14-12-Moving Cycle en belevingsgericht werken

De Moving Cycle en belevingsgericht werken

Het is voor fysiotherapeuten interessant om bewegen vanuit een breder perspectief te bekijken. Laten we heel breed starten: beweging is het meest kenmerkende aspect in het universum. Op alle niveaus, van sterrenstelsels tot subatomaire deeltjes en golven, en alles wat daartussen zit, is er beweging. Zelf de ruimte om je heen is aan het uitdijen en dus in beweging. Stilstand is gewoonweg onmogelijk, want dan kan ‘iets’ niet bestaan. Zelf in totaal lege ruimte (empty space) is er beweging.  De substraten die in beweging zijn natuurlijk zeer verschillend, bijvoorbeeld een golf, een elektron, moleculen, fysiologie, orgaan, spieren, of lichaam als geheel. Er zijn ook psychologische substraten en sociale substraten die bewegen: zoals de aandacht die zich verplaatst, of gevoelens die komen en gaan, en sociaal-maatschappelijk bewegen, etc. De overeenkomst is dat het allemaal beweegt en daarom is bewegen als fenomeen op zichzelf interessant. Tijd-ruimtelijk denk je misschien dat je zo klaar bent met het beschrijven van een beweging: beweging heeft een richting en een snelheid. Dat is een kwantitatieve benadering, maar er zijn ook kwaliteiten aan bewegen als ‘algemeen verschijnsel’ te onderscheiden. Er zijn auteurs/onderzoekers die meer fijnmazig kijken naar bewegen. Zo bestaat er bijvoorbeeld het Laban/Bartenieff movement analysis om bewegen te vangen in termen van body, effort, shape, space, relationship, en frase. Elk aspect kent weer meerdere onderscheidingen. Dat levert de fysiotherapeut een rijke en handzame taal op om op een nieuwe manier naar het bewegen van de cliënt te kijken. Maar hoe verloopt het proces als de fysiotherapeut belevingsgericht wil werken met het bewegen van de client? We bespreken hier de visie in het artikel van Caldwell (2016).

Moving Cycle

Christine Caldwell ontwikkelde de Moving Cycle om therapeutisch-bewegend te werken met cliënten. De achterliggende gedachte is dat bewegingsprincipes de theoretische en klinische basis kunnen vormen van herstelprocessen. Iedere aandoening kan gezien worden als een verstoring in beweging. Zoals hier boven beschreven hoeft dat niet alleen op het niveau van spieren te liggen. Het kan bijvoorbeeld ook gaan om een verstoring in de bloedsomloop of transport binnenin een cel. Je kijkt er makkelijk overheen, maar woorden als ‘omloop’ en ‘transport’ verwijzen rechtstreeks naar beweging. Elke aandoening is in zekere zin op te vatten als een verstoring in beweging. En herstel kan gezien worden als een terugkeer naar een adaptief en harmonieus bewegen van alle delen van een individu. Dit kan plaatsvinden op zowel op het niveau van cellen en organismen, als op fysiologisch, psychologisch en sociaal gebied. Dit paradigma overlapt met de Information Theory (Cover & Thomas 2006), waarin gezondheid wordt gedefinieerd als een staat van coherentie, waar bij de bewegingssignalen van ieder lichaamssysteem gelezen kunnen worden door andere lichaamssystemen. En deze andere systemen erop kunnen reageren. Kortom, er is bewegen en vooral ook in onderlinge samenhang en wederzijdse beïnvloeding. Dit zal fysiotherapeuten die een meer geintegreerde kijk op bewegen hebben aanspreken. Als er een verstoring is in de vrije uitwisseling van informatie ergens in het lichaam -fysiek, of bijvoorbeeld in het brein-  ontstaat een vorm van een aandoening. Dit kan op biologisch, gedragsmatig, relationeel of sociaal niveau zijn.

