezondheidsorganisatie geeft de volgende beschrijving van fitheid: “Fitheid is het vermogen op een bevredigende wijze spierarbeid te verrichten”. Bij een gevoel van fitheid is er sprake van een evenwicht tussen belasting en belastbaarheid. Deze opvatting is ook terug te vinden in het Meer Dimensionaal Belasting Belastbaarheidsmodel (MDBB) van Hagenaars e.a. (2000). Dit model wordt gebruikt om de gezondheidstoestand in kaart te brengen. Het gaat na welke belastende factoren een rol spelen bij een patiënt en welke regelmogelijkheden de patiënt heeft.
Als hierin een evenwicht wordt gevonden, dan kan de patiënt op een goede manier aan zijn gezondheid werken. Brouwer (2003): “Gezondheid bestaat uit dynamisch evenwicht tussen endogene en exogene factoren”. Psychische, lichamelijk en sociale aspecten kunnen het evenwicht tussen belasting en belastbaarheid verstoren. Als dit gebeurt, is er sprake van een gezondheidsprobleem. Dit heeft overeenkomsten met de harmonie tussen Yin en Yang, die de oosterse filosofie voorwaardenscheppend acht voor gezondheid.

Kracht

Het begrip spierkracht wordt door Fox en Mathews (1991:117) gedefinieerd als: “De maximale kracht die een spier (of spiergroep) eenmalig tegen een uitwendige belasting of weerstand kan uitoefenen”.
Volgens Fiatarone- Singh (2004) neemt bij ouderen vanaf 65 jaar de spierkracht af met 1 à 2 procent per jaar. De oorzaak hiervan is het natuurlijke verouderingsproces van de spieren. Ook weinig lichaamsbeweging, problemen met het bewegingsapparaat en voedingstekort kunnen hierbij een rol spelen. Door de afname van spierkracht kan het lastiger worden voor oude mensen om hun dagelijkse activiteiten uit te voeren. Hierdoor vermindert de zelfredzaamheid en de kwaliteit van leven voor oudere mensen. Volgens Hazell (2007) is weerstandtraining lang gebruikt om de spierkracht bij oudere mensen te verbeteren. Er is echter nooit voldoende bewijs gevonden dat het trainen van maximaal kracht ook werkelijk de mogelijkheid tot het uitvoeren van ADL verbeterd.

Coördinatie

Het begrip “coördinatieve vaardigheden” wordt door Magill (2007:3) gedefinieerd als: “activiteiten of oefeningen met een gericht doel, die spontane bewegingen van het hoofd, lichaam en/of bewegingen van extremiteiten eisen”. Volgens de Morree (2006) heeft coördinatie betrekking op de activatie en onderlinge afstemming van de motorische eenheden in spieren.
In het dagelijkse leven en ook bij het uitvoeren van sport, maken wij doelgerichte en complexe bewegingen. Bij het uitvoeren van deze complexe handelingen zijn meerdere spieren betrokken. Houtman (1988:251) legt het op de volgende manier uit: “Deze coördinatie van bewegingen heeft te maken met het neuromusculaire samenspel. De integratie van centrale bewegingssturingsprogramma’s en sensorische informatie, afkomstig uit propriosensoren en de ogen, is verantwoordelijk voor de totstandkoming van complexe bewegingen”.
Bij langzame bewegingen is het mogelijk om continue bij te sturen. Wanneer een beweging te snel wordt uitgevoerd kan deze niet tijdig worden aangepast, omdat de informatie vanuit de propriosensoren en ogen niet zo snel kan worden verwerkt. Naarmate men beter getraind is, kan er beter geanticipeerd worden en zijn de bewegingen beter op elkaar afgestemd.

Snelheid

Snelheid wordt door Magill (2007:22) uitgelegd als: “de mate van verandering van plaats van een object, met betrekking tot tijd”. De Morree (2006) legt snelheid uit als: “De motorische grondeigenschap snelheid wordt echter vaak opgevat als de bewegingssnelheid van lichaamsdelen (of –segmenten)”.
Ook voor de oudere mens is snelheid bij bewegen een belangrijke factor. Bij voldoende snelheid, en dus ook reactiesnelheid, kan het valgevaar worden verminderd. Er zijn diverse onderzoeken gedaan naar het effect van snelheid bij oudere mensen. Hazell (2007) geeft aan dat in nieuw onderzoek uitgekomen is dat snelkracht bij bewegen belangrijker is voor het behouden van ADL.

Uithoudingsvermogen

Het uithoudingsvermogen van een persoon is afhankelijk van twee verschillende energieleverende systemen. Het verschil tussen aërobe en anaërobe arbeid is gebaseerd op het verschilof de energie voornamelijk geleverd wordt door glycolyse of vanuit de oxidatieve fosforylering.

Aërobe systeem. Het aërobe systeem wordt door Bernards (2002:158) gedefinieerd als: “een vorm van arbeid waarbij de energielevering plaatsvindt door oxidatieve fosforylering”. Bij een aërobe training wordt met matige intensiteit gesport en wordt er niet doorgegaan tot de grens van uitputting.
Een opvallend effect op het gebied van energieleverende processen is dat er een versterking ontstaat van de oxidatieve fosforylering. Aërobe training heeft dus naast de effecten van de spier, ook gunstig effect op andere systemen. De Morree (2006): “Door leken wordt deze vorm van uithoudingsvermogen vaak conditie genoemd”.

