Additional menu

Zelfacceptatie is belangrijker dan zelfwaarde volgens Ellis

In dit artikel uit 1977 beschrijf Ellis zijn visie op zelfwaarde en zelfacceptatie. Wat nu volgt is een samenvatting van het artikel.

Bijna alle autoriteiten op het gebied van de psychotherapie menen dat het hebben van zelfwaarde voor het functioneren erg belangrijk is. Lage zelfwaarde ondermijnt het functioneren van een persoon en zorgt dat hij zich ellendig zal voelen. In essentie denkt RET denkt hier hetzelfde over.

Enkele nadelige gevolgen van een lage zelfwaarde:

  1. Door een negatief zelfbeeld beperkt men het probleemoplossend vermogen omdat men zich dan niet met het oplossen van het probleem bezighoudt maar met zichzelf.
  2. Bij een lage zelfwaarde meent men dat men niets kan en daarom onderneemt men niets. Men zegt over zichzelf dan men niets waard is, en dat anderen dat misschien nog niet doorhebben, maar dat ze dat ook zouden vinden als ze beter zouden kijken.
  3. Waarschijnlijk gaat men gaat zo zijn best doen om goedkeuring te krijgen dat men niet meer doet wat men eigenlijk zelf echt belangrijk of prettig vindt.
  4. Men kan dingen gaan vermijden en zo de eigen kans op een creatief leven ondermijnen.
  5. Men kan een statuszoeker worden in plaats van een plezierzoeker.
  6. Men kan defensief worden en zich juist arrogant gaan gedragen. Men kan zich gaan compenseren met macho gedrag.
  7. Men kan depressief worden, in fantasieën vluchten, zich schuldig voelen, zich anders voor gaan doen.
  8. Men kan zichzelf nog verder afkraken wanneer men ontdekt dat men zichzelf alsmaar een minderwaardigheidsgevoel aanpraat.
  9. Men kan psychosomatische klachten krijgen en zich zelf vervolgens om die klachten nog verder naar beneden halen.

Als die hoge zelfwaarde zo belangrijk is, hoe kan het dan dat mensen zichzelf vaak een minderwaardigheidsgevoel aanpraten. En hoe kunnen we iemand helpen zichzelf te accepteren en te respecteren?

Moderne psychotherapie lost dit eigenlijk aan de verkeerde kant. Men weet uit ervaring en onderzoek dat voor zelfwaarde succes en prestatie belangrijk zijn, evenals goede relaties met anderen. Vandaar dat men zich in therapie richt op het verbeteren van die twee.

Ellis heeft een andere werkwijze. Volgens Ellis is het onderscheid tussen zelf-acceptatie en zelfwaardering erg belangrijk. Zelfwaardering vertrekt vanuit het idee dat men zichzelf waarde kan toedichten omdat men zich bijvoorbeeld intelligent, correct of competent gedraagt. Extreem doorgevoerd is het een overtuiging van totale rationaliteit. Het lijkt dan of we de waarde van een persoon bepalen door al zijn goede en slechte eigenschappen bij elkaar op te tellen.
Ellis stelt echter voor de filosofie van ‘waarderen’ helemaal te laten vallen als het om het wezen van een persoon gaat en te streven naar zelfacceptatie.

Self-acceptance means that the individual fully and unconditionally accepts himself whether or not he behaves intelligently, correctly, or competently and whether or not other people approve, respect, or love him.

Immers, alleen goed gedragende en competente mensen kunnen zelfwaardering bereiken, maar alle mensen zelf-acceptatie.

Door hard werken (RET) is deze neiging de eigenwaarde af te leiden uit allerlei prestaties en eigenschappen verminderen. Men kan leren alleen de prestaties en persoonlijke eigenschappen te beoordelen en toch een totaal oordeel over de persoon achterwege te laten.

Nogmaals enkele nadelen van totaaloordelen over een persoon:

