Additional menu

Bewegen als ingang tot emotieregulatie binnen de fysiotherapie

We kunnen er niet omheen, emoties spelen een rol binnen de fysiotherapie. Emoties in de vorm van angstige bezorgdheid, irritatie of boosheid, en bijvoorbeeld somberheid, kunnen het herstel belemmeren.  Er zijn diverse psychologische technieken die de fysiotherapeut, in aangepaste vorm, kan ‘lenen’ van de psychologie. Vaak zijn die cognitief of gedragsmatig van aard, zoals afleiding zoeken, afstand nemen (mindfulness), de situatie bezien vanuit een meer positief perspectief, en bijvoorbeeld exposure aan de gevreesde stimulus. Er is echter een andere route om de patiënt te helpen zijn/haar emoties te reguleren die meer aansluit bij het domein van de fysiotherapie; via het bewegen. De relatie tussen bewegen en emoties gaat twee richtingen op. Enerzijds gaat het ontstaan van emoties vergezeld met fysiologische en motorische veranderingen. Als de patiënt angstig wordt raken zijn spieren gespannen en het bewegen ingeperkt. Als de patiënt vrolijk wordt krijgt zijn bewegen meer flow en gaan de bewegingen meer de ruimte in. Anderzijds beïnvloedt bewegen de emoties. Dat verloopt via drie routes:

  • Actueel motorisch bewegen: als we een wat sombere patiënt uitnodigen om rechter op te gaan staan en de wereld in te kijken, verhogen we de kans dat zijn stemming verbeterd. Geen wondermiddel misschien, maar soms wel relevant.
  • Observeren van bewegen: een andere route van bewegen naar emoties verloopt via ‘embodied simulation’. Het observeren van bewegen kan via het mirror neuronen systeem bij de observator soortgelijke emoties kan oproepen als bij de persoon die hij/zij observeert. Deze ‘embodied simulation’ vormt de basis van motorische empathie. Het kijken naar vrolijk bewegen kan je vrolijker maken, het kijken naar het bewegen van een somber persoon somberder. De motorische expressie van de fysiotherapeut kan via deze route invloed uitoefen op de stemming van de patiënt.
  • Motorisch verbeelden: een laatste route verloopt via het verbeelden van motorisch bewegen. Ook dit leidt tot ‘embodied simulation’ en kan in potentie de emotie of stemming beïnvloeden.

(1) Actueel motorisch bewegen en emotieregulatie

Er is hier een kwantitatieve route en een kwalitatieve route. De kwantitatieve route verloopt via intensiteit en/of duur van het bewegen. Fysieke inspanning, bijvoorbeeld in de vorm van sportief of dansant bewegen, zorgt voor een scala aan fysiologische veranderingen die de stemming verbeteren en angst en stress reduceren. Runningtherapie tegen depressie en burn-out is hier bijvoorbeeld op gebaseerd.

De kwalitatieve route verloopt meer via de proprioceptie input richting het brein vanuit de gezichtsexpressie, de houding en het bewegen. Er bestaan associaties in het brein tussen proprioceptieve patronen en bepaalde emoties. Deels zijn die aangeboren zoals inkrimpen bij angst. En deels is de relatie tussen proprioceptie en bepaalde emoties aangeleerd (zie theory of embodied semantics for action Aziz_Zadeh, e.a., 2008). Binnen psychomotore therapie, danstherapie en ook psychosomatische fysiotherapie maakt men hier gebruik van. Minder specifiek expressie gericht, is de relatie tussen spierontspanning of ademhalingsoefeningen en stressreductie en stemmingsverbetering.

