Additional menu

Vroeg kinderlijke stress als voorspeller van psychologische en fysieke gezondheidsproblemen

In dit hoofdstuk van zijn uitstekende boek beschrijft Van Houdenhove de gevolgen van vroeg kinderlijke levensstress. Hij begint met het bespreken van het voorbeeld dat verwaarloosde kinderen die voor de leeftijd van 4 maanden uit een Roemeens weeshuis geadopteerd werden zich normaal ontwikkelden, maar kinderen die 8 of meer maanden oud waren hadden blijvend verhoogde niveaus van stresshormonen. Ook lichtere incidenten in de kindertijd, zoals continue conflicten, pesterijen etc. stellen de drempel van het stresssysteem scherper af waardoor het gemakkelijk ontregeld.

Dieronderzoek bij ratten toont dat de mate van likgedrag de aanmaak van cortisolreceptoren in de hypocampus bevordert, waardoor deze ratten later beter in staat zijn de hypothalamus-hypofysie bijnier –as (HPA-as) te remmen. Dit systeem, dat tijdens stress cortisol produceert, wordt in toom gehouden door de hoeveelheid cortisol dat ze zelf produceert. Bij mensen zijn er aanwijzingen dat ook geboorte stress al een hoger cortisolgehalte geeft. Andere belastende gebeurtenissen zoals seksueel misbruik of fysieke mishandeling, maar ook gebeurtenissen zoals een moeder die depressief is, of een iemand die aan alcohol verslaafd was, of verlies van een ouder, kunnen de kwetsbaarheid van het stresssysteem blijvend veranderen. Deze verlaagde psychische belastbaarheid verhoogt de kans dat men later een angststoornis, depressie, maar ook diabetes, kanker of COPD ontwikkeld. Een onderzoeker ziet daarom een slechte start van het leven als de voornaamste oorzaak voor vroegtijdig overlijden.

Hoewel veel onderzoek op dit gebied retrospectief van aard is wordt recent ook meer bewijs van prospectieve aard beschreven. Een voorbeeld: een prospectief onderzoek toont bijvoorbeeld aan dat als de moeder een postnatale depressie heeft er een verhoogde kans is dat het kind zich minder goed cognitief ontwikkelt en dat het kind als adolescent (’s ochtends) hogere cortisol waarden heeft. Kinderen tussen de 4 en de 14 maanden met moeders met een ernstige paniekstoornis hebben ook een hogere arousal en hoger cortisol niveau.

Een verstoorde interactie met de moeder kan een verstoorde hechting geven tussen moeder en kind en dit heeft weer een verstoorde afstelling van de HPA-as tot gevolg. Stabiele liefde is belangrijk: bij aapjes is het zo dat genetisch angstige aapjes zich abnormaal ontwikkelen als ze bij een genetisch angstige moeder opgroeien. Ze ontwikkelen zich echter normaal als ze bij een genetische ‘supermoeder’ opgroeien. De uitkomst van genetische kwetsbaarheid wordt dus medebepaald door de kwaliteit van de opvoeding. Er zijn aanwijzingen dat dit mogelijk ook bij mensen geldt. Interventies bij Fysiek- en affectief verwaarloosde kinderen die in pleeggezinnen opgroeien kunnen een gunstig effect hebben op de HPA-as van het kind, zijn gedrag, en zijn vermogen zich op gezonde wijze aan mensen te hechten.

Behalve de relatie tussen negatieve ervaringen in de kindertijd en later functioneren van het stresssysteem en de psychologische ontwikkeling, is er ook bewijs dat de kans op het ontwikkelen van chronische pijn verhoogd is. Dit onderzoek is vaak uitgevoerd bij patiënten met functionele gastro-intestinale aandoeningen. Een recente meta-analyse van Davis uit 2005 toont echter dat een ‘slechte start’ ook de kans op diverse vormen van chronische pijn verhoogt. Tientallen gecontroleerde onderzoeken laten een relatie zien tussen kinderlijke traumatisering en het later ontwikkelen van fibromyalgie of het chronische vermoeidheidssyndroom. Niet alle fibromyalgie patiënten zijn echter als kind getraumatiseerd, maar degene die dat wel zijn hebben vaak ernstiger klachten.

