Spring naar content
Psychfysio
  • NIEUWS
  • E-LEARNING
  • CURSUSSEN
  • COMMUNITY
  • WIE WIJ ZIJN
    • Wie wij zijn
    • Docenten
    • Nieuwsbrief
    • Goed doen
Psychfysio
  • NIEUWS
  • E-LEARNING
  • CURSUSSEN
  • COMMUNITY
  • WIE WIJ ZIJN
    • Wie wij zijn
    • Docenten
    • Nieuwsbrief
    • Goed doen

Positief over fysieke activiteiten, maar onbewust een afkeer

06/07/2010 | Peter Van Burken

Patiënten kunnen verbaal positief staan tegenover bewegen, maar onbewust negatief reageren. Expliciete en impliciete attitudes over fysieke activiteit blijken niet samen te hangen. Dit kan verklaren waarom motivatie via bewust overtuigen beperkt effect heeft.

Recent onderzoek toont dat zowel expliciete als impliciete attitudes ten aanzien van fysieke activiteiten gecorreleerd zijn met objectieve metingen van de mate van fysieke activiteiten. Met expliciete attitude ten aanzien van fysieke activiteiten wordt bedoeld: de evaluatie die de patiënt zelf ‘verbaal’ rapporteert over of hij positief of negatief staat ten opzichte van het doen van fysieke activiteiten. De theory of planned behavior is daar een goed voorbeeld van. Impliciete attitude is de attitude die de patiënt heeft ten aanzien van fysieke activiteiten die niet direct via ‘introspectie’ voor de patiënt kenbaar is. Je zou kunnen zeggen dat dit een onbewuste voorkeur is, een automatische attitude.

Expliciete en impliciete attituden

Op sommige onderwerpen blijken de expliciete en impliciete attituden sterk samen te hangen. Dit speelt bijvoorbeeld bij politieke voorkeur. Op andere onderwerpen kan de samenhang erg zwak of zelfs afwezig zijn, dit speelt bijvoorbeeld bij de voorkeur voor etniciteit. Ook ten aanzien van het doen van fysieke activiteiten zijn er aanwijzingen dat de expliciete voorkeur niet geheel samenvalt met de impliciete voorkeur. Als dit het geval is kan de patiënt expliciet menen dat hij sporten prettig vindt, maar impliciet er toch een bepaalde mate van afkeur voor hebben. Veel motivatietechnieken van de fysiotherapeut richten zich vooral op de expliciete attituden en missen in dat geval maximale power. Er is echter meer onderzoek nodig naar de mate van samenhang tussen expliciete en impliciete attitude ten aanzien van het doen van fysieke activiteiten.

Methode

Aan dit onderzoek deden 249 studenten mee.
Metingen

  • Impliciete attitude ten aanzien van fysieke activiteiten: Single-Category Implicit Association Test aangepast voor fysieke activiteiten (SC-IAT-PA: Karpinski, e.a. 2006)
  • Expliciete attitude ten aanzien van fysieke activiteiten:
    • 7 – items van differentiële paren zoals opgezet door Symons Downs, e.a. )2004).
    • Outcome Expectancy Values Scale (Motl, e.a. 2002).
  • Introspectief vermogen:
    • Private self-Consciousness Scale (Fenigstein, e.a. 1975: 10-items).
    • Private Body Consciousness Scale (Miller, e.a., 1981: 5-items).

Resultaten

De expliciete en impliciete attitudemetingen bleken geen significante samenhang te vertonen. Uit een hiërarchische multiple regressieanalyse komt naar voren dat noch de mate van privé zelfbewustzijn of privé lichamelijk zelfbewustzijn deze samenhang beïnvloed.

Opmerkingen samenvatter

Dit is een opmerkelijk onderzoek. Het kan dus voorkomen dat een patiënt aangeeft positief te staan ten aanzien van het doen van oefeningen of sport, maar op onbewust niveau dit juist niet vindt. Dat verklaart voor een deel dat motivatietechnieken gericht op de expliciete attitude weliswaar enig effect hebben, maar dat dit toch bescheiden blijft. Hoe de impliciete attitude ten aanzien van fysiek bewegen te beïnvloeden is, bespreken de auteurs helaas nietBerry,T.R., McCarville,R.E., & Rhodes,R.E.(2008). Getting to know the competition: a content analysis of publicly and corporate funded physical activity advertisements. Journal of Health Communication,13, 169e180.al’ rapporteert over of hij positief of negatief staat ten opzichte van het doen van fysieke activiteiten. De theory of planned behavior is daar een goed voorbeeld van. Impliciete attitude is de attitude die de patiënt heeft ten aanzien van fysieke activiteiten die niet direct via ‘introspectie’ voor de patiënt kenbaar is. Je zou kunnen zeggen dat dit een onbewuste voorkeur is, een automatische attitude.

