Additional menu

Bedroefdheid binnen een fysiotherapeutische setting

Dit is het laatste artikel uit een serie van vier over emoties binnen een fysiotherapeutische setting (1,2,3).

  1. Emoties binnen een fysiotherapeutische setting.
  2. ‘Bang zijn’ binnen een fysiotherapeutische setting.
  3. Boosheid geplaatst binnen een fysiotherapeutische setting.
  4. Bedroefdheid binnen een fysiotherapeutische setting.

Dit artikel beschrijft achtereenvolgens teleurstelling en verdriet bij het ‘inleveren’ van een stuk gezondheid. In dit kader wordt aandacht geschonken aan het slecht-nieuwsgesprek. Daarna wordt er aandacht geschonken aan sterven en rouw. Daar wordt toegelicht hoe de fysiotherapeut met terminale patiënten kan omgaan en met de partners die achtergebleven zijn.

Beschrijving van bedroefdheid

Verlies is het centrale thema bij bedroefdheid. Verlies van datgene waar men belang in stelde, zoals: relaties, gezondheid, status, baan, idealen et cetera. Men ervaart, net als bij angst, machteloosheid. Vluchten of vermijding is echter niet meer nodig omdat het gevreesde al plaatsgevonden heeft. Verdriet is een emotie met een lage activatie. Men trekt zich terug uit contacten, praat minder en moet misschien huilen. Men is in het denken erg negatief/somber en piekert veel over het geleden verlies (4).
Enkele voorbeelden van teleurstellende of verdrietige gebeurtenissen zijn:

  • Gezondheid/behandeling gerelateerd: de patiënt is bedroefd omdat hij de marathon moet laten schieten waar hij met hart en ziel voor trainde.
  • Relatie/omgang patiënt-fysiotherapeut: de fysiotherapeut is teleurgesteld in de patiënt omdat die herhaaldelijk zijn afspraken niet nakomt.
  • Levensgebeurtenissen (werk/privé): de patiënt is verdrietig omdat hij recentelijk iemand verloren heeft.

Inleveren van gezondheid

Ziek worden betekent inleveren. Niet alleen op stoornisniveau, maar vooral ook op activiteiten- en participatieniveau. Door het wegvallen van de vanzelfsprekendheid van het lichaam, kunnen voorheen eenvoudige, alledaagse activiteiten (wassen, aankleden) een grote opgave gaan vormen. De hulp die men daarbij krijgt, betekent voor velen het inleveren van zelfstandigheid en privacy. Daar komt bij dat artsbezoek veel tijd en inspanning kan vragen. En ook oude gewoonten (een late film, gezellig tafelen) moet men soms opgeven. Eenvoudige, sensitieve geneugten zoals bewegingsplezier, muziek, een goed gesprek, beelden, aanraking, seksualiteit et cetera, kunnen wegvallen. Ongemakken, zoals pijn en vermoeidheid, komen ervoor in de plaats (5).
Van Wijnen (6) beschrijft het inleveren van de maatschappelijke participatie: (chronisch) zieken hebben minder kans op passend onderwijs en werk, ze verdienen minder, wonen vaak niet aangepast, kunnen zich slecht fysiek in de maatschappij verplaatsen, worden soms geweerd uit verenigingen et cetera. Kortom: ze ondervinden maatschappelijke achterstelling en discriminatie.

Depressie

De hierboven beschreven last van het ziek zijn kan erg deprimerend worden. Het is dan ook niet verwonderlijk dat teleurstelling, verdriet en zelfs depressie veel voorkomende emoties zijn bij chronisch zieken (Taylor, 1999). Ongeveer eenderde van de opgenomen chronisch zieke patiënten rapporteert matige depressieve verschijnselen, een kwart ondergaat een ernstige depressie. Deze emotionele toestand is erg ongunstig voor herstel en revalidatie. De ziektelast kan zelfs dermate groot zijn dat de patiënt zijn leven wil beëindigen: één op de zes nierdialysepatiënten beëindigt voortijdig de behandeling en daarmee zijn leven.
Depressie is goed met medicatie of psychologische interventie te behandelen. Het is daarom erg belangrijk dat de fysiotherapeut een depressie bij de patiënt kan herkennen. Helaas komt onderdiagnostiek, en daarmee onderbehandeling, veel voor: bij eenderde van de CVA-patiënten wordt de depressie niet herkend, waardoor de lijdenslast onnodig verzwaard wordt.
Het herkennen van een depressie bij een chronische ziekte is lastig, omdat de verschijnselen van de chronische ziekte op die van een depressie kunnen lijken (7). Hieronder zijn de criteria voor depressie geformuleerd (8).
Ten minste vijf van de onderstaande symptomen moeten de laatste tien weken aanwezig zijn, waarvan ten minste één kernsymptoom:

Kernsymptomen:

  • gedeprimeerde stemming;
  • opvallend verlies aan interesse of plezier.