Omdat houding een continu proces is en ook bewegen erg veel plaatsvindt heeft deze proprioceptieve input een constante invloed op de stemming of gevoelens. Binnen gedragstherapie vraagt men bijvoorbeeld de patiënt bewust wat meer te glimlachen ook als is het aanvankelijk top-down gestuurd. Het kan toch de stemming verlichten. Belevingsgerichte beweegtherapeuten (danstherapeut, psychomotore therapeut, psychosomatisch fysiotherapeut) kiezen dezelfde route maar dan vaak via houding en bewegen van het gehele lichaam meer totaal.
Zo kunnen ze de patiënt vragen een probleem in bewegen uit te drukken, en hoe ze dit al bewegend zouden oplossen. Ook de attitude ten aanzien van een persoon of situatie kan in bewegen uitgedrukt worden. Gevoelens en emoties worden dan duidelijker en kunnen verkend, versterkt of verzwakt worden. Wederom door bijvoorbeeld de beweging met meer nadruk te maken. Een belevingsgerichte beweegtherapeut kan ook alternatieve manieren van omgaan met het probleem aanbieden en laten verkennen. In houding en beweging bijvoorbeeld meer zelfvertrouwen uitdrukken. Ook worden vaak nieuwe en onbekende motorische patronen geoefend om het motorische vocabulaire van de patiënt te vergroten en daarmee zijn keuzemogelijkheden. Dit werkt omdat de relatie tussen bewegen en leven niet alleen metaforisch maar ook daadwerkelijk aanwezig is. Als de patiënt zijn motorische vocabulaire uitbreidt breidt hij tegelijkertijd het ‘mentale bewegen en beleven’ uit.
Zo zal voorovergebogen zitten met de armen en benen over elkaar relatief mentaal gesloten maken. De patiënt uitnodigen een meer open houding aan te nemen, maakt dat de patiënt daadwerkelijk meer mentaal open wordt en dus nieuwe ervaringen kan opdoen. Waak ervoor een gesloten houding niet te duiden als ‘je bent gesloten en dat is niet goed‘. De therapeut kan bewegen ook gebruiken als ingang voor hemzelf. Bijvoorbeeld als hij niet zeker weet wat er bij de patiënt speelt. Door de patiënt na te doen kan de therapeut zelf ervaren welke gevoelens dit oproept.

(2) Observeren van bewegen en emotieregulatie

Therapeuten kunnen via het observeren van de bewegingsexpressie van de patiënt via spiegelneuronen een indruk krijgen over wat er zich bij de patiënt afspeelt. Therapeuten kunnen ook de patiënt nadoen zodat de patiënt via observatie zelf beter kan voelen wat er bij hemzelf speelt.  Bij spiegelen moet de therapeut niet alleen de vorm of de weg van de houding of beweging nadoen, maar ook de (expressieve)bewegingskwaliteiten. Wel is het zo dat bewegingsobservatie minder sterk de geassocieerde gevoelens oproept dan de beweging daadwerkelijk uitvoeren.

Het via observeren invoelen van wat er bij de patiënt speelt kan ontwikkeld worden. Het spiegelneuronen systeem is plastisch en kan via sensomotorisch leren verbeteren. Beweegtherapeuten doen er daarom goed aan onbekende vormen van bewegen ook te oefenen, zoals bijvoorbeeld stereotype bewegen van autistische kinderen of de dyskinesie van de Parkinsonpatiënt. Als de therapeut vooral een traag/rustig bewegingsrepertoire heeft kan hij zijn bewegingsvocabulaire via training uitbreiden richting snel en plotseling bewegen. Als op deze wijze de motorische vocabulaire van de therapeut verbetert, verbetert ook zijn vermogen in motorische empathie.

Omdat er een natuurlijke neiging is om bewegingen automatisch en onbewust na te doen, moet de therapeut er bedacht op zijn geen bewegingsexpressie te hebben die de patiënt onbewust overneemt en hem negatief kan beïnvloeden.

De patiënt ‘gepast’ nadoen wordt doorgaans als positief door de patiënt ervaren omdat het een gevoel van sociale verbondenheid geeft. Als je geïmiteerd wordt kan dat positieve gevoelens geven omdat beloningscentra geactiveerd raken. De beweegtherapeut kan de patiënt nadoen door voor hem- of naast hem mee te doen met een oefening. Deze non-verbale synchronisatie heeft doorgaans een gunstig effect in de therapie.

(3) Motorische verbeelding en emotie regulatie

Ook motorische verbeelding kan de aan beweging geassocieerde gevoelens oproepen. Patiënten die te beperkt of te ziek zijn om te bewegen kunnen via verbeelden van bijvoorbeeld ‘hardlopen over het strand’ of ‘dansen op een feestje’, hun stemming verbeteren. De patiënt kan in verbeelding bijvoorbeeld ook een houding van zelfvertrouwen aannemen om deze gevoelens te versterken. Of de therapeut kan verbeelden wat de patiënt doet om wederom waar te nemen wat er bij de patiënt speelt.

