14-09-De dood van Ivan Iljitsj - aangrijpend en leerzaam_599573108

De dood van Ivan Iljitsj – aangrijpend en leerzaam

Kunst in de vorm van schilderijen, film, proza, muziek kan een verhaal vertellen dat persoonlijker is dan feitelijke kennisoverdracht. Kunst kan woordloos veel zeggend zijn. Als je als fysiotherapeut je op een andere manier wilt verdiepen in een onderwerp van je vak dan kan kunst je een alternatieve- of aanvullende ingang bieden. Je kunt daarbij dicht bij het musculoskeletale blijven, zoals Körperwelten van Gunther von Hagens. Veel fysiotherapeuten zullen daar bekend mee zijn.
In dit artikel vind je een samenvatting van een kort verhaal van Tolstoj: ‘De dood van Ivan Iljits’. Het idee voor deze novelle ontstond in 1881 na het indrukwekkende overlijden van een kennis van Tolstoj aan kanker, de rechter van instructie Ivan Iljits Melsjnikow. In 1884 begint hij aan het werk en op 25 maart 1886 is het af.

Voor hulpverleners biedt het verhaal van De dood van Ivan Iljitsj een blik op een persoonlijk ziekteverloop. Veel aspecten uit het ‘biopsychosociale model’ zijn er in terug te vinden. Het verhaal speelt zich af in de negentiende eeuw. De zaken waar Ivan Iljits mee te maken krijgt zijn echter ook nu nog relevant. Tegelijktijdig kan men constateren dat er rond ‘medische omgang en communicatie’ veel verbeterd is. De lezers die het literaire artistieke aspect van dit verhaal willen beleven adviseer ik het origineel te lezen, in plaats van deze samenvatting. De schuine gedrukte citaten zijn uit het oorspronkelijke werk.

Voorafgaand aan het lezen van het verhaal kan men zich de volgende vragen stellen:

  • Welke persoonlijkheidskenmerken hebben Ivan en zijn vrouw, wat zou de impact zijn op omgang met ziekte?
  • Wat is de kwaliteit van het huwelijk en benoem de impact?
  • Beschrijf het type arts, en impact op Ivan.
  • Op welke leugens doelt Ivan?
  • Wat is het belang van ‘je leven overzien’
  • Wie geeft hem de sociale steun en op welke wijze?
  • Welke plaats krijgt liefde en overgave in de omgang met zijn dood.

Samenvatting

I

In het gerechtshof, tussen twee zittingen in, lazen de collega’s van Ivan Iljitsj in de krant dat Ivan Iljitsj overleden was. Ivan Iljitsj stierf op 45 jarige leeftijd. Zijn collega’s Fjodor Wasiljewitsj en Pjotr Iwanowitsj mochten hem graag, toch waren de eerste gedachten niet bij hem maar bij zichzelf: welke betekenis zou dit voor hun promotie hebben, voor zichzelf en voor hun kennissen.

Ze denken kort aan hem, aan zijn geld, dat ze hem al (te) lang niet hadden ge­zien. Daarna starten de trivialiteiten over de ‘lange afstanden’ in de stad. Het riep ook een gevoel van­ vreugde bij ze op: ‘hij is gestorven en niet ik’. Bovendien dachten ze aan de zeer vervelende verplichtingen die nu rond het overlijden en de begrafenis op hun af kwamen.

Fjodor en Pjotr waren zijn beste vrienden. Pjotr zat bij Ivan op de juridische hogeschool.

Pjotr gaat als hij ‘s avonds gegeten heeft direct naar Ivan’s huis voor een bezoek. Hij treft daar collega Schwarz aan die het tamelijk luchthartig neemt alsof die vastberaden is zijn goede humeur niet te laten bederven door de zware drukkende sferen. Bij de kist weet Pjotr niet goed wat hij moet doen. Eigenlijk weet hij dat nooit: moet je veel of weinig kruisjes slaan, buigen of knikken? Hij kiest voor een bescheiden halve buiging. Dit half richting kist, half richting misdienaar en half richting de iconen op de tafel. Nadat het kruisjes slaan en buigen hem lang genoeg geduurd heeft keek hij naar de dode.

Schwarz wil ‘s avonds het kaarten gewoon door laten gaan, zoals ze altijd deden. Praskowja Fjodorowna, de vrouw van Ivan Iljitsj, nodigt beide mannen uit voor de requiemviering (panichida) die zo direct plaats gaat vinden. Schwarz buigt vaag, de uitnodiging niet aannemend of afslaand. Zo komt hij er onderuit.

Praskowja pakt Pjotr bij de arm. Dan ontstaat er even een treurig beleefdheid spel ‘wat een verlies…’. Het ‘spel’ wordt ontnuchterend verstoort doordat Praskowja met haar kant aan de rand van de tafel blijft haken en Pjotr niet goed uit de kapotte poef overeind kan komen om haar te helpen. Een pijnlijke ontnuchtering.

Behalve het vertoon van verdriet, moet Praskowja opeens met Sokolow de huisknecht overleggen over de prijs van de grond voor een graf, en ook iets over het koor. Pjotr wordt ondertussen aan het roken gezet. Ze geeft aan dat dergelijke praktische zaken regelen haar troost geven en afleiding. Ze vertelt Pjotr dat haar man ontzetten geleden heeft. Wel drie etmalen heeft hij gegild en ze begrijpt niet hoe zij dat heeft kunnen volhouden!