Overige symptomen:

  • gewichtsverlies of -toename;
  • bijna dagelijks insomnia of hypersomnia;
  • bijna dagelijks agitatie of remmingsgevoel;
  • bijna dagelijks vermoeidheid;
  • bijna dagelijks gevoel van schuld of waardeloosheid;
  • bijna dagelijks concentratieproblemen;
  • weerkerende gedachten aan dood of suïcide.

Voor een milde depressie hanteert men een wat lichter criterium van 3-4 symptomen (9).

Het brengen van slecht nieuws

Hoewel minder zwaar en van geheel andere strekking dan bijvoorbeeld de oncoloog, heeft ook de fysiotherapeut soms slecht nieuws voor een patiënt. Bijvoorbeeld dat het uitzicht op herstel niet in overeenstemming is met de verwachtingen die de patiënt koestert. Vandaar dat aandacht voor het slecht-nieuwsgesprek op zijn plaats is.

Strategie, ethiek en cultuur

In Noord-Europese culturen hecht men veel waarde aan autonomie en zelfbeschikking, ook ten aanzien van het ziek zijn (10). Men vindt doorgaans dat de patiënt het recht heeft om te weten hoe hij eraan toe is. Een no-nonsense aanpak past hierbij. Een paar kanttekeningen zijn hier echter op zijn plaats. In vele culturen (Mexicaans, Filippijns, Chinees, Iraans) is het de gewoonte dat de familie als eerste de slechte prognose hoort. Zij beslissen of ¬ en in welke mate – men de patiënt informeert. Ze vinden het bruut als de hulpverlener het slechte nieuws rechtsreeks brengt. Het is in hun ogen onnodig stresserend en zou de dood versnellen door de hoop te vernietigen (11). Ook Maquire waarschuwt voor een te directe aanpak (12). De patiënt kan het misschien niet aan. Hij kan dichtslaan of kan bij ernstig slecht nieuws, dat erg tactloos gebracht wordt, zelfs een depressie krijgen. Maquire bouwt het slechte nieuws stap voor stap op, waarbij hij nauwlettend observeert wat de patiënt al weet en of hij/zij nog meer aankan.

De zes stappen van SPIKES

Uit het bovenstaande bleek dat men verschillend kan denken over de juiste wijze van het brengen van slecht nieuws. Eén beproefde richtlijn wordt SPIKES genoemd (13). De zes stappen van SPIKES worden hier verder uitgewerkt

Stap 1: S – SETTING UP het gesprek

De meeste hulpverleners vinden het geven van slecht nieuws een belastende opgave. Het is normaal dat men daarbij stress ervaart, en zich misschien in een bepaalde mate verantwoordelijk voelt. Het kan helpen als de hulpverlener vooraf goed bedenkt wat hij gaat zeggen en op welke manier. Bovendien kan hij proberen vooraf de emotionele reactie van de patiënt in te schatten en de eigen mogelijkheden om daarmee om te gaan. Ter geruststelling nog het volgende: met het geven van slecht nieuws dient de hulpverlener weliswaar een klap toe, maar daarmee stelt hij wel de patiënt in staat een reële toekomst uit te stippelen.

Zorg voor een passende setting:

  • privacy: een kamer, een gordijn om het bed, zakdoeken klaar;
  • partner: de meeste patiënten wensen iemand erbij, laat de patiënt bij ernstig slecht nieuws één of twee personen kiezen;
  • zitten: dat maakt de patiënt rustiger en toont dat u tijd heeft en neemt. De patiënt is aangekleed;
  • contact: oogcontact, hoe moeilijk ook, en eventueel hand- of armcontact;
  • storingen: noem tijdsbeperkingen of mogelijke onderbrekingen. Zet beepers en de telefoon af. Laat een collega deze storingen opvangen.