Opmerking samenvatter

Fysiotherapeuten die werken volgens het biopsychosociale model en hier invulling aan willen geven kunnen er niet omheen dat emoties (vaak) spelen bij de klacht van de patiënt. We hoeven geen psychotherapeut te zijn om toch iets voor de patiënt hierin te betekenen. Zoals hierboven geschetst kan observeren van motorisch bewegen van de patiënt via motorische empathie leiden tot een betere biopsychosociale ‘diagnose’.

Anderzijds kan de fysiotherapeut de patiënt wijzen op de relatie tussen bewegen en gevoelens. De fysiotherapeut kan de patiënt uitnodigen een andere houding aan te nemen. Bovendien kan de fysiotherapeut via zijn eigen bewegingsexpressie de stemming van de patiënt verbeteren.

Een stap verder is de patiënt te laten onderzoeken wat een houding of beweging hem te ‘zeggen heeft’. Een oud probleem kan zo aan het licht komen of bijvoorbeeld een situatie van onvrede. Dit geeft inzicht en inzicht geeft keuze tot handelen.

Een andere ingang is het bewegingsrepertoire van een patiënt te vergroten. Bewegingsdiversiteit geeft belevingsdiversiteit. En meer diversiteit in beleven maakt dat de patiënt beter kan waarnemen wat er bij hem of anderen speelt. Dansante fysiotherapie leent zich bij uitstek voor het uitbreiden van het bewegingsrepertoire van de patiënt. Voor de fysiotherapeut moet het herkenbaar zijn dat veel patiënten gekenmerkt worden door een ingeperkt bewegingsrepertoire, een vorm van bewegingsarmoede. Deze bewegingsarmoede is deels ingezet door de aandoening, maar onderhoud tegelijkertijd de klacht. Met dansante fysiotherapie kan de fysiotherapeut niet alleen heel gericht ‘traditionele’ doelstellingen nastreven (kracht, mobiliteit, evenwicht etc.) maar binnen de bovenbeschreven context ook het bewegingsrepertoire van de patiënt verkennen en uitbreiden. Hoe meer leven er in het bewegen van de patiënt komt des te meer leven er in het beleven van de patiënt komt, des te beter kan hij reageren op impulsen binnen hemzelf of zijn omgeving. De patiënt komt daardoor dichter bij zichzelf en stress en pijn kan daardoor afnemen.

Bron: Shafir, T. (2016). Using movement to regulate emotion: neurophysiological findings and thier application in psychotherapy. Frontiers in psychology, 7(1451).

Foto bij artikel door Oleg Golovnev / Shutterstock

© www.PsychFysio.nl
drs. P. van Burken

Meer over dit onderwerp bij Psychfysio

Gravatarfoto voor Peter van Burken

Peter van Burken

Dertig jaar ervaring als fysiotherapeut/psycholoog. Auteur van Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut en het boek Mindfulness en fysiotherapie. Initiator en docent Psychfysio opleidingen.

Reader Interactions

Om de twee weken zes samenvattingen

Fysiotherapeut? ja nee

6000+ fysiotherapeuten ontvangen de nieuwsbrief.

Database met 1225+ artikelen

Cursussen 2020

Pijn- en Stressmanagement technieken

3 dagen. Start 7 januari 2020. Prijs 595,-...

De Mindful Fysiotherapeut

8 dagen. Start 9 januari 2020. Prijs 1295,-...

Dansante Fysiotherapie op basis van Laban/Bartenieff

8 dagen. Start 19 maart. Prijs 1095,- Inschrijven...

Praktijk – Neurolinguïstisch Programmeren (NLP)

3 dagen. Start 13 januari 2020. Prijs 595,-...

Fysiopilates opleiding

9 dagen. Start 28 januari 2020. Prijs 1295,-...

De Running Fysiotherapeut

5 dagen. Start 22 april 2020. Prijs 895,-...

Motivational interviewing en oplossingsgericht coachen

3 dagen. Start 22 mei 2020. Prijs 595,-...

Acceptance and Commitment Therapy bij pijn

3 dagen. Start 26 mei 2020. Prijs 595,-...

Motorisch trainen bij musculoskeletale pijn – Wervelkolom –

4 dagen. Start 3 juni 2020. Prijs 875,-...

Data volgen

Motorisch trainen bij musculoskeletale pijn – Extremiteiten –

4 dagen. Start najaar 2020. Prijs: 875,- Inschrijven...

Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut

5 dagen. Start voorjaar 2021. Prijs 875,- Inschrijven...