Er zijn vele wegen die vanuit vroegkinderlijke levensstress naar psychische- en (functionele) somatische klachten leiden. Als start kan men de hechting nemen die zich niet goed ontwikkeld. Door deze chronische onveiligheid ontstaat een verhoogde kans op neuricisme en negatieve emoties: beide versterken het waarnemen van lichamelijke symptomen en een negatieve kijk daarop. Bovendien kan inadequate hechting tot een afhankelijke persoonlijkheidsstoornis leiden of tot een borderline persoonlijkheidstoornis. Deze persoonlijkheidsstoornissen geven onder andere inadequate omgang met pijn, (hulpverlening)relaties, alcohol en medicatie. Ook angst en depressie kunnen ontstaan. En ook daarvan is bekend dat dit de kans op chronische pijn verhoogt via hyperarousal, verhoogde spierspanning, hyperventileren, overmatig piekeren etc. Vroege levensstress kan zoals gezegd het stresssysteem blijvend ontregelen waardoor meer kans ontstaat op stressgebonden syndromen. Mogelijk dat levenstress ook rechtstreeks het pijnsysteem ontregelt.

Van Houdenhove benadrukt dat clinici bij de patiënt moeten navragen of er vroegkinderlijke trauma’s zijn. Vooral bij de volgende kenmerken:

  • als de patiënt een groot aantal pijnklachten heeft,
  • er ook PTSS, angst, depressie en/of dissociatie stoornis is,
  • er problemen in de relatie met hulpverlener zijn, er hulpeloosheid of schaamte speelt,
  • en als er ernstige moeilijkheden zijn met medische procedures.

Hij raad een dergelijk gesprek af als er geen vertrouwensrelatie is met de arts, als de arts zich bij het onderwerp ongemakkelijk voelt en denkt dat het de patiënt niet zal helpen, als de arts geen veilige omgeving kan bieden, of als er geen adequate verwijzingsmogelijkheid is.

Zijn aan deze voorwaarden wel voldaan dan adviseert hij het gesprek als volgt op te bouwen. Eerst normaliseert men dergelijke ervaring met opmerkingen in de trend van ‘we weten dat sommige mensen veel hebben meegemaakt tijdens hun kinderjaren. Ik zou u in dit verband enkele vragen willen stellen ‘. Na deze opstart verkent hij met openvragen eerst in algemene zin de achtergrond, bijvoorbeeld ‘hoe was de sfeer vroeger thuis’, of ‘hoe was de onderlinge verstandhouding’. Daarna wordt het gesprek wat meer expliciet in het benoemen van incidenten ‘was er thuis iemand die te veel alcohol gebruikte of fysiek gewelddadig was?’ Hij bouwt dit verder op tot de expliciete vraag naar seksueel misbruik ‘ was u ooit het slachtoffer van een aanranding, of werd u wel eens verplicht intieme dingen te doen die u niet wenste?’

Bron: Van Houdenhove, B. (2007). ‘Slechte start in het leven’: kwetsbaarder voor stressgebonden ziekten? Stress, het lijf, en het brein. B. Van Houdenhove. Leuven. LannooCampus: 75-94.

© www.PsychFysio.nl
P. van Burken

Meer over dit onderwerp bij Psychfysio

Gravatarfoto voor Peter van Burken

Peter van Burken

Dertig jaar ervaring als fysiotherapeut/psycholoog. Auteur van Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut en het boek Mindfulness en fysiotherapie. Initiator en docent Psychfysio opleidingen.

Reader Interactions

Om de twee weken 3-6 samenvattingen

Fysiotherapeut? ja nee

6000+ fysiotherapeuten ontvangen de nieuwsbrief.

Cursussen 2019

Motorisch trainen bij musculoskeletale pijn – Extremiteiten –

4 dagen. Start najaar 2020. Prijs: 875,- Inschrijven...

Cursussen 2020

Pijn- en Stressmanagement technieken

3 dagen. Start 7 januari 2020. Prijs 595,-...

Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut

5 dagen. Start 8 januari 2020. Prijs 875,-...

De Mindful Fysiotherapeut

8 dagen. Start 9 januari 2020. Prijs 1295,-...

Dansante Fysiotherapie op basis van Laban/Bartenieff

8 dagen. Start 11 januari 2020. Prijs 1295,-...

Praktijk – Neurolinguïstisch Programmeren (NLP)

3 dagen. Start 13 januari 2020. Prijs 595,-...

Acceptance and Commitment Therapy bij pijn

3 dagen. Start 15 januari 2020. Prijs 595,-...

Fysiopilates opleiding

9 dagen. Start 28 januari 2019. Prijs 1295,-...

De Running Fysiotherapeut

5 dagen. Start 6 mei 2020. Prijs 895,-...

Motivational interviewing en oplossingsgericht coachen

3 dagen. Start 22 mei 2020. Prijs 595,-...