Anaërobe systeem. Dit wordt door Bernards (2002:158) gedefinieerd als: “een vorm van arbeid waarin de oxidatieve fosforyslering niet in staat is aan de energiebehoefte te voldoen.” De oorzaak hiervan kan liggen aan een beperking in de zuurstoftoevoer, of aan het systeem van de fosforylering zelf. Anaërobe arbeid wordt veel gezien bij statische spieractiviteit, waardoor bloedtoevoer en zuurstofvoorziening minder optimaal zijn. Om tot de effecten te komen van anaërobe arbeid, zal de training altijd zwaar zijn en bijna tot uitputting leiden. Effecten van anaërobe training zijn het snel toenemen van myofibrillen in de spier, waardoor de spiervezels dikker worden. Ook zal na training de anaërobe fase steeds worden verlengd, zodat de oefening langer vol kan worden gehouden. Anaërobe training heeft dus alleen effect op het groeien en aanpassen van de specifieke spieren die getraind worden.

Lenigheid

Onderstaande tekst is voornamelijk gebaseerd op het boek van Houtman (1988).

Lenigheid wordt door Houtman (1988:253) omschreven als: “de grootst mogelijke beweeglijkheid in een gewricht die tot stand komt met of zonder invloed van uitwendige krachten”. Er is sprake van een actieve en passieve lenigheid. Actieve lenigheid wordt gezien als de mogelijkheid tot het uitvoeren van een bepaalde bewegingsuitslag met gebruik van eigen spieractiviteit. Wanneer er naast eigen spierkracht, ook gebruik wordt gemaakt van externe krachten, dan wordt gesproken van passieve lenigheid. De passieve lenigheid is meestal groter dan de actieve lenigheid.

Lenigheid is afhankelijk van de structuur van een gewricht, maar ook van het rekkingsvermogen van de spier. Ook de rustspanning van een spier heeft invloed op de lenigheid. Personen die spanningen ervaren, hebben vaak een hogere rustspanning in hun spieren. Door deze hogere rustspanning wordt de lenigheid van de spier negatief beïnvloed.
Hiernaast is lenigheid ook afhankelijk van persoonsgebonden factoren. Als eerste neemt de lenigheid af bij toenemende leeftijd. Ook geslacht heeft invloed op de lenigheid. Vrouwen beschikken over het algemeen over een grotere lenigheid dan mannen. Dit is waarschijnlijk te wijten aan verschillen in hormonen. Naast deze persoonsgebonden factoren, zijn ook omgevingsfactoren van belang. Een lage omgevingstemperatuur is van negatieve invloed op de rekbaarheid van spieren. Een warming-up is een goede manier om de temperatuur in de spieren te laten stijgen en zo de rekbaarheid te laten toenemen.

Concluderend

De manier waarop beweging plaatsvindt, is erg verschillend. In het oosten wordt er op een rustige manier bewogen, met behulp van zo min mogelijk spierkracht. Het bewegen is in geen enkele manier prestatiegericht. Tai Chi wordt heel bewust uitgevoerd met veel aandacht voor vloeiend bewegen, zonder abrupte bewegingen. Echter in het Westen wordt gekeken naar de vijf grondmotorische basiseigenschappen en functioneel bewegen. Het doel van bewegen is het verbeteren van de lichamelijke prestaties. Het is vaak zware trainingsarbeid en het lichaam wordt uitgedaagd om steeds meer te leveren aan kracht, snelheid of één van de andere basiseigenschappen. Het gevolg is dat beweging volgens de oosterse visie door mensen van alle leeftijden kan worden uitgevoerd, in het westen is sport meer gericht op de jongere mens.
De begrippen Yin en Yang zijn een onderdeel uit de oosterse filosofie, maar in de westerse wereld bestaan begrippen die vergelijkingen vertonen. Misschien kan het principe van Yin en Yang gebruikt worden als een metafoor. In het westen omschreven wordt Yin en Yang beschreven als “belasting en belastbaarheid” of “balans tussen rust en activiteit”. Dit voldoet niet volledig aan de betekenis achter Yin en Yang, maar er bestaan enkele overeenkomsten.
Het begrip chi is echter geen bekend begrip. In de westerse visie bestaat, ons inziens, geen begrip dat overeenkomsten vertoont met chi. Om deze reden is het voor mensen uit het westen moeilijk te begrijpen wat chi betekent, in tegenstelling tot Yin en Yang.

Peter van Burken

Peter van Burken

Zin in een leuke en boeiende cursus?

Kijk dan hier voor inspiratie!

" 3000+ tevreden fysiotherapeuten gingen je voor. "

Database met 1400+ artikelen

Nieuwsbrief

Fysiotherapeut?(Vereist)

Voorjaar 2022

De Mindful Fysiotherapeut

8 dagen. Start 20 januari 2022. Prijs € 1195,-…

Vrouw doet pilates oefeningen en voorkomt daardoor rugpijn.

Fysiopilates opleiding

9 dagen. Start 15 februari 2022. Prijs € 1295,-…

Dansante Fysiotherapie op basis van Laban/Bartenieff

8 dagen. Start 17 maart 2022. Prijs € 1295,-…

Acceptance and Commitment Therapy bij pijn

3 dagen. Start 1 april 2022. Prijs € 495,-…

De Running Fysiotherapeut

5 dagen. Start 11 mei 2022. Prijs € 895,-…

Motivational interviewing en oplossingsgericht coachen

3 dagen. Start 13 mei 2022. Prijs € 495,-…

Motorisch trainen bij musculoskeletale pijn – Extremiteiten –

4 dagen. Start 15 juni 2022. Prijs: € 875,-…

CRKBO
KNGF-logo
keurmerk-fysiotherapie-logo