Additional menu

Disregulatie in niveau van doel-actie identificatie bij veel psychologische stoornissen

Soms spelen dezelfde cognitieve of gedragsmatige processen bij verschillende psychologische aandoeningen. Voorbeelden zijn disfuncties in selectieve aandacht, terugkomende gedachten en vermijdingsgedrag. Men noemt dit transdiagnostische processen omdat ze bij vele verschillende aandoeningen spelen. De auteur maakt in deze review aannemelijk dat een disregulatie in het niveau van identificatie van doelen, gebeurtenissen en acties ook een belangrijk transdiagnostisch proces is.

We citeren de auteur:
‘’Doelen, gebeurtenissen en acties kunnen mentaal gerepresenteerd worden binnen een hiërarchisch raamwerk dat verloopt van meer abstract naar meer concrete niveaus van identificatie. Een meer abstract niveau van identificatie kenmerkt zich door algemene, superordinate en gedecontextualiseerde mentale representaties die de betekenis van doelen, gebeurtenissen en acties bevat, “waarom” een actie wordt uitgevoerd, en de bedoeling, resultaat en gevolgen. Een meer concreet niveau van identificatie kenmerkt zich door specifieke en subordinatie mentale representaties die contextuele details van doelen, gebeurtenissen en acties bevat en de specifieke “hoe” details van een actie.”
Carver e.a. 2003 geven het volgende voorbeeld van een dergelijke hiërarchie (zie figuur 1).

 Niveau  Voorbeeld
Systeem concepts (‘Be’goals)
Principes (‘Be’goals)
Programma’s (‘Do’goals)
Sequenties (Motor control goals)
Ideële zelf (sporter)
Blijf gezond
Neem vitaminen, hardlopen
Loopschoenen aantrekken…

Concreet betekent dit dat we een doel, gebeurtenis of actie mentaal kunnen weergeven (of er op focussen) op een verschillend niveau van abstractie. Zo kan bijvoorbeeld sporten op een verschillend niveaus beleefd en benoemd worden. Bijvoorbeeld abstract en meer op het waarom niveau ‘om gezond te blijven’ of meer concreet en hoe niveau ‘door hard te lopen.’ Ook eenzelfde actie bij therapie kan verschillend waargenomen worden: een oefeningen die de quadriceps belast kan door de patiënt waargenomen worden als ‘ik doe krachttraining’ ( = stoornisniveau en relatief laag niveau van abstractie = concreet en ‘hoe?’) of ‘ik ben bezig met een comeback op mijn werk’ (participatie niveau en relatief hoog niveau van abstractie (‘waarom?’).
Mensen kunnen flexibel hun focus op doelen, gebeurtenissen en acties verschuiven in deze ‘concreet-abstract’ – hiërarchie. Ze doen dit afhankelijk van contextuele factoren zoals bijvoorbeeld ‘moeilijkheid’:

  • Bijkletsen door de telefoon wordt bij een slechte verbinding al snel tot een lager niveau gereduceerd van ‘je verstaanbaar maken’.
  • Soms denkt men een bepaalde activiteit (biljarten, schaatsen etc) even na te doen omdat men dat leuk lijkt of er zin in heeft om er al snel achter te komen dat men het doel snel bij moet stellen tot een lager concreter niveau zoals ‘blijven staan op het ijs’.
  • Naar een winkel gaan wordt voor ouderen vaak ‘proberen niet te vallen’.

Niveau van doel/actie identificatie speelt een oorzakelijke rol in symptomen en psychopathologie
Nu blijkt uit de review van de auteur dat psychologische symptomen en psychologische aandoeningen gekenmerkt worden door een star niveau van doel/actie identificatie, dat bovendien anders gericht is dan bij mensen zonder psychische symptomen.