Expliciete en impliciete attituden

Op sommige onderwerpen blijken de expliciete en impliciete attituden sterk samen te hangen. Dit speelt bijvoorbeeld bij politieke voorkeur. Op andere onderwerpen kan de samenhang erg zwak of zelfs afwezig zijn, dit speelt bijvoorbeeld bij de voorkeur voor etniciteit. Ook ten aanzien van het doen van fysieke activiteiten zijn er aanwijzingen dat de expliciete voorkeur niet geheel samenvalt met de impliciete voorkeur. Als dit het geval is kan de patiënt expliciet menen dat hij sporten prettig vindt, maar impliciet er toch een bepaalde mate van afkeur voor hebben. Veel motivatietechnieken van de fysiotherapeut richten zich vooral op de expliciete attituden en missen in dat geval maximale power. Er is echter meer onderzoek nodig naar de mate van samenhang tussen expliciete en impliciete attitude ten aanzien van het doen van fysieke activiteiten.

Methode

Aan dit onderzoek deden 249 studenten mee.
Metingen

  • Impliciete attitude ten aanzien van fysieke activiteiten: Single-Category Implicit Association Test aangepast voor fysieke activiteiten (SC-IAT-PA: Karpinski, e.a. 2006)
  • Expliciete attitude ten aanzien van fysieke activiteiten:
    • 7 – items van differentiële paren zoals opgezet door Symons Downs, e.a. )2004).
    • Outcome Expectancy Values Scale (Motl, e.a. 2002).
  • Introspectief vermogen:
    • Private self-Consciousness Scale (Fenigstein, e.a. 1975: 10-items).
    • Private Body Consciousness Scale (Miller, e.a., 1981: 5-items).

Resultaten

De expliciete en impliciete attitudemetingen bleken geen significante samenhang te vertonen. Uit een hiërarchische multiple regressieanalyse komt naar voren dat noch de mate van privé zelfbewustzijn of privé lichamelijk zelfbewustzijn deze samenhang beïnvloed.

Opmerkingen samenvatter

Dit is een opmerkelijk onderzoek. Het kan dus voorkomen dat een patiënt aangeeft positief te staan ten aanzien van het doen van oefeningen of sport, maar op onbewust niveau dit juist niet vindt. Dat verklaart voor een deel dat motivatietechnieken gericht op de expliciete attitude weliswaar enig effect hebben, maar dat dit toch bescheiden blijft. Hoe de impliciete attitude ten aanzien van fysiek bewegen te beïnvloeden is, bespreken de auteurs helaas niet.

Bron:

Hyde, A. L., Doerksen, S.E., Ribeiro, N.F., Conroy, D.E. (2010). The independence of implicit and explicit attitudes toward physical activity: Introspective access and attitudinal concordance. Psychology of Sport and Exercise, 11, 387-393. doi: 10.1016/j.psychsport.2010.04.008

* Meld een spelfout of onjuistheid.

Peter Van Burken

Peter Van Burken

Psycholoog / ex-fysiotherapeut. Auteur van Gezondheidspsychologie voor de fysiotherapeut en het boek Mindfulness en Fysiotherapie. Initiator en docent Psychfysio opleidingen.

Posts navigation

← Het zelfbeeld van de chronische pijnpatiënt bepaalt mede zijn negatieve emoties
Disregulatie in niveau van doel-actie identificatie bij veel psychologische stoornissen →

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang wekelijks een nieuwsbrief met drie samenvattingen op het gebied van fysiotherapie en het biopsychosociale model.

Inschrijven
Cursussen 2026

Wij bieden hoogwaardige en betaalbare nascholing voor fysiotherapeuten. Een biopsychosociale benadering staat daarbij centraal.

  • Contact
  • Cursussen
  • Nieuwsbrief
  • E-learning (blended)
  • Tijdschriften
  • Goed doen
  • Privacybeleid
  • AI versus mensenwerk
  • Disclaimer Psychfysio opleidingen
  • Algemene voorwaarden
  • Klachtenprocedure
© 2026 Psychfysio opleidingen | Middelhoeve 33, Nieuwegein