Dit idee van lijden geeft Pjotr een gevoel van ontzetting ondanks de huichelarij van hem en deze vrouw. De angst slaat toe: mij kan dit ook gebeuren, denkt hij. Maar dan lukt het hem om zichzelf gerust te stellen met de overmatig optimistische opvatting dat dit alleen een ander overkomt. Daarna behoudt hij emotioneel distantie. En kan hij daardoor van alles vragen rondom de ziekte en het sterven van Ivan Iljitsj. Ze informeert daarna over het geld dat zij kan ontvangen, maar ze bleek al volledig op de hoogte te zijn. Ze vroeg Pjotr om mee te denken of ze niet ergens nog iets liet liggen. Toen dit niet zo bleek te zijn beëindigde ze snel op verkapte wijze het gesprek.

Weer buiten, na de panichida, ervaart Pjotr opluchting, de frisse lucht. Als hij zich haast kan hij nog op tijd aansluiten bij het kaartspel met zijn vrienden.

II

‘De levensgeschiedenis van Ivan Iljitsj was zeer eenvoudig en gewoon en toch zeer beklemmend.’

Ivan was de middelste zoon van drie. Zijn vader was een niet buitengewoon bekwame ambtenaar die doorgroeide, maar uiteindelijk op een positie kwam waarin door gebrek aan competentie disfunctioneren ontstond. En zoals zo vaak bij ambtenaren op hoog niveau wordt hem de hand boven het hoofd gehouden. De oudste broer volgt in het voetspoor van zijn vader. De jongste mislukt overal in, hij maakt de juridische hogeschool niet af.

Ivan is begaafd, vrolijk en goedhartig. Een graag geziene jonge man die zich streng houdt aan de plicht. Plicht is voor hem datgene wat van hogerhand voorgeschreven wordt. Hij richt zich volledig op hoger geplaatsten. Neemt hun handelingen en gebruiken over, hun denkwijze en waarden, en komt al snel op goede voet met ze te staan.

Hij stapte in zijn jeugd niet over het lijntje. Na zijn opleiding zorgt zijn vader voor een positie als ambtenaar met speciale opdracht, onder een gouverneur in de provincie. Hij werkt nauwgezet en eerlijk. In dienstzaken was hij terughoudend, officieel en zelfs streng. Privé was hij vrolijk en grappig. Hij viert feest, heeft etentjes, en doet van alles voor hooggeplaatsten, maar altijd binnen de grens van wat gepast en te verantwoorden is.

Na 5 jaar wordt hij rechter van instructie onder een andere gouverneur. Hij moet daarvoor zijn netwerkje achterlaten en op de nieuwe locatie een nieuwe verwerven. Hij waardeert de macht die hij in de nieuwe functie over mensen krijgt, ook over hoger geplaatsten, maar blijft daaronder hoffelijk en vriendelijk met hun omgaan.

Hij misbruikt zijn macht niet, verzacht die juist vaak. Het bewustzijn van die macht en de mogelijkheid haar te kunnen verzachten waren voor hem het belangrijke en het aantrekkelijke van deze functie. Hij was de eerste die eenvoud en objectiviteit in een zaak systematisch neerlegde. Dit werd in die tijd ook een voorschrift.

In de nieuwe stad kiest hij zijn sociale kring zo dat er een afstand onstaat tussen hem en de gouverneur. Dat is een andere strategie dan in de vorige periode. Daar leert hij ook het wint-kaartspel. Hij ontmoet Praskowja, het aantrekkelijke, verstandigste en briljantste jonge meisje uit de kring. Ivan krijgt een luchtige speelse verhouding met haar.

Hij danst in die tijd niet veel meer. Alleen nog om te laten zien hoe goed hij als rechter van instructie toch nog kan dansen. Hij trouwde met Praskowja, na een grondige afweging over de status, de financiën van Praskowja en of de hoger geplaatsten haar goed keurden.

Alles verloopt aanvankelijk voorspoedig, maar na een paar maanden zwangerschap wordt zijn vrouw jaloers, kribbig en maakt vaak een scène. De scènes en ruzies die volgen waren bedoeld om Ivan thuis te krijgen, ‘naast haar op de bank’. Ze wilde zo zijn vrolijke luchtige leventje verstoren. Ivan ging vanuit zelfbescherming meer en meer tijd, aandacht en inspanningen in zijn werk leggen en kwam zo min mogelijk thuis.

Na drie jaar wordt Ivan Iljitsj officier van justitie. Ze krijgen nog meer kinderen, maar er steven er ook twee. Ivan is ondertussen immuun geworden voor het nog steeds toenemende gemopper van zijn vrouw. Zijn vrouw begint Ivan ook van alles te verwijten als ze weer een nieuw woonplaats krijgen. Ze hebben veel ruzie. Heel soms is er een eilandje van liefde, maar doorgaans een zee van vijandigheid.

Hij gaat uiteindelijk geheel in zijn werk op. Dat is zijn wereld. Het werk verloopt vaardig, aangenaam en correct als officier van justitie. En zo gaat de tijd weer zeven jaar verder. Zijn dochter is ondertussen zestien. Zijn zoon is een gymnast en geen jurist. Dat heeft zijn vrouw tegen gehouden om Ivan tegen te werken. En er stierf nog een kind.

III

Zo verliepen de eerste zeventien jaar uit zijn huwelijk.

