Toggle Side Panel
Psychfysio
  • NIEUWS
  • E-LEARNING
  • CURSUSSEN
    • JOUW CURSUSSEN
  • COMMUNITY
  • WIE WIJ ZIJN
    • Wie wij zijn
    • Docenten
    • Nieuwsbrief
    • Goed doen
More options
    Sign in
    • NIEUWS
    • E-LEARNING
    • CURSUSSEN
    • COMMUNITY
    • WIE WIJ ZIJN
      • Wie wij zijn
      • Docenten
      • Nieuwsbrief
    • Log In
    Close search

    Dyspnoe en angst bij COPD verminderen door gedragsmatige benadering

    27/12/2017 | Marjolein Streur | COPD, angst
    Vrouw in winterkleding gebruikt een inhalator buiten, wat wijst op ademhalingsproblemen of COPD-symptomen
    Gedragsmatige longrevalidatie vermindert angst en benauwdheid bij COPD en versterkt kwaliteit van leven.

    Angst en dyspnoe beperken dagelijks functioneren van veel mensen met COPD. Pulmonaire revalidatie met gedragsmatige interventies (o.a. CBT, zelfmanagement, yoga) reduceert kortdurend klachten en verbetert kwaliteit van leven. Langetermijneffecten blijven onduidelijk door gebrek aan RCT’s.

    Angst en dyspnoe zijn twee belangrijke symptomen bij mensen met chronische obstructieve pulmonaire aandoeningen (COPD). Meer dan 1 op de 3 mensen met COPD is dusdanig angstig dat het ze beperkt in hun dagelijkse activiteiten en het ze beperkt om naar buiten te gaan. Angst en dyspnoe zijn geassocieerd met meer exacerbaties, ziekenhuisopnames, heropnames, langer verblijf in het ziekenhuis en hogere sterftecijfers. Interventies gericht op de vermindering van angst en dyspnoe zijn belangrijk in de behandeling van mensen met COPD om zo het meest effectief te zijn. Longrevalidatieprogramma’s die bestaan uit fysiotherapie en educatie lijken het grootste effect te hebben op de trainingscapaciteit en de kwaliteit van leven bij mensen met COPD. Door precies vast te stellen welke delen van de interventie het meest effectief zijn, kunnen fysiotherapeuten de meest efficiënte behandeling samenstellen voor hun patiënten. In deze review bestuderen de onderzoekers de literatuur over longrevalidatieprogramma’s met een gedragsmatige benadering, zoals coaching, cognitieve gedragstraining en yoga. Ze keken daarbij naar het effect op angst en dyspnoe bij mensen met COPD.

    Methode

    De onderzoekers includeerden studies die een pulmonaire training en gedragsmatige benadering combineerden in de behandeling van COPD. De onderzoekers includeerden zowel RCT’s als interventiestudies zonder controlegroep. Alle patiënten moesten de diagnose COPD hebben en longrevalidatie, cognitieve gedragstherapie of ander soort therapie (zelfmanagement, yoga, muziektherapie) krijgen. De uitkomstmaten van de studies waren angst en dyspnoe.

    Resultaten

    Er voldeden 47 onderzoeken aan de criteria, met in totaal 4595 deelnemers. De leeftijd varieerde van 58 tot 75 jaar. De losstaande onderzoeken waren relatief klein en er was maar weinig gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek, waardoor er geen sterke bewijzen zijn voor met name de lange termijn. In de meeste studies bleken pulmonaire revalidatie en cognitieve gedragstherapie effectief op de korte termijn. Deze therapieën vonden over het algemeen twee keer per week plaats gedurende 8 weken en na afloop van de training waren angst en dyspnoe in de meeste studies significant verminderd. In sommige studies hing de mate van dyspnoe samen met de mate van angst, maar andere studies lieten zien dat dyspnoe ook kon veranderen zonder dat er verandering in angst te zien was.
    Voor de lange termijn is het bewijs nog beperkt. Wel is er een trend te zien dat een combinatie van pulmonaire revalidatie en zelfmanagementstraining, yoga en cognitieve gedragsmatige interventies gunstig zijn om angst en dyspnoe te verminderen.

    Lees verder:  Angst en de invloed op de communicatie tussen arts en patiënt

    Opmerkingen

    Uit deze studie blijkt dat bestaande longrevalidatieprogramma’s die bestaan uit een combinatie van fysiotherapie en educatie/relaxatie een positieve invloed hebben op angst en dyspnoe. Vaak is in deze trainingen een deel cognitieve gedragstherapie opgenomen, dat effectief blijkt te zijn. Voor andere gedragsmatige interventies is -zeker op de lange termijn- nog weinig bewijs voor de effectiviteit, maar dit komt grotendeels voort uit een gebrek aan goede gecontroleerde onderzoeken naar deze interventies.

    Bron:

    Yohannes, A.M., Junkes-Cunha, M., Smith, J., Vestbo, J. (2017) Management of Dyspnea and Anxiety in Chronic Obstructive Pulmonary Disease: A Critical Review. J Am Med Dir Assoc. 2017 Dec 1;18(12):1096.e1-1096.e17. doi: 10.1016/j.jamda.2017.09.007

    Fotocredit: Antonio Guillem/ Shutterstock

    * Meld een spelfout of onjuistheid.

    Marjolein Streur

    Marjolein Streur

    Fysiotherapeut/fysiotherapiewetenschapper. Referent/samenvatter. Speerpunt leefstijlcoaching en psychologie. Volgde de universitaire focusopleiding ‘klinische en gezondheidspsychologie’.

    Posts navigation

    ← Graded Motor Imagery verbetert uitkomsten na polsfractuur
    Schoen die laserlijn projecteert helpt tegen freezing bij Parkinson →

    Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

    Ontvang wekelijks een nieuwsbrief met drie samenvattingen op het gebied van fysiotherapie en het biopsychosociale model.

    Inschrijven
    Cursussen 2026
    • Contact
    • Cursussen
    • Nieuwsbrief
    • E-learning (blended)
    • Tijdschriften
    • Goed doen
    • Privacybeleid
    • AI versus mensenwerk
    • Disclaimer Psychfysio opleidingen
    • Algemene voorwaarden
    • Klachtenprocedure
    © 2026 - Psychfysio opleidingen