Aanmelden gratis nieuwsbrief

Fysiotherapeut? J N

Afmelden


 
 

6. De zelfregulatie en het zelfmanagement van de patiënt bevorderen: probleemoplossingsvaardigheden

Het bevorderen van zelfregulatie, zelfmanagement of zelfredzaamheid is een begrip dat opmars maakt binnen het fysiotherapeutische denken. In dit hoofdstuk worden de elementaire begrippen rondom zelfregulatie van chronisch ziek zijn behandeld. Naast deze algemene verdieping, die de fysiotherapeut aanknopingspunten geeft zijn denken en handelen ten aanzien van het bevorderen van zelfregulatie aan te scherpen, wordt ook een effectief gebleken methode besproken: Problem Solving Therapy van D'zurilla. Deze methode is uitstekend geschikt om ingevoerd te worden binnen de fysiotherapie. De fysiotherapeut richt zich daarbij op het bevorderen van het zelfstandig oplossen van gezondheidsproblemen rond het bewegend functioneren en/of op de lichte alledaagse stressproblematiek die een algemeen herstelbelemmerende factor vormt.

Vragen

  1. Uit welke elementen bestaat een elementair cybernetisch procesmodel?
  2. Hoe passen het CSM-model en problem ­solving in een elementaire zelfregulatielus?
  3. Op welke drie gebieden speelt zelfregulatie zich af binnen de fysiotherapie?
  4. Wat is het verschil in het begeleiden van acute- en chronische aandoeningen?
  5. Wat is de relatie tussen beroepsoverstijgende en beroepsspecifieke kennis en vaardigheden?
  6. Welke vier elementen onderscheidt Bandura bij ‘zelf doen’ ?
  7. Welke vier zelfmanagement taken heeft de chronisch zieke?
  8. Wat zijn hedonistische doelen en eudaimonische doelen?
  9. Leg uit wat het voordeel is voor de patiënt van het hebben van  eudaimonische doelen?
  10. Doelen hebben waarden en normen/criteria. Licht het verschil met een gezondheidsvoorbeeld toe.
  11. Waar worden de doelen die men stelt door bepaald?
  12. Noem een voorbeeld van gezondheidsdoelen op zeer hoog hiërarchisch niveau bij een chronisch zieke en op veel lager niveau.
  13. Wat is het verschil in gedragsflexibiliteit tussen de hiërarchische niveaus in doelen en wat is de implicatie?
  14. Waarom moet de fysiotherapeut expliciet aandacht aan het element 'waarnemen' schenken om de zelfregulatie te bevorderen?
  15. Uit welke twee stappen bestaat de stap ‘verwerken’?
  16. Wat is het belang van een adequate tijdspanne tussen twee waarnemingen die gebruikt worden voor zelfsturing?
  17. Wat is de relatie tussen de wijze waarop het streven naar het gezondheidsdoel geformuleerd is (‘afstand’ reducerend of vergrotend) en de emoties die kunnen ontstaan bij reductie en vergroten?
  18. Wat is ontstaan als conclusie van de verwerking is dat het criterium niet gehaald is?
  19. Wat is de relatie tussen problem solving en de generieke opvattingen van de patiënt?
  20. Waarom is het, in het kader van het bevorderen van probleem oplossend vermogen van de patiënt, belangrijk hem een brede biopsychosociale kijk op zijn gezondheidsprobleem aan te leren?
  21. Bij beslissen speelt de stap ‘ willen’? Licht dit toe.
  22. Wat moet de patiënt doen na de stap ‘beslissen’ alvorens tot de correctieve actie over kan gaan?
  23. Wat is de plaats en functie van het element ‘evaluatie’ bij zelfregulatie?
  24. Noem de units binnen het CAPS persoonlijkheidssysteem. Wat is de parallel met het elementaire zelfregulatiemodel?
  25. Noem persoonlijkheidsverschillen in subjectieve waarneming.
  26. Noem enkele persoonlijkheidsverschillen verschillen in termen van doelen.
  27. Noem enkele persoonlijkheidsverschillen in termen van verwachtingen en opvattingen
  28. Noem enkele persoonlijkheidsverschillen in termen van gevoelens en emoties.
  29. Noem enkele persoonlijkheidsverschillen in termen van competenties en zelfregulaties
  30. Wat is de relatie tussen zelfregulatie aanleren en het stappenplan van voorlichting (Openstaan…blijven doen)?
  31. Geef een voorbeeld van zelfregulatie bij communicatie tussen arts en patiënt.
  32. Beschrijf het coachingsmodel van Hersey en licht dit toe met een fysiotherapeut voorbeeld
  33. Hoe past Hersey bij het zelfdeterminatiemodel uit hoofdstuk vier?
  34. Wat wordt in dit kader bedoeld met constructieve frictie?
  35. Noem nogmaals de overeenkomst (nu meer in detail) tussen CSM en het elementaire zelfregulatiemodel.
  36. Geef een voorbeeld van de rol van ziekte opvattingen bij astma, COPD, hersenletsel, aspecifieke rugklachten, posttraumatische dystrofie, medische onverklaarde klachten.
  37. Werk medische onverklaarde klachten meer uitgebreid uit aan de hand van de vijf elementen van ziekte representatie.
  38. Wie waren de grondleggers (en wanneer) van de problem solving therapy?
  39. Hoe kan de fysiotherapeut als globale strategie het probleem oplossend vermogen van de patiënt bevorderen?
  40. Op welke gebieden is problem solving therapy effectief gebleken?
  41. Tot welk speelveld is problem solving therapy binnen de fysiotherapeut beperkt?
  42. Waar liggen grenzen ten aanzien van alledaagse problematiek?
  43. Benoem vijf taken bij problem solving en welke scheidingen zijn aan te brengen?
  44. Wat is nodig door fysiotherapeut bij dit algemene probleem oplossende schema?
  45. Met welke vuistregels kan men de patiënt helpen zijn hersenen te ontlasten?
  46. Wat wordt bedoeld met 'probleem oriëntatie'?
  47. Wat is het voordeel van een positieve probleem oriëntatie?
  48. Benoem en bespreek de vijf ‘probleem oriëntatie variabelen’.
  49. Beschrijf de vier fasen van ‘probleem verhelderen’ en licht ze toe.
  50. Bespreek de aanpak voor het ‘bedenken van alternatieve oplossingen’.
  51. Bespreek de drie elementen van fase ‘beslissingen nemen’.
  52. Bespreek de vijf elementen van de fase ‘oplossingen toepassen’.
  53. Op welke wijze kunnen emoties problem solving doorkruizen?
  54.  Zelfregulatie is te beschrijven in termen van competitie tussen twee response. Licht dit toe.
  55. Noem twee belangrijke mechanismen voor falende zelfregulatie.
  56. Noem zeven vormen van onvoldoende zelfsturing.
  57. Noem een aantal voorbeelden van verkeerde zelfsturing.
  58. Noem enkele nadelen van toewijzen van controle aan de patiënt.
  59. Wat wordt in dit kader bedoeld met ‘blaming the victim’?
  60. Wat staat de beroepsgroep en fysiotherapeut te doen als hij problem solving meer wil integreren binnen zijn beroepsmatig handelen?

Links