Belangrijke verstoring van het ‘geluk’ was dat hij bij de benoeming tot president in een universiteitsstad gepasseerd wordt door Hoppe. Hij maakt zichzelf verwijten en wordt boos op Hoppe en zijn superieuren. Deze laten daarom ook een tweede benoeming passeren. Dat jaar 1880 is het moeilijkste jaar uit zijn leven. Hij verdient naar zijn mening veel te weinig om de grote voet waar hij op leeft te kunnen volhouden. Ze krijgen schulden, vader springt niet bij (men vind dat hij genoeg verdient), en zijn vrouw blijft mopperen.

Na enige bezinning wil hij naar Petersburg teruggaan om welke baan op welk een ministerie dan ook aan te nemen, als het maar meer betaalde. Behalve het ministerie waar ze hem niet op waarde geschat hadden. Onderweg naar Petersburg verneemt hij van een kennis die instapt dat er op het ministerie een verwisseling gaat plaatsvinden.

Daardoor zou Pjotr Petrowitsj en mogelijk ook zijn vriend en collega Zachar Iwanowitsj meer op de voorgrond komen. In Petersburg zocht hij hem op en krijgt een toezegging. Hij komt uiteindelijk op zijn vroegere ministerie, nu twee rangen hoger en meer tevreden salaris. De wrok was vergeten, men viert hem weer. Ze kruipen zelfs.

Praskowja en Ivan sluiten vrede en maken plannen om naar Petersburg te verhuizen. Hun huwelijk is weer eensgezind sinds jaren.

Hij vindt een prachtig huis naar wens voor hem, zijn vrouw, dochter en zoon. Koopt mooi antiek. Hij gaat zich met de inrichting bezighouden terwijl zijn vrouw en kinderen nog in zijn oude woonplaats zijn. Hij verkneukelt zich aan de gedacht hoe smaakvol alles wordt. Anderen zullen versteld staan. Hij gaat er zo in op dat hij zijn nieuwe baan net wat minder interessant vindt dan normaal te verwachten viel. Ook tijdens rechtszaken dwaalt hij in gedachten af naar het inrichten van zijn huis. Hij gaat zelfs alleen aan de sleep met de meubels in het huis. Als hij een behanger uitlegt hoe hij het wil hebben, verstapt hij zich. Vangt zichzelf op, blijft op de been, maar stoot zijn zij tegen de spanjolet van het raam. Dat stoten deed pijn, maar het is niets bijzonders en was spoedig weer over.

Hij voelt zich sterk, vitaal, en het huis wordt prachtig. In werkelijkheid is het een inrichting van niet al te rijke mensen die op rijken willen lijken. Iedereen doet dat op dezelfde manier, erg voorspelbaar. Toch ervaart hij de inrichting als bijzonder bijzonder.

Hij ontvangt zijn gezin en iedereen is blij, vol lof en verrukt. Hij schept later die avond nog op over zijn val door de ‘lucht’, het is niets, ik ben gymnast.

In het begin hebben Ivan en zijn vrouw het nog druk met inrichten en daardoor geen tijd voor scènes. Toen dat klaar was begonnen ze zich te vervelen, ervoeren leegte, maar de kring groeide en de drukte en gewoonten in tijdvulling namen toe.

Elke beschadiging of krasje in het huis deed hem pijn, maar toch verloopt zijn leven aangenaam zoals hij wenste. Zijn werk verloopt goed. Hij weet virtuoos het zakelijke en persoonlijke te scheiden, speelt er de eerste viool.

Zijn zoon doet het gymnasium en studeert goed. Ze nodigen mensen uit die belangrijk zijn en gaan met hen om zoals mensen doen die belangrijk zijn. Dat gebeurt in een omgeving zoals men van elkaar gewend is, de salon bijvoorbeeld. Zelf een soiree waarop gedanst werd werd georganiseerd met belangrijke mensen. De vreugde van het werk was eigenliefde, die van de uitgaanswereld ijdelheid. De werkelijke vreugde kwam van wint-spelen, vooral als hij een kleine winst maakte.

Ivan Iljitsj, zijn vrouw en dochter zijn het over de kennissenkring eens. Bepaalde kennissen of familie die er niet in hoorden werden stelselmatige gemeden en kwamen op den duur niet meer. Alleen de beste kringen blijven hun gezelschap zoeken.

Naar zijn dochter Lizanjka doet Pertrisjtsjew een gooi, een rechter van instructie. Alles loopt naar wens.

IV

Het gezin was, zo leek, gezond. Alleen had Ivan soms een vreemde smaak in zijn mond en een onaangenaam gevoel links in zijn maagstreek. Langzaam werd het erger, geen pijn, maar wel een zwaar gevoel in zijn zij wat zijn humeur verslechterde. De relatie verslechterde daardoor weer rap. En zijn vrouw die altijd neigt te overdrijven, beklaagde zich hoe zwaar ze het had en hoe zeer ze zich voor hem ingezet had.

Hij begint meestal de ruzies, onder het eten, om kleine trivialiteiten die hem ergeren binnen het gezin en geeft zijn vrouw daarvan de schuld. Zijn vrouw heeft het tegen verwijten gestaakt nadat hij twee keer een driftbui aan tafel kreeg, en zij begreep dat dit aan zijn ziekelijke stofwisseling moest liggen. Ze vond haar vredelievendheid een groot goed. Maar kreeg ook zelfmedelijden omdat ze moest leven met een man met zo’n slecht karakter. Bovendien was er het besef dat hem dood wensen geen zin had omdat ze dan financiële problemen kregen. Door deze twee zaken hate ze hem hartvochtig, en door deze onuitgesproken grieven werd haar man weer kribbiger etc.

Na een onredelijke ruzie van Ivan schreef hij zijn irritatie toe aan zijn ziekte, waarop zijn vrouw zei dat als hij ziek was hij naar een dokter moest gaan.

