fbpx

Additional menu

13-23-Betrouwbaarheid van klinische testen bij gluteus tendinopathie_250425448

Betrouwbaarheid van klinische testen bij gluteus tendinopathie

Onderzoek heeft aangetoond dat laterale heuppijn rondom de trochanter major het gevolg kan zijn van een tendinopathie van de gluteus medius (GMed) en/of gluteus minimus (GMin), met of zonder betrokkenheid van de slijmbeurs. De aandoening is lastig te behandelen omdat het vaak niet goed gediagnosticeerd wordt. Het doel van dit onderzoek is om de diagnostische waarden van klinische testen voor de aanwezigheid van gluteaal tendinopathie (GT) aan te tonen bij patiënten waarbij al een GT aangetoond is op een MRI.

Methode

65 deelnemers tussen 35-70 jaar (45 vrouwen, 20 mannen) met laterale heuppijn van minimaal VAS 4 op een schaal van 0-10 werden geïncludeerd, die klachten hadden gedurende de laatste drie maanden. Als ze er andere aandoeningen aanwezig waren in die regio, werden ze geëxcludeerd.

Er werd een MRI gemaakt en vervolgens heeft de fysiotherapeut een gestandaardiseerd testprotocol uitgevoerd, gericht op GT. De volgende testen werden uitgevoerd en waren positief als er pijn werd ervaren in de regio van de trochanter major, minimaal VAS 2.

  1. Hip Flexion, Adduction, External Rotation (FADER): de patiënt ligt en de heup wordt passief geflecteerd tot 90 graden. Adductie en exorotatie worden tot de eindstand gemaakt. Bij deze test wordt er zowel trek als druk toegepast op de GMed als GMin pezen op de trochanter major.
  2. Hip FADER met weerstand tegen isometrische endorotatie in de eindstand (FADER-R). Hierbij geeft de patiënt isometrische kracht in endorotatie richting tegen weerstand van de onderzoeker. Hierbij wordt er rek- en trekkracht toegepast op de gluteaalmusculatuur door activatie te vragen van de GMed en GMin.
  3. Hip Flexion, Abduction, External Rotation (FABER): de laterale malleolus van het te testen been wordt boven de patella van het andere been geplaatst, het bekken wordt gestabiliseerd op de spina iliaca anterior superior (SIAS) aan de andere zijde en de knie zakt naar beneden zodat er een abductie en exorotatie in de heup ontstaat. Hierbij wordt er een rekkracht op het anteriore deel van de GMed en GMin toegepast.
  4. Passive Hip Adduction in Side Lying (ADD): de patiënt wordt diagonaal over de behandelbank gelegd, met de onderliggende knie en heup in 80-90 graden flexie. Het bovenliggende been wordt ondersteund door de onderzoeker met extensie van de knie, zonder rotatie en 0 graden heup extensie. De SIAS wordt gestabiliseerd en de onderzoeker maakt laat het bovenliggende been in het frontale vlak bewegen, waardoor er een passieve adductie ontstaat met overdruk. Dit geeft rek en compressie op de laterale insertie van de gluteaal pezen.
  5. ADD met weerstand tegen isometrische adductie (ADD-R): in de ADD positie wordt de patiënt gevraagd om het been omhoog te duwen, tegen weerstand van de onderzoeker die zijn hand lateraal op de knie van het bovenliggende been houdt. Dit geen een actieve kracht op de passieve rek van de GMed en GMin.
  6. Single Leg Stance (SLS): de patiënt staat bij een muur met het aangedane been het verst van de muur. Eén vinger aan de kant van de niet-aangedane zijde mag de muur aanraken op schouderhoogte om de balans te behouden. Het been bij de muur wordt dan geheven tot 90 graden heupflexie en 90 graden knieflexie. Deze positie wordt gedurende 30 seconden vastgehouden.
  7. Palpatie in zijligging met het aangedane been boven. Heupflexie van ongeveer 60 graden en knieën liggen op elkaar. De test is positief bij palpatie van de GMed en/of GMin.

 

De MRI’s werden afgenomen volgens een gestandaardiseerd protocol en beoordeeld door een ervaren radioloog die geblindeerd was. Hij beoordeelde de beelden op aanwezigheid van GT, bursitis, osteoartritis, labrumletsel of andere objectiveerbare aandoeningen.