Stap 2: P – Onderzoek de PERCEPTIE van de patiënt

Wat is de beginsituatie; waar stap je in bij de patiënt? Probeer je een indruk te vormen van hoe de patiënt zijn situatie ziet. Dit kan op directe wijze door middel van open vragen, maar ook indirect door observaties (zien en horen) die men gaandeweg de behandelingen deed. Is de patiënt onrealistisch optimistisch of vermoedt hij allang dat er restbeperkingen blijven? Meent de patiënt dat de therapie nog maanden doorgaat of vermoedde hij al dat het beëindigd ging worden? Is de patiënt al erg goed van alles op de hoogte of weet hij nog helemaal niets? Hoe ‘slecht’ zal het nieuws eigenlijk voor hem zijn? Misvattingen kunnen zo gecorrigeerd worden en de informatie kan op maat gegeven worden.

Stap 3: I – Het verkrijgen van de patiënt zijn INVITATIE

Sommige patiënten zijn uiterst duidelijk in hun informatiebehoefte: ‘U moet me echt zeggen als u merkt dat het niet meer vooruitgaat.’ Aan anderen kun je merken dat ze liever geen details horen. Welke coping-voorkeur heeft de patiënt? Welke psychologische functie kan ontkenning hebben in deze ziektefase (2)?

Stap 4: K – Het geven van KENNIS en informatie aan de patiënt

Enkele vuistregels voor het geven van de mededeling:

  • voorwaarschuwing: het geven van een kleine voorwaarschuwing bereidt de patiënt voor op de klap. ‘Helaas heb ik slecht nieuws voor u, gaat u even zitten…’;
  • begrijpelijke taal: u moet woordkeuze en complexiteit aanpassen aan de patiënt;
  • niet ‘knock-outslaan’: als je de boodschap te hard, kil en onomwonden mededeelt, toon je je naar de patiënt weinig empathisch of sensitief. De patiënt zal zich in de kou voelen staan. Hij kan u dit kwalijk nemen, wat de verdere relatie verstoort;
  • behapbaar: steek niet van wal met een ellenlange monoloog, maar geef de informatie stap voor stap en controleer daarbij telkens het begrip;
  • een tegenvaller, maar niet uitzichtloos: waak ervoor dat u het slechte nieuws niet kleiner, maar ook niet groter maakt dan het is. Zinnen als: ‘We kunnen helemaal niets meer voor u doen,’ zijn vaak onjuiste overdrijvingen. Er is juist nog veel te doen, maar dan op een ander gebied, zoals bijvoorbeeld helpen er daadwerkelijk mee te leren leven.

Stap 5: E – Onderzoek of begeleid de EMOTIES met exploreren, empathisch reageren en valideren

Omgaan met de emoties is een van de lastigste aspecten van slecht-nieuwsgesprekken. De emotionele reactie varieert van zwijgen tot ongeloof, huilen, ontkenning of agressie.
Men kan na het slechte bericht de patiënt steun en solidariteit laten ervaren door actief te luisteren en empathisch te reageren:

  • observeer de emoties van de patiënt;
  • benoem deze emoties voor jezelf. Als de patiënt zwijgt, kun je met open vragen zijn denken en voelen exploreren;
  • vind de reden voor de emotie. Vaak is dat het slechte nieuws, maar niet altijd;
  • nadat de patiënt voldoende ruimte en tijd heeft gehad zijn emoties te uiten en te bespreken, laat je merken dat je de emotie en de reden begrepen hebt.

Zijn er nog sterk negatieve emoties, dan kun je de patiënt tot zichzelf laten komen met nog meer empathische responsen (14).
Naast empathisch reageren, kun je ook validerende responsen geven: een respons die aanduidt dat de gevoelens normaal, begrijpelijk en ‘legitiem’ zijn. Bijvoorbeeld: ‘Ik denk dat iedereen zich zo zou voelen,’ ‘Je had volledig gelijk dat je zo dacht,’ ‘Vele andere patiënten hadden een soortgelijke ervaring,’ et cetera.
Als de emoties niet (goed) worden geuit (zwijgende patiënt), dan moet je deze met open vragen eerst exploreren, voordat je een empathische respons geeft. Deze combinatie van (a) exploreren, (b) empathisch reageren en het (c) valideren van zijn respons geeft de patiënt enorme steun.