Hij gaat naar de dokter en het verloopt zoals hij verwachte. Dokters doen gewichtig. Je moet je over geven. Ze maken het wel in orde, net zoals hij in het gerechtshof handelde.

De dokter laat een lijst van hypothesen horen en hoe die gefalsificeerd of geverifieerd kunnen worden. Ivan wil echter maar één ding weten: was zijn toestand gevaarlijk of niet? Een vraag die de dokter negeerde. Het ging hem niet om het leven van Ivan, maar of het een wandelende nier was of de blinde darm. Hij houdt een betoog, zoals Ivan ook vaak deed, en komt op een gewenste conclusie uit ‘de blinde darm’, mits urine onderzoek niet anders uitwijst. Triomfantelijk kijkt hij Ivan aan na dit staaltje van vakmanschap. Ivan stelt nogmaals beleefd de ongepaste vraag of het in het algemeen een gevaarlijke ziekte is of niet. Dokter kijkt hem aan met een gefronste blik dat men zoiets niet vraagt. ‘Ik heb u al gezegd wat ik nodig en als geschikt oordeel’, zei de dokter, verdere onderzoeken zullen het moeten uitwijzen’. En de dokter boog.

Onderweg peinst Ivan somber over al het verwarrende wat hij de dokter hoorde zeggen en probeert dat eenvoudig te vertalen: ‘is het slecht, erg slecht met me of toch eigenlijk niet?’ Hij kwam tot de conclusie dat hij er heel slecht voor stond. Alles leek daarna in de buitenwereld somberder.

‘De pijn, die doffe, knagende pijn, die geen ogenblik ophield, had door de onduidelijke woorden van de dokter, een andere, ernstiger betekenis gekregen. Ivan Iljitsj ging er met een nieuw, wanhopig gevoel op letten.’

Thuis hebben, moeder en dochter nauwelijks tijd voor zijn verhaal, ze willen winkelen. Praskowja wimpelt het als onschuldige klachten af.

‘De voornaamste bezigheid van Ivan Iljitsj sinds hij bij de dokter geweest was, bestond uit het trouw nakomen van diens voorschriften wat betreft de hygiëne en het slikken van de medicijnen en het letten op de pijn en op alle verrichtingen van zijn organisme.’

Hij begon ook te letten op verhalen over ziekte die mensen vertelden en zocht naar gelijkenissen met zijn klachten.

Hij dwingt zichzelf te denken dat het beter gaat, maar tegenslag, conflict slaan hem direct uit het lood en doen zijn klachten met alle kracht weer opkomen. Als er tegenslag was werd hij woedend omdat het juist wat beter ging. Ook dacht hij dat juist die woede hem zo vermoorden. Hij meende rust nodig te hebben en spong op alles wat de rust dreigde te verstoren. Hij consulteert verschillende artsen om raad. Allen gedragen zich deskundig maar vertellen verschillende dingen en zaaiden alleen maar twijfel. Hij verliest de moed.

Hij besluit om ferm te zijn, niet meer te twijfelen en maar naar één arts te luisteren. Maar als de pijn toeneemt, de smaak en stank uit de mond verergert kan hij er niet meer omheen.

‘Hij kon zich niet langer wijsmaken: iets ontzettends, iets nieuws en zo belangrijks, als er nog nooit in zijn leven had plaatsgehad, voltrok zich nu in hem. En hij alleen wist dit; allen die hem omringden, begrepen het niet of wilden het niet begrijpen en dachten dat alles op de wereld zijn gewone gang ging. Dat kwelde Ivan Iljitsj nog het meest.’

Vrouw en dochter genoten van de winter en ergerden zich over zijn slechte stemming. Zijn vrouw verkondig openlijk dat hij zich niet aan de voorschriften houdt, wat soms waar is door de pijn. Ze doet alsof de ellende die Ivan meebrengt door Ivan zelf veroorzaakt wordt. Op zijn werk heeft hij het gevoel dat ze hem soms aankijken van ‘die gaat een plaats openlaten’. Soms ook maken ze grapjes over zijn lichamelijke zorgen. Ivan ervaart dit als zeer ongepast. Vooral aan de luchthartige Schwarz ergert hij zich.

Met kaarten voelt hij zich niet meer betrokken. Hij merkt ook hoe anderen hem daarin sparen alsof hij zwak is. Dan is de ziekte weer opvallend aanwezig en men stelt voor te gaan rusten, de stemming is somber tijdens het kaartspelen.

Ivan Iljitsj blijft alleen met het besef, dat zijn leven voor hem vergiftigd is, en dat hij ook het leven van de anderen vergiftigt, en dat het vergif er niet minder op wordt, maar meer en meer zijn hele wezen doordrenkt’.

Door dit besef en de pijn slaapt hij vaak slecht. Hij werkt nog wel, soms niet. Als hij niet werkt is hij alleen thuis, alleen op de rand van de afgrond met niemand die hem daarin bijstaat.

V

Een paar maanden gaan voorbij als zijn zwager komt logeren. Deze ziet Ivan en is verbouwereerd. Dit korte non-verbale signaal bevestigt alles voor Ivan. Maar op de expliciete vraag of hij veel veranderd is krijgt Ivan geen antwoord. Weer alleen bekijkt hij zich in de spiegel met foto’s van vroeger erbij: het verschil is ontzettend. Als hij naar beneden gaat hoort hij Praskowja tegen haar broer zeggen dat hij overdrijft.