Emotionele respons
Er is consistent bewijs dat bij falen of stress het aannemen van een Concreet niveau van doel/actie identificatie zorgt dat er minder negatieve affect ontstaat of minder reductie in positief affect, dan het aannemen van een meer abstract niveau van identificatie. Dit bleek bij gezonden. Concreetheid-training zou negatieve stemming kunnen reduceren (Watkins 2009, http://www.psychfysio.nl/Nieuws/3_02_1.html)

Herhalende gedachten
Herhalende gedachten in de vorm van piekeren, ‘herkauwen’ of herbelevingen blijkt een transdiagnostisch proces te zijn bij vele psychologische aandoeningen. Een review (Watkins, 2008) concludeert dat herhalende gedachten vooral negatieve consequenties hebben als (a) ze gefocust zijn rond om een negatieve inhoud (zoals problemen of symptomen), en (b) een verwerkingsstijl die gekenmerkt wordt door een abstract niveau van doel/actie identificatie gericht op het blijven vragen naar de betekenis en gevolgen, en naar het ‘waarom…?’

Persoonlijke problemen oplossen en plannen
Een concreet niveau van doel/actie identificatie is doorgaans gunstiger voor probleem oplossen dan een meer abstract niveau. Een strafschop wordt bijvoorbeeld beter genomen als men zich concentreert op ‘hoe te nemen’ dan op de ‘gevolgen van raken of missen’. Ook de vraag induceren ‘waarom ontstond dit probleem?’, leidt tot slechter probleem oplossen dan het induceren van de vraag  ‘hoe bepaal je wat je volgende stap wordt?’ Er is minder angst als men concreet blijft bij een moeilijke taak. En studenten halen bijvoorbeeld betere cijfers als ze gefocust zijn op het proces van ‘hoe’ te bereiken, dan gefocust zijn op de uitkomst (cijfer).

Zelfregulatie, inhibitie en impulsiviteit
Ten aanzien van zelfbeheersing blijkt dat juist een meer abstract niveau van doel/actie identificatie gunstig is. Het zorgt dat hoger gewenste doelen in zicht blijven en men niet in de verleiding komt van de meer concrete zaken…

Uitstel gedrag voorkomen, doelen nastreven, en zelfmotivatie
Nu blijkt dat meer concrete doel/actie identificatie gunstig is. Men ziet dan de concrete stapjes voor zich en dat geeft meer motivatie en richting dan meer abstracte lage termijn doelen. Vooral specifieke vragen of verbeelding naar wat, waar en wanneer zijn gunstig.

Bewijs dat niveau van doel/actie identificatie abnormaal is bij psychologische stoornissen
Twee processen blijken niet optimaal te verlopen bij psychische stoornissen (a) een bias in niveau van doel/actie identificatie en (b) niet flexibel zijn in de regulatie van de niveaus als dit nodig is.

Depressie
Er is belangrijk bewijs dat depressieve mensen een bias hebben richting meer abstract niveau van doel/actie identificatie, vooral in een context van negatief affect en beperkte doel progressie. Dit verklaart ook een aantal symptomen van depressie zoals te sterk generaliseren, piekeren, uitstelgedrag en verminderde activiteit.

Manie en bipolaire stoornis
Er zijn enige (!) voorzichtige aanwijzigen dat manie gekenmerkt wordt door een meer abstract niveau van doel/actie identificatie voor positieve uitkomsten, en bipolaire depressie gekenmerkt wordt door een meer abstract niveau van doel/actie identificatie voor negatieve uitkomsten.

Gegeneraliseerde angststoornis
Er zijn aanwijzingen dat piekeren vooral abstract verbaal van aard is en minder concreet visueel imaginair. Problemen waar angst patiënten over piekeren en zich zorgen over maken zijn meer abstract en minder concreet dan problemen waar ze zich geen zorgen over maken.

PTSS
Er zijn enige aanwijzingen dat ook PTSS gekenmerkt wordt door en meer abstract niveau van doel/actie identificatie. Ze vragen meer naar het ‘waarom en wat zou er gebeurt zijn als…?’ (=abstract piekeren). Bovendien zijn de visuele beelden meer vanuit observer perspectief bezien. Dit perspectief is functioneel verbonden met een meer abstract doel/actie identificatie niveau.

Sociale angst
Er is enige bewijs dat deze patiënten neigen naar een meer abstract niveau van doel/actie identificatie in situaties die sociale angst uitlokken. Ze piekeren vaker op abstract niveau na een sociale gebeurtenis. Bij het spreken in het openbaar zijn ze vaker gericht op ’hoe ze over komen’ dan op de inhoud van de taak.