Stap 6: S – STRATEGIE en SAMENVATTING

Hoe nu verder? Je kunt de patiënt niet met alléén het slechte nieuws de deur uit laten gaan, zonder ook aandacht besteed te hebben aan de toekomst. Als de patiënt er aan toe lijkt, als de eerste emoties zijn geluwd, dan kun je in samenspraak met de patiënt een nieuw of ander (behandel)plan uitstippelen. Hoop houden, ook al is het in aangepaste richting, is noodzakelijk voor welzijn (15).  Hopeloosheid verhoogt de mortaliteit (16)!
Pas er daarbij op dat je niet opnieuw hooggespannen verwachtingen creëert. De samenspraak (participatiemodel) zorgt ervoor dat het plan toegesneden wordt op de patiënt, het versterkt de samenwerkingsrelatie en deelt de verantwoordelijkheid.

Training is zinvol

Training van slecht-nieuwsgesprekken aan de hand van de richtlijnen van SPIKES werd goed ontvangen door oncologen en studenten (13, 17). Na de cursus hebben de studenten een duidelijker plan van aanpak en voelen ze zich competenter in het geven en begeleiden van slecht nieuws.

Rondom verlies, sterven en rouw

Wat vindt de patiënt belangrijk

Patiënten vinden in de zorg rond de laatste levensfase de volgende aandachtspunten erg belangrijk (18): verlichting van (vooral) pijn en andere symptomen; de patiënt is bang in leven te worden gehouden terwijl er geen ‘kwaliteit’ meer voor hem is; hij wil controle houden door betrokken te blijven bij beslissingen rond het levenseinde; hij voelt zich bezwaard over de fysieke en psychologische last die men dierbaren oplegt; het versterken van de banden met dierbaren. Bovendien zijn er vaak vragen op levensbeschouwelijk vlak, zoals: wat is de dood, waartoe leidt de dood, kan ik tevreden zijn over mijn leven en hoe vereffen ik schuld (19)?

Valse hoop houden

De bovenstaande wensen worden soms onvoldoende vervuld omdat zowel de patiënt als de hulpverleners valse hoop instandhouden. Dit kan voor beiden gezien worden als een poging te ontkomen aan een confrontatie met de pijnlijke realiteit en de gevoelens van onmacht. De kans bestaat dat alle betrokkenen daardoor verkeerde (zorg)beslissingen nemen, of dit te laat doen (20).

Steun bieden

Het zich aankondigende verlies zal zeker tot verdriet leiden bij de patiënt en zijn omgeving. Voor de verwerking is het belangrijk dat verdriet geuit wordt (21). Het uiten alleen is vaak niet voldoende: huilen geeft vooral opluchting als het ergens toe leidt, bijvoorbeeld tot inzicht of sociale steun (22). Een empathisch luisterende hulpverlener kan daarbij zeer ‘helend’ zijn.
Waardig sterven betekent vooral ook in gezelschap sterven. In kleine dingen kan de hulpverlener of de omgeving betrokken nabijheid tonen: je schudt het kussen op, geeft drinken, luistert, bent aanwezig (19). Wat niet de bedoeling is, is het tonen van dramatisch gebracht medelijden, paternaliseren, infantiliseren en denigreren, en het verergeren van minderwaardigheidsgevoelens. Een respectvolle bejegening daarentegen, maakt de patiënt juist sterker (23).

Praten over de dood

Het praten over het komende sterven helpt de ernstig zieke zijn toestand te bezien, te verwerken, en het vermindert spanning en depressie. Helaas zijn hulpverleners en anderen vaak niet bereid tot dergelijke gesprekken, doordat ze bang zijn niet te weten wat ze moeten zeggen of omdat hulpverleners in het sterven een confrontatie met het eigen medische onvermogen zien. Ook binnen het gezin is de communicatie tussen de (terminale) zieke en gezinsleden vaak omslachtig, voorzichtig of vermijdend (24). Enkele suggesties voor een goed en betekenisvol contact zijn (24):

  • luister aandachtig en geduldig;
  • lieg niet en praat niet in clichés;
  • praat niet alleen over sociale onbeduidendheden;
  • doe niet alsof alles goed is en de ander er in de toekomst nog zal zijn;
  • ga moeilijke onderwerpen (waaronder het sterven) niet uit de weg;
  • geef of vraag niet meer details dan patiënt wil;
  • luister naar zijn/haar levensverhaal;
  • ontmoedig de hoop niet, maar geef ook geen valse hoop;
  • wees niet gedeprimeerd en afkeurend, maar ondersteunend en goedkeurend;
  • probeer conflicten niet te winnen, de stervende heeft namelijk al zo weinig invloed op alles;
  • spreek niet te veel in eufemismen zoals ‘op reis gaan’ et cetera.