De broer houdt vol:

‘Overdrijf ik? Jij ziet het niet, hij is ten dode opgeschreven; let maar op zijn ogen. Er is geen licht in. Wat heeft hij?’

Ivan gaat die avond nog naar een vriend die een arts kent. Ze gaan samen naar die arts en na een lang gesprek legt die het eindelijk uit: het is een klein plekje op de blindedarm. Alles zou weer in orde komen. Het is een kwestie van het ene orgaan wat stimuleren, en het andere orgaan wat afremmen. Weer thuis was Ivan Iljitsj opgewekt, praat met bezoek, werkt aan wat zaken, maar stelt het denken over ‘de blindedarm’ uit.

Eenmaal alleen op zijn kamer, sinds zijn ziek-zijn slaapt hij alleen, overdenkt hij wat de arts zei. Hij houdt zich voor dat het inderdaad de blinde darm is en dat medicijnen helpen. Hij voelt zich al beter. Als de doffe pijn echter weer begint komt het besef op dat hij dood gaat. Hij peinst over hoe dat zal zijn, dood-zijn, de angst slaat hem om het hart. Weer wat bekoelt hoort hij de stemmen en het pianospel van de mensen die gewoon door leven. Dwazen noemt hij ze, ook zij gaan dood, ik alleen eerder.

Weer liep hij alles na, vanaf de stoot tegen de vensterbank, de lichte pijn, het erger worden, de artsen die hij bezoekt, het wegzinken in somberheid, het besef van doodgaan. Angst overvalt hem, hij wil een kaars aandoen maar dat lukt niet, stoot zich en er valt iets. Zijn vrouw komt merkt dat het niet goed gaat en stelt een betere dokter voor. Hij praat er liever niet over. Zij kust hem op het voorhoofd, hij haat haar.

VI

Hij wist dat hij ging sterven, maar kon het niet begrijpen.

‘Kaj is een mens, mensen zijn sterfelijk, dus Kaj is sterfelijk, had hem zijn hele leven juist geleken voor zover het Kaj betrof, maar niet hemzelf’.

Hij was geen Kaj of mens in het algemeen, hij had zijn eigen specifieke ervaringen.

‘En het is niet mogelijk dat ik moet sterven. Dat zou te vreselijk zijn’. ‘Het kan niet, en toch is het zo’.

Hij probeert er niet aan te denken, andere dingen te denken, zoals hij vroeger deed toen zijn dood niet bestond, maar het lukt niet, de gedachten blijven komen, die werkelijkheid bleef voor hem staan. Ook het handelen, het zich verliezen in het werk lukt niet meer, de pijn blijft aan hem trekken. Hij maakt daardoor fouten.

‘[…] en ging terug naar huis met het bittere besef, dat zijn ambtelijke bezigheden niet meer als vroeger voor hem verborgen konden houden wat hij wilde verbergen’.

In de salon corrigeert hij geërgerd het fotoalbum dat zijn dochter en haar vrienden zo rommelig hadden gemaakt. Hij wil de albums op een andere plek neerzetten, dan komt zijn vrouw binnen, en verzet zich tegen dat idee. Het conflict biedt even bescherming, maar altijd weer komt ‘zij’, de gedachte aan de dood en dwingt haar aan te kijken. Verslagen keert hij terug naar de divan met die ene gedachte [ik sterf], huiverend.

VII

Langzaam in de derde maand van zijn ziekte lijkt iedereen maar een vraag te hebben: zal hij snel heen gaan en de levenden van de last en hemzelf van het lijden bevrijden?

Hij slaapt steeds minder, krijgt opnieuw opium en morfine injecties die hem aanvankelijk hielpen, maar later als minstens zo lastig werden ervaren als de pijn zelf.

Het eten dat op dokters advies bereid wordt smaakt niet meer, de stoelgang lukt niet meer alleen. Steun vindt hij bij Gerasim, de vrolijke-oprechte en keurige jonge boerenzoon.

Dan volgt een prachtig stuk waarin hij zich door de eenvoudige heldere Gerasim laat helpen. Hij vraagt of Gerasim het niet erg vindt dat schoonmaken na de stoelgang, vraagt hem om zijn broek weer op te trekken, en steun te geven richting divan. Gerasim doet dat met licht gemak en gevoelvol. Ivan voelt zich goed en rustig als Gerasim hem aanraakt en met hem praat. Hij probeert Gerasim nog even bij zich te houden door te vragen zijn kussen op te schudden etc.

‘Gerasim deed dit bereidwillig en met genoegen, met een eenvoud en goedheid die Ivan Iljitsj vertederden’.

Het ergst kwelde hem de leugen, dat iedereen wist dat hij zou sterven, maar men deed of hij alleen maar ziek was. Hij had het ze toe willen schreeuwen.

‘Houd toch op met dat liegen, jullie weten en ik weet, dat ik sterf, houd dus in Godsnaam op met dat gelieg! Maar nooit had hij de moed om dat te doen’.

Hij zag dat zijn toestand feitelijk de mensen stoorde in hun keurige, correcte en aangename leventjes dat hij ook geleefd had. Ze gingen met hem om zoals je met iemand omgaat die ‘stinkt’ maar dit niet wilt laten merken.

Alleen Gerasim, die soms nachten zijn voeten vast hielt en wat omhoog legde als Ivan niet kon slapen, toont begrip en medelijden, waardoor Ivan zich goed en rustig voelt.

Alleen Gerasim loog niet.