Resultaten

34 deelnemers (52%) hadden een positieve klinische diagnose en 50 deelnemers (77%) hadden een GT op basis van de MRI. Van 65 deelnemers waren de klinische tests 30 keer terecht positief, 11 keer terecht negatief, 4 keer vals positief en 20 keer vals negatief.

Palpatie van de trochanter major had de hoogste sensitiviteit (90%) en grootste nauwkeurigheidsgraad (72%), maar de laagste specificiteit (47%). De SLS had een specificiteit van 100% en sensitiviteit van 38%. De FADER en ADD test hadden beide een hoge specificiteit (86.67%). Interessant is dat wanneer er een weerstand toegevoegd wordt aan de test, de sensitiviteit en specificiteit van de testen beter werden. Dit suggereert dat als er een manuele weerstand wordt toegevoegd aan de test, wat vraagt om een actieve compressie component, de diagnostische accuratesse toeneemt.

Discussie en conclusie

De gegevens suggereren dat het best een combinatie van palpatie (hoge sensitiviteit) en een van de andere testen (hoge specificiteit) kan worden uitgevoerd. Als palpatie positief is, zegt dit niet zo veel, als deze negatief is, is er waarschijnlijk geen GT aanwezig. Dit onderzoek bevestigt de eerder gevonden specificiteitswaarden van de testen.

Er kan een sterkere conclusie worden gevormd als er meer deelnemers zouden zijn. Een kanttekening die gemaakt moet worden is dat als er op een MRI een tendinopathie zichtbaar is, dit niet altijd hoeft te betekenen dat de patiënt ook klachten heeft.

Concluderend kan er gesteld worden dat een combinatie van de specifieke testen met compressie en actieve spanning (SLS, FADER-R, ADD-R) en sensitieve test (palpatie) een grote diagnostische waarde heeft. Als een patiënt geen pijn heeft bij palpatie van de trochanter major, is het aan te raden ook naar andere aandoeningen te kijken dan alleen GT. Het wordt tot slot aangeraden om minimaal één actieve test uit te voeren die hoog specifiek is.

Bron: Grimaldi, A., Mellor, R., Nicolson, P., Hodges, P., Bennell, K., & Vicenzino, B. (2016). Utility of clinical tests to diagnose MRI-confirmed gluteal tendinopathy in patients presenting with lateral hip pain. British Journal of Sports Medicine, 51(6), 519–524.

Foto bij artikel door SpeedKingz / Shutterstock

Samenvatter: Amber Hulleman
Redactie: Peter van Burken.

Meer over dit onderwerp bij Psychfysio

Gravatarfoto voor Peter van Burken

Peter van Burken

Dertig jaar ervaring als fysiotherapeut/psycholoog. Auteur van Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut en het boek Mindfulness en fysiotherapie. Initiator en docent Psychfysio opleidingen.

Reader Interactions

Om de twee weken zes samenvattingen

Fysiotherapeut? ja nee

6000+ fysiotherapeuten ontvangen de nieuwsbrief.

Database met 1225+ artikelen

Cursussen

Voorjaar 2020

Dansante Fysiotherapie op basis van Laban/Bartenieff

8 dagen. Start 19 maart. Prijs 1095,- Inschrijven...

Fysiopilates opleiding

9 dagen. Start 28 januari 2020. Prijs 1295,-...

De Running Fysiotherapeut

5 dagen. Start 22 april 2020. Prijs 895,-...

Motivational interviewing en oplossingsgericht coachen

3 dagen. Start 22 mei 2020. Prijs 595,-...

Acceptance and Commitment Therapy bij pijn

3 dagen. Start 26 mei 2020. Prijs 595,-...

Motorisch trainen bij musculoskeletale pijn – Wervelkolom –

4 dagen. Start 3 juni 2020. Prijs 875,-...

Najaar 2020

De Mindful Fysiotherapeut

8 dagen. Start 3 september 2020. Prijs 1295,-...

Praktijk – Neurolinguïstisch Programmeren (NLP)

3 dagen. Start 4 september 2020. Prijs 595,-...

Pijn- en Stressmanagement technieken

3 dagen. Start 3 november 2020. Prijs 595,-...

Data volgen

Motorisch trainen bij musculoskeletale pijn – Extremiteiten –

4 dagen. Start najaar 2020. Prijs: 875,- Inschrijven...

Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut

5 dagen. Start voorjaar 2021. Prijs 875,- Inschrijven...