Het model van de Moving Cycle dat Caldwell ontwikkelde richt zich niet op moleculair niveau maar op persoonlijk menselijk bewegen. Dit is het niveau waar ook de fysiotherapeut zich het meest op concentreert. Het Moving Cycle model is een waardevolle aanvulling voor de fysiotherapeut omdat hij daarmee een biomedische kijk kan aanvullen met een meer individueel persoonlijke benadering. Een benadering die niet extern georiënteerd is maar nadrukkelijk intern georiënteerd. Het model helpt de fysiotherapeut en de cliënt om ‘belevingsgericht’ te werken aan herstel.

Het herstelproces vindt volgens de Moving Cycle plaats in vier verschillende fases:

  • Awareness (bewustzijn)
  • Owning (eigenaarschap)
  • Appreciation (waarderen)
  • Action (toepassen)

1. Awareness (bewustzijn)

In deze fase geeft het lichaam sensorische signalen af – symptomen- om de aandacht erop te vestigen dat er iets mis is. Dit is het eerste hulpmiddel in de stappen naar herstel. Immers, als de cliënt niet merkt dat er iets mis is kan hij er ook niet op reageren. Bewuste aandacht is dus belangrijk om de signalen van het lichaam te herkennen en zo zelfregulerend te kunnen handelen. De signalen kunnen afkomstig zijn vanuit het lichaam, zoals honger, pijn, stress, angst, plezier maar er kan ook sprake zijn van een externe input zoals traumatische gebeurtenissen. In deze fase leert de cliënt opmerken wat er gebeurt, zoals het voelen van pijn of het ervaren van een gebrek aan plezier. De signalen kunnen zowel positief als negatief zijn. Het leren focussen op de signalen van het lichaam op een niet-oordelende manier zien we terug in veel benaderingen waaronder mindfulness en focussing. De cliënt richt de aandacht ook op gevoelens en gedachten en gedragsimpulsen. Bijkomend voordeel van bewuste aandacht is dat er ruimte voor beweegimpulsen ontstaat die meer authentiek zijn en minder beïnvloed worden door de sociale omgeving of gewoonten. Bewustwording is de eerste fase van de Moving Cycle, maar ook de eerste stap in iedere therapiesessie.

2. Owning (eigenaarschap)

De tweede fase is Owning. In deze fase kijkt de cliënt op een milde manier naar wat er gebeurt als hij aandacht blijft schenken aan lichaamssignalen. Het kan zijn dat de cliënt opeens meer ademruimte ervaart of bijvoorbeeld dat een beweging juist meer gespannen raakt etc. Hij erkend dat dit processen binnen hemzelf zijn (owning), ook al kan hij er (op dit moment) niets aan veranderen, en probeert er zorgzaam/compassievol mee om te gaan. Dat aandachtschenken een reactie oproept zit ingebakken in het sensomotorische systeem; een sensatie roept vaak een motorische reactie op, een bewegingsimpuls. De reacties die ontstaan zijn niet alleen strikt motorisch, een spiertrekking bijvoorbeeld, maar kunnen ook opkomende herinnering of bijvoorbeeld gevoelens zijn. Sensomotorische processen worden immers mede aangestuurd door het limbische systeem, waar associaties gevormd zijn tussen enerzijds motorische processen en anderzijds eerdere levenservaringen in de vorm van visuele beelden, geluiden, woorden, emoties en herinneringen. Door de bewegingsimpulsen te herkennen krijgt de client meer inzicht in de onderliggende sensorische ervaringen (beeld, herinnering, gevoelens).

Bewegingsimpulsen ontwikkelen zich tot een opvolgingen van bewegingsfrasen die gezien kunnen worden als complexe lichaamsverhalen. Deze lichaamsverhalen bevatten dus non-verbale hints over wie de cliënt is en wat de cliënt voelt. Door bewust deze bewegingsimpulsen en de onderliggende associaties te herkennen en te erkennen kan de cliënt hier eigenaarschap over nemen. Door eigenaar te worden van het huidige reageren en beleven en dit (succesvol) verder uit te drukken in beweging, kan de cliënt een meer intern gevoel van controle ontwikkelen. Hij leert effectief te reageren op wat hij voelt en beleeft, er expressie aan te geven in bewegen. Een eenvoudig voorbeeld.