‘Eens zei hij zelfs ronduit, toen Ivan Iljitsj hem weg wilde sturen: ”Wij sterven allen. Waarom zou ik mij dan niet wat moeite geven?” Hij bedoelde dat geen moeite hem te veel was, juist omdat hij het voor een stervende deed, en omdat hij hoopte dat iemand ook voor hem zorgen zou, wanneer zijn tijd gekomen was.’

Als gevolg van de leugens had niemand anders medelijden met hem, dat was ondragelijk voor hem. Soms na lange pijnaanvallen had hij de (voor hem wat beschamende ) behoefte getroost te worden zoals men een kind troost (knuffelen en vasthouden, om hem huilen).

Gerasim benadert dit het dichts, maar anderen (collega’s bijvoorbeeld) blijven plechtig en ernstig, en klagen over een verworpen cassatiebesluit.

‘Deze leugens om hem heen en in hemzelf vergiftigde de laatste dagen van Ivan Iljitsj’ leven het allermeest’.

 

VIII

Ivan ontwaakt, weet niet wat hij met de dag aan moet. Hoe die vorm te geven?

‘… als een heer starten met een kopje thee, zoals altijd?’

De naderende dood, de leugen, benauwen hem en hij vraagt Pjotr een lepeltje medicijn. Ook medicijnen blijken een leugen.

Het duurt hem te lang.

‘Altijd het zelfde, altijd die eindeloze dagen en nachten. Ging het maar wat sneller! Maar wat dan? De dood, de duisternis. Neen, neen, alles is beter dan dood!’

Langzaam wast hij zich en ziet zijn uitgemergelde gezicht. Pjotr helpt hem met aankleden. Ivan installeert zich met een plaid over zijn benen. Hij zit gewassen en aangekleed, dat voelt even goed. Maar dan is er direct weer die pijn, en moet hij gaan liggen.

‘Altijd het zelfde. Nu eens blinkt er een druppel hoop, dan weer bruist er een zee van wanhoop, en altijd die pijn, altijd die angst en altijd hetzelfde. Wanneer hij alleen is, voelt hij zich verschrikkelijk eenzaam, hij wil iemand roepen, maar hij weet van te voren, dat hij zich nog ellendiger voelen zal met anderen in de kamer’.

Morfine wil hij, om alles te vergeten.

De dokter komt binnen met een uitdrukking als ‘u maakt zich wat overmatige bezorgd, ik zal alles in orde maken’. De dokter weet dat dat niet kan, maar heeft deze gewoonte nu eenmaal aangeleerd. Hij wrijft zijn handen vitaal als opwarmer om het klusje te klaren. Bij het onderzoek is hij echter ijdel ernstig, een leugen. Ivan Iljitsj onderwerpt zich er aan.

Zijn vrouw komt binnen. Haar houding ten opzichte van Ivan en de ziekte is niet veranderd. Ook dat is een vaste gewoonte. Ze klaagt dat hij zich niet aan de voorschriften houdt, en het haar, zijn liefde volle vrouw, daardoor zo moeilijk maakt.

Ze zegt Ivan dat er straks een andere beroemde dokter zal komen. ‘Verzet je niet, ik doe het voor mezelf’. Dat laatste verwart Ivan Iljitsj.

‘Alles wat zij voor hem deed, deed zij alleen voor zichzelf, en zij zei tegen hem, dat zij het voor zichzelf deed, wat ook inderdaad zo was, maar op zo’n ironische toon, dat hij het tegengestelde zou moeten geloven.

Weer onderzoek diezelfde dag, dit maal van de beroemde dokter. En weer volgt daarna het oplossen van de vraag ‘is het de blinde darm of de nier?’ en niet de vraag over leven en dood. Op de vraag of hij beter kan worden antwoordde dokter dat dat mogelijk is, maar dat hij er niet voor kan in staan.

‘De blik vol hoop, waarmee Ivan Iljitsj de dokter nakeek, was zo meelijwekkend, dat zelfs Proskowja Fjodorowna, die de werkkamer uit kwam om met de beroemde dokter af te rekenen, de tranen in de ogen sprongen’.

’s Avonds gaat zijn vrouw met de kinderen naar de schouwburg. Ze vraagt Ivan schuld bewust naar zijn gezondheid en geeft 1000 verontschuldigingen waarom ze wel mee moet en hem alleen achter moet laten.

Ook zijn dochter en verloofde (de rechter van instructie) komen binnen. Allen sterk, fris en prachtig gekleed. Ook zijn zoon Wasja komt, maar met blauwe kringen onder de ogen, hij begrijpt Ivan en heeft medelijden met hem. Ze vragen naar zijn gezondheid, en discussiëren daarna over het talent van Sarah Bernhardt waar ze naar toe gaan. Gekibbel ontstaat tussen moeder en dochter. Dan, als ze Ivan weer zien, is er het zwijgen.

Ivan is woedend, om de leugens. Zij zien het maar geven niet toe, en hij kan het niet zeggen. De dochter doorbreekt de pijnlijke impasse door te zeggen dat het tijd is te gaan, willen ze op tijd komen.

De opluchting komt nadat zij (met de leugens) weg waren. De eenzaamheid en pijn blijft.

‘Laat Gerasim maar komen’.

IX

Die avond als zijn vrouw thuis komt wil zijn vrouw Gerasim wegsturen. Ivan opent zijn ogen en zegt:

‘ i Neen, ga weg.

-p  Je hebt erg veel pijn.

– i Het doet er niet toe.

– p Neem wat opium.

Hij stemde toe en nam het. Zij ging weg.’

Ivan stuurt uiteindelijk ook Gerasim weg en begint te huilen als een kind.

