Een van de belangrijke oorzaken van chronische lage rugpijn lijkt een gebrek aan rompstabiliteit te zijn. Stabilisatie-oefeningen zijn dus een vaak gebruikte behandelmethode. Ook de McKenzie methode kan een manier zijn om rugklachten te verminderen. Dit verband is al aangetoond in onderzoek, maar van beide soorten oefentherapie is niet duidelijk wat de invloed ervan is…

Lees meer

Mensen met chronische lage rugpijn hebben naast pijnklachten ook stijfheid van de gewrichten, houdings aanpassingen, spierzwakte en verminderde neuromusculaire controle. Hierdoor hebben ze vaak een lagere loopsnelheid en een kortere en asymmetrische paslengte. Volgens het biopsychosociaal model is lage rugpijn niet alleen mechanisch, maar heeft het ook te maken met attitudes, overtuigingen en gedrag. Inadequate…

Lees meer

Passieve oscillerende mobilisaties worden vaak toegepast door manueel therapeuten. Door deze mobilisaties treedt een reactie van het sympathische zenuwstelsel op. Er is een algemene consensus dat deze reactie een onderdeel is van een veel groter, centraal geregelde, reactie. De oorzaak daarvan is nog ter discussie; sommige auteurs beschouwen het dorsale periaqueductale grijze gebied (dPAG) als…

Lees meer

Hyperkyfose kan leiden tot pulmonaire problemen, vermindering van kwaliteit van leven, vergroting van valrisico, beperkingen in ADL-activiteiten, en een vergrote kans op vertebrale compressiefacturen. Hyperkyfose is een voorspeller voor mortaliteit, onafhankelijk van de onderliggende spinale osteoporose. Aangezien deze aandoening bij 20-40% van de ouderen voorkomt, is het dus een groot gezondheidsprobleem. De etiologie is complex…

Lees meer

Pilates kan op twee manieren uitgevoerd worden: met specifieke apparaten of alleen op de mat zonder apparaten. Pilates wordt vaak gebruikt bij de behandeling van lage rugpijn, maar onderzoeken naar de effectiviteit hiervan laten tegenstrijdige resultaten zien. De meeste clinical trials die tot op heden zijn uitgevoerd zijn gebaseerd op Pilates op de mat, terwijl…

Lees meer

Diverse oefenprogramma’s gericht op spierversterking, mobiliteit en uithoudingsvermogen zijn effectief gebleken bij chronische lage rugpijn. Het is echter nog niet duidelijk wat het effect is van een bepaald type oefeningen, intensiteit en bijvoorbeeld duur van de oefeningen. Zo is ook niet duidelijk wat de invloed is van korte- versus lange-termijnprogramma’s. Oefenprogramma’s richten zich vaak op…

Lees meer

Ankylosing spondylitis (AS) is een typisch voorbeeld van een seronegatieve spondylarthropathie met ontstekingen. Vooral de wervelkolom maar ook de perifere gewichten raken aangedaan. Al vroeg in de beginfase van de ziekte geeft dit pijn en mobiliteitsbeperkingen. Bijkomend gevolg is ook een verminderde inspanningstolerantie omdat de stijfheid in de costovertebrale en sternovertebrale gewichten meer inspanning vragen…

Lees meer

Er zijn volgens de auteurs twee onderzoeken die aantonen dat trust manipulaties bij acute lage rugpijn meer pijnreductie geven dan non-trust manipulaties. De auteurs stellen echter dat de in die onderzoeken gebruikte non-trust technieken niet conform de gangbare inzichten plaatsvonden (bijv Maitland, Dutton, Cook). De auteurs zetten daarom zelf een RCT op. Methode Aan dit…

Lees meer

Een van de redenen waarom het zo moeilijk is om een effectieve behandeling te vinden voor lage rugpijn is dat men nog geen goede methode heeft om binnen de categorie rugpatiënten subgroepen te identificeren. Elke behandelmethode die men toepast op een sterk heterogene groep van patiënt zal weinig kans van slagen hebben. Het zoeken is…

Lees meer

Patiënten met lumbale spinaal stenose hebben last van rugpijn, pijn en/of gevoelloosheid in de benen, en neurogene claudicatio. Er zijn verschillende behandelvormen ontwikkeld, maar de indicatie is nog onduidelijk. De meeste auteurs geven aan dat operatie bij 60-70% van de patiënten met lumbale stenose een goede uitkomt geeft. Sommige auteurs leggen dit bij ongeveer 40%.…

Lees meer

Posterior-anteriore druk (PA) op de processus spinosus laag lumbaal wordt vaak als diagnostisch gereedschap gebruikt. Men doet dit om de symptomen van de patiënt te reproduceren en men gebruikt de bevindingen in mobiliteit om klinische beslissingen te nemen. Zo wordt doorgaans mobilisatie/manipulatie bij hypomobiele laag lumbale segmenten geadviseerd en stabilisatietraining bij hypermobiele segmenten. De interbeoordelaarsbetrouwbaarheid…

Lees meer

Veel auteurs menen dat er subgroepen bestaan binnen de groep van aspecifieke rugklachten. Zo onderscheidt Flynn e.a. (2002) op basis van klinische presentatie een subgroep van patiënten die gunstig reageert op twee manipulaties laag lumbaal. Deze patiënten hebben minstens vier van de vijf onderstaande klinische verschijnselen: De huidige episode van rugklachten is korter dan 16…

Lees meer

Doorgaans neemt men aan dat voor krachttraining altijd zware anaërobe oefeningen nodig zijn. Meer recent zijn er aanwijzingen dat elke zware oefening met de onderste extremiteiten feitelijk ook een sterke activatie geeft van de rompmusculatuur (buik en rugspieren), maar dit is vooral onderzocht bij hardlopen, fietsen of skiën. De auteurs willen dit onderzoeken bij uitvalspassen.…

Lees meer

Onderzoek naar het effect van oefentherapie bij lage rugpijn laat conflicterende resultaten zien. Dat komt volgens sommige auteurs doordat de oefeningen niet specifiek genoeg zijn voor het type rugpijn. De McKenzie methode lijkt in dat kader veelbelovend: ze stelt subgroepen van rugpijn patiënten vast en koppelt daar specifieke oefeningen aan. Een diagnostisch aspect binnen die…

Lees meer

Onderzoek toont aan dat de Boston brace effectief is in het verminderen van de progressie van een idiopathische scoliose, maar ze geeft geen cosmetische verbetering. De Chêneau braces hebben dit effect wel. Omdat een brace voor scoliose vaak hard en ongemakkelijk zit is de soft brace ontwikkeld om het draagcomfort en de therapietrouw te verhogen.…

Lees meer

Hoewel de waarde (validiteit) van mobiliteitsmetingen aan de lumbale wervelkolom ter discussie staat om beperkingen in activiteiten of participatie te voorspellen, is het op stoornisniveau wel een variabele waar fysiotherapeuten zich vaak op richten. Een betrouwbaar en valide meetinstrument is de Double Inclinometer (DI) maar deze is klinisch lastig om toe te passen. Het meten…

Lees meer