De cliënt richt de aandacht op de sensaties in de nek-schouder regio. Hij merkt de sensaties van spanning op en de onderliggende impuls om de schouders op te trekken. Door hier bij stil te staan komt de associatie omhoog dat hij ‘weg wil’. Door open en zonder oordeel aandacht te schenken aan het ‘weg willen’ komt de associatie omhoog ‘weg willen’ van deze ‘dominante werkgever’. De cliënt gaat als ‘experiment’ mee in de bewegingsimpuls van ‘wegwillen’ en laat de vraag van de fysiotherapeut ‘waar heen’ op zich inwerken. De associatie komt omhoog ‘naar meer zelfzorg/respect’. De cliënt wordt uitgenodigd te voelen hoe dat voelt in het lichaam en mee te gaan in de bewegingsimpuls. De cliënt richt zich meer op, ademt dieper en vrijer door en ervaart de mentale ruimte die daarbij ontstaat.

In deze fase wordt de focus op de sensaties en bewegingen verdiept, zonder er betekenis aan te geven. Het wordt geen ‘praten over’ of ‘analyseren van’. Hiermee komt de cliënt uit zijn vaste patronen van bewegen en de bijkomende vastgeroeste verklaringen. Door het uitstellen van gewoonte-interpretaties ontstaat ruimte voor frisse nieuwe interpretaties. Dit loslaten van vaste patronen zonder dat ze direct verruild worden voor andere patronen kan lastig zijn, maar is belangrijk. Het geeft de cliënt de energie om te bewegen in reactie op de directe ervaring, in plaats van op herinneringen. De therapeut helpt de cliënt aanwezig te blijven in het huidige moment, en niet weg te drijven in gedachten of te dissociëren. Dat vraagt om een goede balans tussen ademen, bewegen en voelen. Om geassocieerd te blijven werken de cliënt en therapeut samen om:

  • op een manier te ademen die de beweging ondersteunt,
  • om te voelen welke beweging wordt gemaakt en,
  • om precies te voelen wat wordt waargenomen zodat empowerment plaatsvindt.

3. Appreciation (waarderen)

Als de waargenomen lichaamssensaties en gevoelens worden getolereerd en ernaar gehandeld kan worden, gaat fase 2 over in fase 3. In deze fase ontstaat een gevoel van zich meer ‘een geheel’ voelen. Er kan een staat van zelfherkenning, voltooiing en tevredenheid ontstaan. De client komt meer thuis bij zichzelf. Deze positieve gevoelens zijn geassocieerd met veiligheid en verbondenheid. Er is speciale aandacht nodig voor het bewust waarnemen van deze (vaak) nieuwe gevoelens en beweegpatronen van zelfwaardering, compassie en zelfzorg. Het is belangrijk om stil te staan bij het toelaten en tolereren van gevoelens van tevredenheid en (zelf)zorg. Veel cliënten hebben geleerd om deze positieve gevoelens te onderdrukken. In deze fase leert de cliënt zich weer open te stellen voor positieve gevoelens. Stilstaan om tijd en aandacht te schenken aan deze positieve zelf-gevoelens helpt de client zichzelf meer te stabiliseren. Daardoor kunnen de volgende stappen op het pad van zelfontwikkeling genomen worden.