Hij huilde om zijn hulpeloosheid, om zijn ontzettende eenzaamheid, om de wreedheid van mensen, om de wreedheid van God, om het niet-bestaan van God.’

Waarom heeft hij mij dit aangedaan, maar er komt geen antwoord op de niet te beantwoorden vraag.

Dan keert hij aandachtig in zichzelf en hoort een vraag. ‘Wat wil je, wat wil je’, herhaalt hij uiterst geconcerteerd in zichzelf. Leven zoals vroeger, prettig en goed leek hem nu een zinloos bestaan. Behalve iets in zijn jeugd voelde als werkelijk goed.

Maar degene die hij als goed ervoer was er niet meer.

Alles wat de Ivan had gedaan en bereikt leek niets meer te betekenen en werden vaak zelfs lelijk. Geleidelijk aan werd in zijn leven echte vreugde alsmaar twijfelachtiger. Al in de laatste klassen van de juridische hogeschool nam het af. Hoe dichter bij het nu, hoe doodser het werd: geld zorgen, slecht huwelijk, de schijn op houden etc.

‘Alsof ik regelmatig bergafwaarts ging, terwijl ik mij verbeelde, dat ik bergop ging. Zo was het. Volgens de openbare mening ging ik bergopwaarts, maar hoe meer ik klom, hoe meer ik het leven achter mij liet…En nu is het zo ver, sterf nu maar!’

Hij vraagt zich af of hij misschien verkeert geleefd had. ‘Maar ik ben toch niet schuldig zoals in het gerecht!’ ‘Waarom, waarom toch dit lijden?’ vraagt hij zich constant af, zonder een antwoordt te vinden.

‘En wanneer de gedachte weer in hem opkwam, zoals telkens gebeurde, dat dit alles kwam doordat hij niet geleefd had zoals het moest, dan bracht hij zich onmiddellijk al het juiste en correcte van zijn leven te binnen, en verjoeg deze wonderlijke gedachte.’

X

Zo gingen twee weken voorbij en Ivan Iljitsj stond niet meer op van de divan. Met het gezicht naar de muur, eenzaamheid en pijn, zich afvragen is dit de dood, ja, waarom dit lijden?

‘En de stem antwoordde: “zomaar, om niets en nog eens om niets.” Niets was er dan dat.’

Vanaf het begin van de ziekte heeft hij ambivalente gevoelens, soms is er hoopvolle aandacht en belangstelling voor het lichamelijke, dan weer is er de wanhoop, ontzetting en de angst voor de dood. Naarmate de ziekte voortschreed nam de hoop ten opzichte van de wanhoop af. Het is voor hem duidelijk dat er totaal geen hoop meer is als hij zich vergelijkt met nu en drie maanden geleden.

Ivan is de laatste weken vreselijk eenzaam, en dat te midden van een levendige stad, familie en kennissen. Hij leeft met zijn gedachten alleen nog in het verleden. Elke keer gaat hij van het heden terug naar zijn kinderjaren. Daar zijn goede gedachten, daar is het leven. Nu stevent hij met een toenemende snelheid op het donkere af. Hij valt de afgrond in. Kon hij het maar begrijpen, maar dat kan niet. Had hij toch verkeerd geleefd? Dat kan toch niet, het was correct.

XI

Zo gingen twee weken voorbij. Als zijn vrouw vertelt dat Petrisjtsjew om de hand van zijn dochter heeft gevraagd treft zij hem in een nog slechtere toestand aan. Ivan ligt nu op zijn rug en staart naar het plafond. Zij begin weer over medicijnen. Hij kapt haar af. Met ogen vol haat zegt hij:

‘- Om Christus’ wil, laat me rustig sterven.’

Zijn dochter die binnen komt kijkt hij met dezelfde blik aan. Ivan geeft korte antwoorden bij vragen naar zijn gezondheid.

‘ Wat hebben wij misdaan? Vroeg Liza aan haar moeder. Het lijkt wel of het onze schuld is. Ik heb medelijden met vader, maar waarom maakt hij het ons zo moeilijk?’

Als de dokter weer komt maakt Ivan ook hem met een boze blik duidelijk dat hij niets kan doen, ook de pijn verlichten niet. De dokter zegt tegen Praskowja dat alleen opium nog kan helpen tegen de pijn.

De dokter zag zijn lichamelijk lijden dat vreselijk was, wat echter erger was was het geestelijke lijden. Geestelijk lijden omdat plotseling de gedachte door Ivan heen schoot dat zijn leven inderdaad misschien verkeert is geweest. Misschien had hij toe moeten geven tegen de nauwelijks te merken neiging om zich te verzetten tegen wat hoger geplaatsten goed vonden. Hij probeert zijn leven, zijn visie, zijn alles te verdedigen, maar het lukt niet. Hoe moest hij dan weggaan? Was alles een leugen geweest?

‘ Dit besef verergerde, vertienvoudigde zijn lichamelijk lijden. Hij kreunde, wierp zich telkens om, trok aan zijn kleren. Het was hem, of ze hem benauwden en drukten. En daarom haatte hij de mensen om zich heen.’

Met opium sluimerde hij tijdelijk in.

Zijn vrouw dringt aan op communie. Nadat hij gebiecht had voelde hij zich beter, hij ontving het laatste sacrament met tranen in de ogen. Er groeide zelfs weer wat hoop, toch mijn blinde ­­darm? Zijn vrouw zegt ‘en is het niet zo, voel je je nu niet beter?’. Zonder haar aan te kijken zei hij: – “ja”, maar met haat en ontzetting. Alles wat deze vrouw zei, droeg en deed, verwees naar det leugen dat leven en dood verborgen hielt. Hij haatte haar. De pijnen nemen weer toe.