Verslaving: alcohol en middelen misbruik of afhankelijkheid
Hier stellen de auteurs dat verschillende niveaus van doel/actie identificatie geassocieerd kunnen zijn met verschillende symptoompatronen en is daarom niet samen te vatten in een vuistregel.

Eetbuienstoornis en andere eetstoornissen
Er zijn aanwijzingen dat ze gekenmerkt worden door een meer concreet niveau van doel/actie identificatie: gefocust op directe stimuli, korte termijn focus, verwerpen van betekenisvolle gedachten en hebben rigide zwart/wit denken.

Opmerking samenvatter
Interessant is dat NLP-er Robert Dilts een aantal logische niveaus in menselijk functioneren onderscheidt (zie figuur). Dit is (ook) één voorbeeld van een hiërarchie van doel/actie niveaus.

Het is belangrijk op het juiste niveau het probleem te identificeren en de hulpbron te zoeken. Ook voor fysiotherapeuten is het belangrijk deze verschillende niveaus in de gaten te houden. Een patiënt die door zijn functiebeperking zijn sociale rollen niet meer kan uitvoeren heeft niet alleen een probleem op vermogens of gedragsniveau maar mogelijk ook op identiteit niveau. In een eerdere nieuwsbrief gaven we al aan wat dit voor zijn emoties kan betekenen, en dat het flexibel bijstellen van doelen en verwachtingen hier een oplossing biedt http://www.psychfysio.nl/Nieuws/4_13_2.html. Ook kan de fysiotherapeut proberen patiënten met stress of emotiegerelateerde bewegingsproblematiek die hun problemen of wensen alsmaar op een hoog abstractie niveau blijven formuleren te leiden naar een herformulering op meer concretere niveaus. Men noemt dit binnen NLP chunking down. Dit zal doorgaans beter voor zijn emotionele welbevinden zijn. Anderzijds kan de fysiotherapeut proberen een patiënt die zijn therapie of doelen alleen op gedragsniveau definieert te leiden naar een formulering op hoger niveau. Bijvoorbeeld door duidelijk te maken dat met de therapie ook  weer allerlei gewenste sociale en maatschappelijke rollen binnen  bereik komen. Dit kan de patiënt inspireren waardoor therapietrouw toeneemt. Men noemt dit chunking up.

Bron: Watkins, E. (2010) Dysregulation in level of goal and action identification across psychological disorders. Clinical Psychology Review, in Press.

© www.PsychFysio.nl
drs. P. van Burken

Meer over dit onderwerp bij Psychfysio

Gravatarfoto voor Peter van Burken

Peter van Burken

Dertig jaar ervaring als fysiotherapeut/psycholoog. Auteur van Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut en het boek Mindfulness en fysiotherapie. Initiator en docent Psychfysio opleidingen.

Reader Interactions

Om de twee weken 3-6 samenvattingen

Fysiotherapeut? ja nee

6000+ fysiotherapeuten ontvangen de nieuwsbrief.

Cursussen 2020

Pijn- en Stressmanagement technieken

3 dagen. Start 7 januari 2020. Prijs 595,-...

Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut

5 dagen. Start 8 januari 2020. Prijs 875,-...

De Mindful Fysiotherapeut

8 dagen. Start 9 januari 2020. Prijs 1295,-...

Dansante Fysiotherapie op basis van Laban/Bartenieff

8 dagen. Start 11 januari 2020. Prijs 1295,-...

Praktijk – Neurolinguïstisch Programmeren (NLP)

3 dagen. Start 13 januari 2020. Prijs 595,-...

Acceptance and Commitment Therapy bij pijn

3 dagen. Start 15 januari 2020. Prijs 595,-...

Fysiopilates opleiding

9 dagen. Start 28 januari 2019. Prijs 1295,-...

De Running Fysiotherapeut

5 dagen. Start 6 mei 2020. Prijs 895,-...

Motivational interviewing en oplossingsgericht coachen

3 dagen. Start 22 mei 2020. Prijs 595,-...

Motorisch trainen bij musculoskeletale pijn – Wervelkolom –

4 dagen. Start 3 juni 2020. Prijs 875,-...