Action (toepassen)

De vierde en laatste fase is toepassen. Net zoals binnen de fysiotherapie gaat de Moving Cycle er vanuit dat voor duurzaam herstel de cliënt datgene wat hij geleerd heeft moet toepassen in het dagelijks leven. Deze fase zorgt ervoor dat de beweegprocessen, bijvoorbeeld meer zelfbewust rechtop staan, geïntegreerd worden in de dagelijkse handelingen. De fysiotherapeut helpt hierbij door de cliënt het nieuwe bewegen en beleven laten oefenen terwijl de cliënt denkt aan relationele en sociale contexten waar hij deze nieuwe manier van ‘zijn’ wil ervaren. Dit wordt herhaalt tot een nieuw lichaamsverhaal is ontstaan. En de cliënt een coherent verhaal kan vertellen dat authentiek gevoed wordt vanuit actuele wensen en belevingen in plaats van op oude verklaringen en standpunten. Op die manier wordt gezondheid en welzijn op de lange termijn positief gestimuleerd.

Afsluitend

De Moving Cycle is voor iedere client in iedere situatie anders. Gedurende het leven gaan we door vele Moving Cycles. Sommige zijn kortdurend, anderen duren ons hele leven. Hoewel de fases in deze volgorde doorlopen worden, is het soms nodig om even terug te gaan naar een voorgaande fase om resultaten daaruit te versterken of te herhalen. Er is in de Movement Cyclus weinig nadruk op het analyseren wat er in het verleden is gebeurd. Dat maakt de methode geschikt voor de fysiotherapie. De Moving Cycle is meer ervaringsgericht dan inzicht-gericht. De Moving Cycle gebruikt het lichaam en de sensorische sensaties om beter onderscheid te kunnen maken in wat waar is in de innerlijke verhaallijn en wat waar is in de  externe verhaallijn van macht en privilege, en waar de cliënt zich aan wil committeren. De therapeut helpt bij dit proces. De Moving Cycle richt zich op de individuele beweger, die een innerlijke impuls zoekt die niet wordt gedicteerd door externe invloeden. Voor veel cliënten binnen de fysiotherapie zal deze aanpak helpend zijn. Zeker als het gaat om stressgerelateerde problematiek. Het is een aanpak die via bewegen handen en voeten heeft aan het biopsychosociale model.

Voor een cursus in lichaamsbewustwording zie: Belevingsgericht lichaamswerk binnen de fysiotherapie

Bron: Caldwell, C. (2016) The Moving Cycle: A Second Generation Dance/Movement Therapy Form. American Journal of Dance Therapy 38, pages 245–258.

Foto bij artikel door Eugene Titov / Shutterstock / bewerking P. van Burken.

Meer van Psychfysio

Fysiotherapeut/fysiotherapiewetenschapper. Referent/samenvatter. Speerpunt leefstijlcoaching en psychologie. Volgde de universitaire focusopleiding ‘klinische en gezondheidspsychologie’.

Zin in een leuke en boeiende cursus?

Kijk dan hier voor inspiratie!

" 2750+ tevreden fysiotherapeuten gingen je voor. "

Database met 1300+ artikelen

Nieuwsbrief

Voorjaar 2021

Dansante Fysiotherapie op basis van Laban/Bartenieff

8 dagen. Start 14 januari 2021. Prijs € 1295,-...

Fysiopilates opleiding

9 dagen. Start 9 februari 2021. Prijs € 1295,-...

De Mindful Fysiotherapeut

8 dagen. Start 11 februari 2021. Prijs € 1295,-...

Acceptance and Commitment Therapy bij pijn

3 dagen. Start 27 januari 2021. Prijs € 595,-...

Praktijk – Neurolinguïstisch Programmeren (NLP)

3 dagen. Start 23 maart 2021. Prijs € 595,-...

Motivational interviewing en oplossingsgericht coachen

3 dagen. Start 19 maart 2021. Prijs € 595,-...

De Running Fysiotherapeut

5 dagen. Start 21 april 2021. Prijs € 895,-...

Motorisch trainen bij musculoskeletale pijn – Wervelkolom –

4 dagen. Start 9 juni 2021. Prijs € 875,-...

Pijn- en Stressmanagement technieken

3 dagen. Start 18 mei 2021. Prijs € 595,-...

Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut

5 dagen. Start 8 april 2021. Prijs € 875,-...

CRKBO
KNGF-logo
keurmerk-fysiotherapie-logo