‘En er was iets nieuws bijgekomen: er begon iets in hem te boren en te stoten, en het benam hem de adem.’

XII

‘Van dat ogenblik af begon het drie dagen lang aanhoudende schreeuwen, dat zo ontzettend was, dat men het twee kamers verder niet zonder huivering kon aanhoren.’

Na het antwoord aan zijn vrouw had hij begrepen dat er geen weg terug was. “Ik wil niet”, ­schreeuwde hij, en kreunde van de pijn.

Hij vecht en verzet zich tegen de naderende dood, het zwarte gat. Hij kan er niet in omdat hij blijft geloven dat hij goed geleefd had, dat kwelt hem het meest van al. Daarom kan hij niet verder. Dan start de borende pijn weer en hij stort in het gat, aan het eind scheen er licht te zijn. Wat is het ware, hij wordt plotseling stil.

Dat was aan het eind van de derde dag, één uur voor zijn dood. Zijn zoon komt binnen. Zwaaiend en schreeuwend met zijn arme slaat Ivan zijn zoon per ongeluk tegen zijn hoofd. Zijn zoon grijpt zijn hand en kust het.

‘Op dat ogenblijk stortte Ivan Iljitsj naar beneden, hij zag het licht en het werd hem duidelijk, dat zijn leven niet geweest was zoals het had moeten zijn, maar dat hij het nog goed kon maken.’

Hij ziet zijn zoon en krijgt medelijden, ziet zijn vrouw en krijgt medelijden met haar. Hij wilde nog zeggen ‘vergeef’ maar kwam tot ‘verg…’

‘En plotseling werd hem duidelijk dat al wat hem benauwd had en hem niet duidelijk was geweest, nu plotseling helder vóór hem stond, ja , van twee kanten, van tien kanten, van alle kanten. Hij had medelijden met hen en hij moest hun geen verdriet meer doen. Hij moest hen en zichzelf van deze kwelling bevrijden. “Hoe goed en hoe eenvoudig”, dacht hij. “En de pijn? vroeg hij zichzelf. Waar moet ik die laten? Ja, waar ben je pijn?”

Hij voelde aandachtig.

“Ja, daar is zij. Nu, Goed, laat het pijn doen.”

“En de dood? Waar is de dood?”

Hij zocht naar zijn gewone, oude doodsangst en vond hem niet:

“Waar is de dood?” Er was geen angst meer, omdat de dood er niet meer was.

In plaats van de dood was er licht.

– Dat is het dus! Zei hij plotseling hardop. Hoe heerlijk!

Voor hem gebeurde dit alles in één ogenblik en de betekenis van dat ogenblik veranderde niet meer. Voor degene die bij hem waren, duurde de doodstrijd nog twee uur. In de borst kreunde nog iets en zijn uitgeput lichaam schokte. Toen werd het kreunden en hijgen steeds minder.

– “Het is voorbij!” zei iemand naast hem.

Hij hoorde deze woorden en herhaalde ze in zijn ziel. “De dood is voorbij”, zei hij tegen zichzelf. “De dood is er niet meer.“

Hij haalde diep adem, stokte middenin, strekte zich uit en stierf.

Bron: Tolstoj LN. (1886) De dood van Iwan Iljitsj. In: L.N. Tolstoj verzamelde werken: verhalen en novellen. Amsterdam: G.A. van Oorschot, 1970; 619-74.

Foto bij artikel door Koldunov / Shutterstock.

Meer van Psychfysio

Dertig jaar ervaring als fysiotherapeut/psycholoog. Auteur van Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut en het boek Mindfulness en fysiotherapie. Initiator en docent Psychfysio opleidingen.

Zin in een leuke en boeiende cursus?

Kijk dan hier voor inspiratie!

" 2750+ tevreden fysiotherapeuten gingen je voor. "

Database met 1300+ artikelen

Nieuwsbrief

Voorjaar 2021

Dansante Fysiotherapie op basis van Laban/Bartenieff

8 dagen. Start 14 januari 2021. Prijs € 1295,-...

Fysiopilates opleiding

9 dagen. Start 9 februari 2021. Prijs € 1295,-...

Rustig uitgevoerde aandachtsvolle beweging op de grond.

Belevingsgericht lichaamswerk binnen de fysiotherapie

5 dagen. Data volgen. Prijs € 895,- Inschrijven Bij...

De Mindful Fysiotherapeut

8 dagen. Start 11 februari 2021. Prijs € 1295,-...

Acceptance and Commitment Therapy bij pijn

3 dagen. Start 27 januari 2021. Prijs € 595,-...

Praktijk – Neurolinguïstisch Programmeren (NLP)

3 dagen. Start 23 maart 2021. Prijs € 595,-...

Motivational interviewing en oplossingsgericht coachen

3 dagen. Start 19 maart 2021. Prijs € 595,-...

De Running Fysiotherapeut

5 dagen. Start 21 april 2021. Prijs € 895,-...

Motorisch trainen bij musculoskeletale pijn – Wervelkolom –

4 dagen. Start 9 juni 2021. Prijs € 875,-...

Pijn- en Stressmanagement technieken

3 dagen. Start 18 mei 2021. Prijs € 595,-...

Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut

5 dagen. Start 8 april 2021. Prijs € 875,-...

CRKBO
KNGF-logo
keurmerk-fysiotherapie-logo