  1. Zowel positieve als negatieve zelfoordelen zijn inefficiënt en verstoren vaak het probleem oplossen. Men wordt zelfgecentreerd in plaats van probleemgecentreerd.
  2. Zelfscoring werkt alleen in het voordeel (tijdelijk) als men veel talenten heeft en weinig zwaktes. Wat zelden voorkomt.
  3. Zelfbeoordeling forceert altijd een onder- en een bovenpositie, omdat men zich vergelijkt met anderen. Op deze wijze ontstaat altijd strijd. Als men het vergelijken echt beperkt tot alleen (bepaalde) prestaties en (bepaalde) persoonskenmerken dan ontstaan er geen problemen. Immers, men oordeelt en veroordeelt dan niet de totale persoon, maar slechts één facet. Problemen ontstaan als men een dergelijk lokaal oordeel generaliseert naar de gehele persoon of zelfs naar een natie.
  4. Zelfevaluatie versterkt het bewustzijn van zichzelf en daardoor wordt men min of meer opgesloten in zichzelf. Op deze wijze vernauwt het interesse gebied zich. Bertrand Russel zei: ‘zelf-gecentreerde passie moet voorkomen worden omdat het opgesloten passie is. In een gevangenis wordt niemand gelukkig’.
  5. Iemand voor een paar daden in het geheel de schuld geven of prijzen is een onwetenschappelijke overgeneralisatie. Ellis noemt dit ‘pathogenic metamorphose’. Men transformeert iemand van een uniek individu tot een rover, monster, dief of rotzak etc. Ook ‘je bent een engel’ etc. verandert iemand in wat hij niet is, namelijk een goddelijk wezen.
  6. Iemand op deze wijze ophemelen of neerhalen impliceert vaak ook dat hij beloont of gestraft moet worden: oordelen leidt doorgaans tot veroordelen. Maar dat is onnodig, zegt Ellis, een slecht iemand is al onfortuinlijk en hoeft dus niet nog meer straf, een ‘goed’ iemand heeft geluk en hoeft dus niet nog meer beloning.
  7. Gebrek aan respect voor een individu als persoon op zich komt voort uit deze zelf- en andere evaluaties. Men wijst iemand af omdat hij zwart, jood, of laag geschoold is en zo wijst men een mens af. “Once you damn an individual, including yourself, for having or lacking any trait whatever, you become authoritarian or fascistic; for fascism is the very essence of people-evaluation.”
  8. Door iemand te beoordelen, zelfs als het complimenteus is, probeert men vaak de ander te veranderen, te beheersen of te manipuleren. Iemand prijzen als persoon kan gedaan worden omdat men iets van hem gedaan wil krijgen. Het kan verplichtingen scheppen.
  9. Evaluaties van het individu neigen er toe het ‘establishment’ te versterken en sociale veranderingen te blokkeren. Want ‘slecht zijn’ wordt doorgaans getoetst aan sociale normen. Dit zijn vaak normen die door een kleine groep ‘upperlevel’ mensen zijn gecreëerd. Dit establishment wil zijn positie behouden. Conformeren is dus meestal conformeren aan het establishment.
  10. Zichzelf- en anderen beoordelen verhindert empathisch luisteren omdat men bevooroordeeld raakt over zichzelf of een ander. Men kan of wil de ander dan niet meer volledig begrijpen.
  11. Mensen die zichzelf niet constant zitten te beoordelen vragen zich doorgaans af: ‘wat zal ik doen om mijn plezier of geluk te verhogen en mijn pijn te minimaliseren in de korte tijd die mij ter beschikking staat’. Mensen die wel constant aan zelfbeoordeling doen vragen zich doorgaans af: ‘wat moet ik doen om te bewijzen dat ik een waardevol persoon ben?’ Ze kunnen dan niet meer zomaar genieten. Genieten moet bij die mensen altijd een goede reden hebben, tot iets goeds leiden, of in ieder geval niet tot afkeuring leiden.
  12. Iemand evalueren als persoon neigt ertoe de vrije wil te ondermijnen. Iemand als goed of slecht stereotyperen zal zeker zijn gedrag beïnvloeden en zo de ‘vrije wil’ verder inperken. Want een goed persoon mag geen fouten meer maken en een slecht persoon kan geen goede beslissingen nemen.

Ellis noemt tot slot een aantal argumenten waarom het onmogelijk is om de waarde van een persoon te bepalen:

  1. Eigenschappen veranderen van moment tot moment. De mens is geen object maar een veranderlijk proces.
  2. Er is geen absolute schaal om de eigenschappen te beoordelen. Oordelen wisselen per cultuur en in de tijd (smaken verschillen). Een moordenaar in de ogen van de een, is een fantastische generaal in de ogen van een ander.
  3. De verschillende daden moeten verschillend gewogen worden. Men beoordeelt het slaan van een volwassene immers anders dan het slaan van een kind. Wie bepaalt het gewicht van deze daden, zodat ze opgeteld kunnen worden tot één totaaloordeel? Petrus aan de poort?
  4. Hoe moeten we al die daden en gedachten wiskundige tot één totaal getal omvormen. Moeten we alles gewoon optellen, vermenigvuldigen etc.
  5. We kunnen nooit alle trekken of eigenschappen van iemand of onszelf kennen, en het eindoordeel is daarom altijd gebaseerd op slechts een paar deelaspecten.
  6. Met een zeer laag totaaloordeel wordt meestal ook bedoeld dat de persoon geboren is als waardeloos persoon, het ook nooit iets zal worden en dat hij bovendien gestraft moet worden. Deze opmerkingen zijn natuurlijk niet te bewijzen en brengen meer schade dan goeds.
  7. Iemand beoordelen (meten) is een vorm van circulair denken. Als men iemand als goed beoordeelt neigt men ertoe ook andere aspecten van hem goed te vinden, als men iemand slecht vindt gebeurt het tegenovergestelde. Er treedt zo een overschatting en onderschatting van de waarde van een persoon op. Dit wordt niet opgemerkt wordt omdat het gehele concept van ‘goed’ of ‘slecht’ immers slechts een persoonlijke definities is en niet toetsbaar.
  8. Het meest verstandige totaaloordeel dat men kan doen is een persoon goed noemen simpelweg omdat hij leeft. Dat wil zeggen: intrinsiek goed omdat hij een mens is en leeft. In die zin is het nog niet zo vreemd dat men daar ook God, Jezus of Jehova bij haalt. Immers men zegt dan zoiets als ik ben goed omdat Jezus dat aan alle levenden gaf… Ellis vindt het zelf onnodig en niet bewijsbaar om dergelijke ‘heiligen’ in te voeren.
  9. Algemene oordelen zijn kustmatig en onjuist in bijna elk denk- en communicatieproces. Korzybski (1933, 1951) stelt nadrukkelijk: ‘het ene ding is het anderen niet, de ene mens de andere niet, elke generalisatie bevat daarom al een overgeneralistatie’. Men moet daarom zo specifiek mogelijk blijven. Bourland (1969) pleit er in dit opzicht voor het woordje ‘is’ te laten vervallen als we over een persoon praten: Piet heeft een aantal buitengewone wiskundige kwaliteiten is een juistere uitspraak dan Piet is een buitengewone wiskundige.
  10. Alle menselijke trekken zijn verschillend. Men kan appels en peren niet bij elkaar optellen om één totaaloordeel van de fruitschaal te krijgen.

Conclusie

Het is voor mensen wel veel gemakkelijker om algemene oordelen te geven (maar onjuister en het levert problemen op), dan om zich te beperken tot specifieke prestaties.
Als men zichzelf als slecht of inferieur bestempeld, krijgt men angst, schuldgevoelens, en depressieve gevoelens, en zal men ten onrechte deze lage zelfwaarde bevestigen.
Als men zichzelf als goed of superior definieert, blijft men altijd onzeker om die goedheid te behouden. Men besteedt dan waarschijnlijk aanzienlijk veel tijd in het bewijzen van zijn goedheid, terwijl men ondertussen de relaties met anderen ondermijnt.

Men moet er hard aan werken om deze aangeboren en aangeleerde tendens van zelfevaluaties na te laten. Men kan beter zo objectief mogelijk de specifieke trekken en prestaties beoordelen. Men kan beter zichzelf onvoorwaardelijk accepteren en naar plezier en geluk streven, in plaats van te streven naar rechtvaardiging van zijn eigen existentie.

Bron: Ellis, A. (1977). Psychotherapy and the value of a human being. In: A. Ellis, & R.M. Grieger, R.M. (Eds.). Handbook of Rational-Emotive Therapy, (pp99-112). Vol 1. Springer: New York [Een langere versie verscheen in ‘Value and valuation: Aetiological studies in honor of Robert. A. Hartmen, ed. William Davis (Knoxville: University of Tennessee Press, 1972).]

© www.PsychFysio.nl
P. van Burken

Meer over dit onderwerp bij Psychfysio

Gravatarfoto voor Peter van Burken

Peter van Burken

Dertig jaar ervaring als fysiotherapeut/psycholoog. Auteur van Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut en het boek Mindfulness en fysiotherapie. Initiator en docent Psychfysio opleidingen.

Reader Interactions

Om de twee weken 3-6 samenvattingen

Fysiotherapeut? ja nee

6000+ fysiotherapeuten ontvangen de nieuwsbrief.

Cursussen 2019

De Running Fysiotherapeut

5 dagen. Start 4 september 2019. Prijs 895,-...

Fysiopilates opleiding

9 dagen. Start 17 september 2019. Prijs 1295,-...

Dansante Fysiotherapie op basis van Laban/Bartenieff

8 dagen. Start 3 oktober 2019. Prijs 1295,-...

Motivational interviewing en oplossingsgericht coachen

3 dagen. Start 8 november 2019. Prijs 595,-...

Motorisch trainen bij musculoskeletale pijn – Extremiteiten –

4 dagen. Start 11 december 2019. Prijs: 875,-...

Cursussen 2020

Pijn- en Stressmanagement technieken

3 dagen. Start 7 januari 2020. Prijs 595,-...

Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut

5 dagen. Start 8 januari 2020. Prijs 875,-...

De Mindful Fysiotherapeut

8 dagen. Start 9 januari 2020. Prijs 1295,-...

Praktijk – Neurolinguïstisch Programmeren (NLP)

3 dagen. Start 13 januari 2020. Prijs 595,-...

Acceptance and Commitment Therapy bij pijn

3 dagen. Start 15 januari 2020. Prijs 595,-...

Motorisch trainen bij musculoskeletale pijn – Wervelkolom –

4 dagen. Data voorjaar 2020 volgen. Prijs 875,-...