Relatief weinig steun voor de nabestaanden

Ook de naasten hebben steun van de hulpverlener nodig. Na een groot verlies (van partner of kind) zal eenderde van de naasten negatieve gezondheidseffecten ondergaan, zoals hartziekten en diverse psychosomatische stoornissen. Soms pleegt men suïcide. In het eerste jaar na het verlies van de levenspartner krijgt 25% een klinische depressie of angsten (25). Soms is de uitkomst gunstiger en kan het verlies de rijping of persoonlijk groei versterken (26, 27).

Verdriet van de hulpverlener

De hulpverlener moet bereid zijn, en bovendien de kracht en moed bezitten, om bij de angst en het verdriet van de patiënt te blijven. Soms gebeurt het dat het lijden overgaat in een tevreden en rustig sterven; triomfantelijk haast. Soms blijft het sterven een ontluisterende gebeurtenis en kan het de hulpverlener verslagen en beladen met schuld achterlaten. Ook híj moet het verdriet verwerken. De verstandige hulpverlener heeft een netwerkje van sociale steun als een beschermende/helende deken om zich heen gebouwd (23).

Slot

Aan het eind van deze serie over emoties binnen de fysiotherapie zal het de lezer opgevallen zijn dat er alleen aandacht is geschonken voor negatief affect. Positief affect is een onderwerp dat zeker een plaats moet hebben. Een hoofdstuk over positieve emoties is: Burken, P. v. (2004). De patiënt positief psychologisch benaderd. Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut: deel II. Houten, Bohn Stafleu Van Loghum: 61-86.

Literatuur

(1) Burken, P. van, (2002). Emoties binnen een fysiotherapeutische setting. FysioPraxis, 3, 34-37.
(2) Burken, P. van (2002). ‘Bang zijn’ binnen een fysiotherapeutische setting. FysioPraxis, 5, 20-22/44.
(3) Burken, P. van, (2002). ‘Boos zijn’ binnen een fysiotherapeutische setting. FysioPraxis, 7, 35-38.
(4) Shaver, P, Schwartz, J., Kirson, D. & O’Conner, C. (1987). Emotion knowledge: further exploration of a prototype approach. Journal of Personality and Social Psychology, 52, 1061-1086.
(5) Mast, J. (1999). De gevolgen voor het dagelijks leven. In: Aart Pool en Johan Lambregts (Eds.). Verpleegkundige zorgverlening aan chronisch zieken. (pp74-82). LEMMA: Utrecht.
(6) Van Wijnen, A. (1999). Volwaardig burgerschap, een haalbaar ideaal. In: Aart Pool en Johan Lambregts (Eds.). Verpleegkundige zorgverlening aan chronisch zieken. (pp87-106). LEMMA: Utrecht.
(7) Taylor, S.E. (1999). Health Psychology. McGraw-Hill: Singapore.
(8) Heyrman, J. (1997). Depressie. In: J.W. van Ree & M.W. de Vries (Eds). Psychiatrie. (pp. 63-84). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.
(9) Groot, P.A. de. (1995). Consensus depressie bij volwassenen. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 139, 1237-1240.
(10) Vaalbrug, A.M., Goudriaan, G. (1999). De vraag als maat. In: Aart Pool en Johan Lambregts (Eds.). Verpleegkundige zorgverlening aan chronisch zieken. (pp137-145). LEMMA: Utrecht.
(11) Galanti, G.A. (2000). An intoduction to cultural differences. West J Med, 172: 335-336.
(12) Maguire, P. (1997). Breaking bad news. In: Andrew Baum, Stanton Newman, John Weinman, Robert West & Chris McManus (Eds). Cambridge handbook of psychology, health and medicine. (pp 273-275). Cambridge University Press.
(13) Baile, W.F., Buckman, R., Lenzi, R., Glober, G., Beale, E.A. & Kundelka, A.P. (2000). SPIKES A six step protocol for delivering bad news: application to the patient with cancer. The Oncologist, 5, 302 311.
(14) Burken, P. van (2000). Inzichten uit de klinische psychologie: kansen en grenzen. In: P. van Burken & J. Swank (Eds.). Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut. (p90-112). Houten: Bohn, Stafleu Van Loghum.
(15) Snyder, C.R., Rand, K.L., Sigmon, D.R. (2002). Hope Theory: a member of the positive psychology family. In: C.R. Snyder & S.J. Lopez. (Eds.). Handbook of positive psychology. (p257-276). New York: Oxford University Press.
(16) Stern, S.L., Dhanda, R., Hazud, H.P. (2001). Hopelessness predicts mortality in older Mexican American and Eurpean Americans. Psychosomatic Medicine, 63, 344-351.
(17) Grag, A, Buckman, R. Kason, Y. (1997). Teaching medical students how to break bad news. Canadian Medical Association Journal, 156, 1159 1164.
(18) Singer, P.A., Martin, D.K. & Kelner, M. (1999). Quality end-of-life care: patients’ per¬spectives. JAMA, 281, 163-168.
(19) Lisdonk, E.H. van de. (2000). Zorgtrajecten van chronisch zieken. In: G.A.M. van den Bos, S.A. Danner, R.J. de Haan, & E. Schadé (Eds.). Chronisch zieken en gezondheidszorg. (pp59-72). Elsevier gezondheidszorg: Baarn.
(20) The, A.M., Hak, T., Koëter, G., van der Wal, G. (2000). Collussion in doctor patient communication about imminent death: an ethnographic study. BMJ, 321, 1376 1381.
(21) Traue H.C. & Pennebaker, J.W. (1993). Emotion, Inhibition and health. Hogrefe & Huber Publishers: Seattle.
(22) Cornelius, R.R. (1997). Toward a new understanding of weeping and catharsis?. In: A. Vingerhoets, F. van Bussel, J. Boelhouwer (Eds.). The (non) expression of emotions in health and disease. (pp 303-321). Tilburg: Tilburg University Press.
(23) Parkes, C.M. (1998a). The dying adult. BMJ, 316, 1313 1315.
(24) Thompson, T.L. (1989). Communication and dying: The end of the life-span. In J.F. Nussbaum (Ed.), Life-span communication: normative pro¬cesses. (pp. 339-359). Hillsdale, N.J. : Lawrence Erlbaum.
(25) Parkes, C.M. (1998b). Bereavement in adult life. BMJ, 316, 856 859.
(26) Elliott, T.R., Kurylo, M., Rivera, P. (2002). Positive growth following acquired physical disability. In: C.R. Snyder & S.J. Lopez. (Eds.). Handbook of positive psychology. (p687-699). New York: Oxford University Press.
(27) Nolen-Hoeksema, S., Davis, C.G. (2002). Positive responses to loss. In: C.R. Snyder & S.J. Lopez. (Eds.). Handbook of positive psychology. (p598-607). New York: Oxford University Press.

Bron: Burken, P. van (2002). Bedroefdheid binnen een fysiotherapeutische setting. FysioPraxis, 10, 17-20.

© www.PsychFysio.nl / drs. P. van Burken.

Meer over dit onderwerp bij Psychfysio

Gravatarfoto voor Peter van Burken

Peter van Burken

Dertig jaar ervaring als fysiotherapeut/psycholoog. Auteur van Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut en het boek Mindfulness en fysiotherapie. Initiator en docent Psychfysio opleidingen.

Reader Interactions

Om de twee weken zes samenvattingen

Fysiotherapeut? ja nee

6000+ fysiotherapeuten ontvangen de nieuwsbrief.

Database met 1225+ artikelen

Cursussen 2020

Pijn- en Stressmanagement technieken

3 dagen. Start 7 januari 2020. Prijs 595,-...

De Mindful Fysiotherapeut

8 dagen. Start 9 januari 2020. Prijs 1295,-...

Dansante Fysiotherapie op basis van Laban/Bartenieff

8 dagen. Start 10 januari 2020. Prijs 1295,-...

Praktijk – Neurolinguïstisch Programmeren (NLP)

3 dagen. Start 13 januari 2020. Prijs 595,-...

Acceptance and Commitment Therapy bij pijn

3 dagen. Start 15 januari 2020. Prijs 595,-...

Fysiopilates opleiding

9 dagen. Start 28 januari 2020. Prijs 1295,-...

De Running Fysiotherapeut

5 dagen. Start 22 april 2020. Prijs 895,-...

Motivational interviewing en oplossingsgericht coachen

3 dagen. Start 22 mei 2020. Prijs 595,-...

Motorisch trainen bij musculoskeletale pijn – Wervelkolom –

4 dagen. Start 3 juni 2020. Prijs 875,-...

Data volgen

Motorisch trainen bij musculoskeletale pijn – Extremiteiten –

4 dagen. Start najaar 2020. Prijs: 875,- Inschrijven...

Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut

5 dagen. Start voorjaar 2021. Prijs 875,- Inschrijven...